Augustus

Piet Stoffelen (1939), PvdA-lid van achtereenvolgens de Tweede en Eerste Kamer.

Roman Opalka (1931), Pools-Frans kunstenaar die obsessief getallen schilderde. Aan het einde van zijn leven was hij bijna bij de zes miljoen.

Marshall Grant (1928), contrabassist in de band van Johnny Cash.

Guus van Hemert (1927), pater jezuïet en schrijver, maakte tv-programma’s voor KRO en IKON.

Gerrit Wormmeester (1932), progressief Rotterdams havenbaron, die snel het belang van containers zag.

Robert Breer (1926), kunstenaar en filmmaker, grondlegger van de Amerikaanse avant-garde in de jaren 50.

Fritz Korbach (1945), kleurrijk voetbaltrainer, die door clubs in nood als een soort wonderdokter werd binnengehaald.

Nieske Verbeek (1911), verpleegster in het onderduikersnetwerk, overleefde vrouwenkamp Ravensbrück.

Sven Westendorp (1969), lid harde kern Ajax-supporters en online-tickethandelaar. Hij werd vermoord.

Charles Breijer (1914), filmer en fotograaf, maakte clandestien foto’s van het dagelijks leven tijdens de bezetting.

Willem van Zijll (1916), directeur Nederlands Olympisch Comité van 1947 tot 1959 en tot 1981 algemeen secretaris van de Nederlandse Sportfederatie.

Jean Tabary (1930), tekenaar van de Franse cultstrip Iznogoedh, waarin hij met schrijver René Goscinny politiek tot de essentie terugbracht.

Gil Courtemanche (1943), Canadees schrijver en journalist wiens essays zijn gebundeld onder de titel Douces colères (Zachte woede).

Gualtiero Jacopetti (1919), Italiaanse regisseur die werd bewonderd om zijn sprankelende associaties, onder meer in Mondo Cane.

Raul Ruiz (1941), Chileens regisseur en theatermaker, die in Parijs werkte en in 1982 speelfilm Het dak van de walvis maakte met Willeke van Ammelrooy.

Jack Layton (1950), Canadees politicus, maakte zijn sociaal-democratische NDP tot grootste oppositiepartij.

Nick Ashford (1941), schreef met echtgenote Valerie Simpson hits als Ain’t no Mountain High Enough (Diana Ross) en I’m Every Woman (Chaka Khan).

Jerry Leiber (1933), schreef tekst voor de door de zwarte muziek geïnspireerde sound van Elvis’ beginjaren.

Vicco von Bülow (1923), gaf Duitsland als cartoonist onder pseudoniem Loriot humor terugna de Tweede Wereldoorlog.

Douwe Fokkema (1931), sinoloog, grondlegger van de vergelijkende literatuurwetenschap.

Dragan Klaic (1950), directeur van het Theater Instituut Nederland en docent aan tal van universiteiten.

Frank Michael DeLeo (1947), voormalige manager van popartiest Michael Jackson.

Esther Gordy Edwards (1920), maakte met broer Berry Gordy Jr. platenlabel Motown groot.

David Edwards (1915), bluesmuzikant, bijgenaamd ‘Honeyboy’, werd bekend van nummers als Long Tall Woman Blues en Gamblin’ Man.

René de Monchy (1927), Rotterdams zakenman en drijvende kracht achter openhouden en uitbreiden van vliegveld Zestienhoven.