Allemaal projecties van angst

Het was een klein berichtje aan het begin van de week, van de persbureaus Associated Press en Agence France Presse: de Braziliaanse economie is groter dan de Britse. Brazilië sluit 2011 af met een bruto nationaal product van 2,5 biljoen dollar, het Verenigd Koninkrijk met 2,48 biljoen dollar. De Braziliaanse minister van Financiën was tevreden. Vóór 2015 zal Brazilië ook Frankrijk hebben ingehaald, voorspelde hij. „En wie weet zelfs Duitsland”.

Niet dat de Britse media het onderzoek door het Londense Center for Economics and Business Research overnamen. Alleen de opiniepagina van The Independent signaleerde het. Het breaking news ging tot na de kerstdagen over de gezondheidsperikelen van de 90-jarige prins Philip, echtgenoot van koningin Elizabeth. Hij werd de dag voor Kerst opgenomen in een ziekenhuis en onderging een ingreep aan een geblokkeerde kransslagader.

Het aantal diepgravende verhalen en reportages van buiten de grenzen was deze week sowieso mager; op de vele – goede – terugblikken op de Arabische lente na, en tenzij artikelen over rijke Chinese koopjesjagers in de Britse uitverkoop en Russische tycoons die hun strijd in Britse rechtszalen uitvechten, mogen worden meegerekend. Maar dat wordt eerder gezien als een zorgelijke invasie van de BRICs (Brazilië, Rusland, India en China).

Over het nabije buitenland en diens eurocrisis, die twee weken geleden nog voorpagina’s domineerde, was het nagenoeg stil. Is de belangstelling verdwenen, of somde The Sun woensdag het Britse gevoel goed op? De tabloid kopte: „Grenzen dicht als euro instort.” De Britten, schreef de Sun, zullen de grens sluiten voor Fransen, Duitsers en Nederlanders die als de euro instort „wanhopig” met hun creditcard in het Verenigd Koninkrijk geld zullen proberen op te nemen. Zo’n zelf verkozen isolatie is helemaal niet erg: „De vrees bestaat dat een run op Britse banken ervoor kan zorgen dat ze Britse bedrijven niet meer kunnen helpen.”

Aandacht was er wel volop voor isolement van een andere orde. De BBC vertoonde de begrafenisparade voor de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-Il bijna live, en schakelde regelmatig over naar de correspondent in Zuid-Korea en verschillende deskundigen. De Daily Telegraph bracht pagina’s met foto’s en uitleg, The Independent analyseerde de zwijgzaamheid van de nieuwe leider, en zelfs de tabloids hielden zich met Noord-Korea bezig.

Vrijwel alle media somden de eigen fascinatie op met „zeldzame aanwijzingen over de meest gesloten maatschappij ter wereld”. Nieuwe feiten werden er niet gebracht, wel volop speculatie.

Misschien is het zoals correspondent Richard Lloyd Parry in the Times signaleerde. Hij werd in 2010 kort vastgehouden in Noord-Korea toen hij, zich voordoend als toerist, verslag probeerde te doen. Parry: „Er lijkt zich iets extreem belangrijks voor te doen in Noord-Korea, maar u wordt vergeven als u worstelt te bedenken wat dat dan is.” Want, zo zegt hij, door de geslotenheid van het land zijn de gebeurtenissen als „een scherm waarop buitenstaanders hun eigen angsten, verlangens en vooroordelen projecteren, en waardoor we meer onthullen over onszelf dan over het onderwerp dat we veinzen te begrijpen.”

Titia Ketelaar

    • Titia Ketelaar