Burrito's, maar niet de Mexicanen

San Diego heeft geen last meer van illegalen uit Mexico. Een bezoek aan het ijzeren gordijn in Californië.

Voor een beetje zwemmer is de grens een makkelijke hindernis. Tien, twintig meter door de branding en je bent in de VS, midden in het Border State Field Park.

Hier raken de Amerikaanse staat Californië en het Mexicaanse schiereiland Baja California elkaar op hun uiterste punt. Agenten van de US Border Patrol scheuren met quads en terreinwagens langs een eindeloos hekwerk van vier meter hoog. Alleen de laatste honderd meter, op het strand, is nog niet klaar. Een groepje bouwvakkers vervangt de gammele palen van de vorige strandafscheiding, die door de golven van de Grote Oceaan is stuk gebeukt.

Dit ijzeren gordijn is de versterking van Operation Gatekeeper, in 1994 in het leven geroepen door toenmalig president Clinton. Het oorspronkelijke hekwerk was 22 kilometer lang, maar inmiddels is meer dan duizend kilometer van de Amerikaans-Mexicaanse grens afgescheiden met beton, staal en felle lampen.

Dat is niet genoeg, vinden met name Republikeinse politici. Zij willen hele zuidgrens van een hekwerk te voorzien: 3.200 kilometer lang, ook in de meest onbegaanbare woestijnen en bergen. Dat moet de VS beter beschermen tegen economische vluchtelingen en gewelddadige drugsbendes. Herman Cain, de voormalige Republikeinse presidentskandidaat, wilde zelfs een elektrisch hek.

David Shirk stuurt zijn vierwielaangedreven Toyota geroutineerd over de sluipweggetjes langs de grens. De universitair docent is directeur van het Trans Border Institute in San Diego, dat onderzoek doet naar de verhoudingen tussen Mexico en de VS. Border State Field Park is een idyllische naam voor het verlaten niemandsland tussen de grens en het oefenterrein van de Amerikaanse marine. De bodem is vervuild door het slib van de Tijuana. In de berm liggen oude autobanden, ooit door Amerikaanse vuilverwerkers gedumpt in Mexico en door de rivier teruggebracht. „Twintig jaar geleden kwamen hier veel mensen. De scheiding stelde niets voor. Toen heette het hier Friendship Park, een plek om je vrienden van de andere kant van de grens tegen te komen”, zegt Shirk.

’s Nachts slopen honderden mensen de grens over, ook drugskoeriers. Dankzij Operation Gatekeeper is die overlast in San Diego verdwenen en verplaatst naar regio’s die minder goed bewaakt worden. „In de afgelegen gebieden zijn de risico’s groter en hebben illegalen de hulp van een professionele smokkelaar nodig”. Zo kreeg de georganiseerde criminaliteit vat op de illegale transporten.

Marinestad San Diego is met drie miljoen inwoners de grootste zuidelijke grensstad, pal naast de Mexicaanse miljoenenstad Tijuana.

De beveiliging van deze ‘microkosmos’ is opgevoerd na de aanslagen op de Twin Towers in 2001. De wachttijd voor legale reizigers naar de VS is verdrievoudigd tot gemiddeld twee uur. Shirk: „De maatregelen zijn gericht tegen terroristen, maar diegenen die er last van hebben zijn de duizenden huishoudelijke hulpen en tuinmannen die heen en weer reizen om in de VS te werken. Ze worden afgesnauwd door de mensen van Homeland Security die zichzelf als de eerste verdedigingslinie zien tegen terroristen.”

San Diego is een wat slaperige stad waar oud-militairen zich graag vestigen na hun pensionering. Het merendeel van de inwoners komt nooit in Mexico: Amerikanen zijn bang voor de Mexicaanse drugsbendes, die verwikkeld zijn in een dodelijke concurrentiestrijd. De cocaïnesmokkel waarmee ze hun geld verdienen staat onder druk, omdat Amerikaanse jongeren andere drugs ontdekken, zoals Meth (methamfetamine).

Het geweld begon eind jaren tachtig, toen de drugskartels uiteenvielen. Van enkele honderden doden per jaar kwam het tot meer dan 15.000 drugsmoorden in 2010. In het noorden van Baja California, dat grenst aan San Diego, werden in dat jaar 540 moorden gepleegd.

Een bewaker die de bouwplaats op het strand in de gaten houdt, moet er niet aan denken om naar Tijuana te reizen. Terwijl hij er familie heeft wonen en zijn Mexicaanse accent niet onder stoelen of banken steekt. „Ik ben niet gek, man. Tijuana is een gevaarlijke stad.” Hij tikt op zijn heup, waar hij een pistool verborgen houdt. „Als ze me proberen te verrassen heb ik ook een verrassing.”

Die angst is overdreven, vindt David Shirk. „De kans om neergeschoten te worden is klein; het zijn drugskoeriers die elkaar afmaken. Ik voel me in Mexico niet onveilig. Hooguit in het verkeer: de meeste Mexicanen rijden als gekken.”

Uitbreiding van de grensbeveiliging, zoals politici voorstellen, is volgens Shrik onbetaalbaar. Elke mijl hekwerk kost 16 tot 20 miljoen dollar. Het Trans Border Institute schat dat de VS nu op 20 tot 40 miljard dollar per jaar aan grensbewaking uitgeven. „Je zou beter elk jaar tien miljard dollar kunnen investeren in de Mexicaanse economie.”

Shirk zoekt zijn inspiratie in Europa, al kampt dat nu met een crisis. „Europa begrijpt dat je je best moet doen om die verschillen te overbruggen en zo immigratie kunt beperken.” Maar vrij verkeer van personen is een te radicale stap voor Amerikanen, beseft Shirk. Hij haalt het voorbeeld aan van Alabama, de staat die nu haar burgers verplicht om illegale immigranten aan te geven.

„We weren illegalen en zeggen dat onze eigen voorouders legale immigranten waren die keurig in de rij hebben gestaan. Onzin: er waren vroeger nog geen regels. Die kwamen pas in de tweede helft van de negentiende eeuw, om Chinese immigratie tegen te gaan.”

De Amerikaanse melting pot kan alleen onder hoge druk ontstaan, met veel wrijving tussen bevolkingsgroepen, zegt Shirk: „We houden wel van burrito’s maar niet van Mexicanen. Wat dat betreft zijn we net zo xenofoob als alle andere landen. Misschien nog wel erger, omdat Amerika zoveel nieuwe immigranten trekt. We accepteren bevolkingsgroepen pas als er een nieuwe groep immigranten komt die we kunnen haten.”