We hebben mbo-technici nodig - niet al die onzin

Minister Verhagen doet veel te weinig als hoeder van de nationale innovatie. Laat onze industrie toch weten waar ze aan toe is, betoogt Ben Dankbaar.

Na de internetbubbel van 2001 en de hypothekenbubbel van 2008 zal het iedereen duidelijk zijn dat financiële innovatie een kwestie is van bellen blazen. Voor echte waardecreatie moeten we bij de ‘reële’ economie zijn, en dan in het bijzonder bij de industrie. Een verstandige politiek zou erop gericht moeten zijn deze motor van de reële economie een extra impuls te geven.

De regering doet dit niet. Wat bij premier Balkenende „sleutelgebieden” heette, noemt minister Verhagen (Economische Zaken, CDA) „topsectoren” en hij doet net of dit iets heel anders is. Hij heeft deze sectoren uitgenodigd om met plannen te komen. Deze plannen bestonden al, maar de minister heeft er veel minder geld voor. De sectoren zijn dus uitgenodigd om de bezuinigingen van de minister in te vullen.

De middelen voor innovatie in de ‘topsectoren’ zijn voor een groot deel verschoven naar een fiscale stimuleringsregeling die is uitgesmeerd over alle sectoren. Van focus op de terreinen waarin Nederland sterk is, is geen sprake meer. Ook is er flink gesneden in de middelen voor strategisch onderzoek op de lange termijn, onder meer aan de ‘topinstituten’ en universiteiten.

Balkenende zette met zijn innovatieplatform vernieuwing van de industrie op de agenda van de premier. Nu is er een minister voor innovatie die al anderhalf jaar op zijn handen zit en een premier die toekijkt.

Zonder technologische innovatie in de industrie kunnen de grote uitdagingen voor de moderne samenleving niet worden aangepakt. Schone energie, afbreekbare kunststoffen, veilige auto’s en treinen en robotica voor de bejaardenzorg of de gezondheidszorg ontstaan alleen door innovatie.

Uiteraard bestaan oplossingen niet alleen uit nieuwe technologie, maar ook uit nieuwe organisatievormen. Zonder industrie is er evenwel geen technologie en zonder technologie geen oplossingen.

Het industriebeleid zou zich meer moeten richten op deze grote uitdagingen. Dit lukt vaak niet, omdat ministeries elkaar beconcurreren, maar ook omdat moet worden gekeken naar alle mogelijke oplossingen – ook uit het buitenland – en niet alleen naar de oplossingen die de Nederlandse industrie aanbiedt. Dit neemt niet weg dat men aan de Nederlandse ‘topsectoren’ de vraag mag stellen welke bijdrage zij denken te leveren aan belangrijke maatschappelijke vraagstukken.

De politiek mag voorkeuren uitspreken voor of tegen specifieke technische oplossingen. Bedrijven zijn ermee geholpen als deze voorkeuren door de jaren heen constant en consistent zijn en worden omgezet in ondersteunend beleid. De beslissing van de Duitse regering om in de toekomst af te zien van kernenergie is een signaal dat de hele Duitse industrie op het spoor zet van de alternatieve energie. Het opzienbarende nieuws dat Siemens uit de kernenergie stapt, onderstreept het belang van zulke signalen.

Wat vaak wordt vergeten, is dat na onderzoek, uitvinding en octrooiaanvraag meestal nog heel veel moet gebeuren voordat een vinding op de markt komt. Pas als het product op de markt komt, kan er geld mee worden verdiend.

Mensen met een mbo-opleiding vervullen in deze fasen vaak een cruciale rol. In de komende jaren zullen door vergrijzing tienduizenden banen op mbo-niveau vrijkomen in de industrie. Als deze niet worden opgevuld, zal de industriële productie verdwijnen. Het is een illusie om te denken dat er dan in Nederland nog veel belangwekkende innovaties tot stand zullen komen. Onderzoek kan nog een tijd – met geld van de overheid – in Nederland blijven, maar de ontwikkeling zal, samen met de productie, verdwijnen naar elders. In de afgelopen jaren zijn productieactiviteiten naar Oost-Europa verplaatst, louter en alleen omdat er in Nederland geen medewerkers waren te vinden – niet vanwege verschillen in beloning. Het is dus van groot belang om het techniekonderwijs in het mbo zo aantrekkelijk mogelijk te maken (met goede leerkrachten, moderne faciliteiten, baangaranties, enzovoort), zonodig ten koste van populaire (en goedkopere) opleidingen waaraan Nederland minder heeft.

Ben Dankbaar is hoogleraar innovatiemanagement aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Deze bijdrage is gebaseerd op een hoofdstuk uit het deze maand verschenen boek Lessen uit de crash. Een antwoord op de financiële crisis, onder redactie van Frans Becker, Menno Hurenkamp en Paul Kalma.

    • Ben Dankbaar