Voorlichting

Mijn eerste seksuele voorlichting kreeg ik op mijn negende, van een meisje dat zes of zeven jaar ouder was. Haar broertje, twee jaar ouder dan ik, riep nog: „Doe dat nou niet!” want hij vreesde dat ik nog niet aan die waarheid toe was, maar ze zette door. Ze beschreef hoe mijn ouders de geslachtsdaad verrichten. Ik walgde. Dat ze tot zoiets smerigs in staat waren! „Zie je nou?!” riep broertje.

Zes jaar later was het weer zover. Hoewel de opvoeding van vijf zoons voornamelijk op mijn moeder was neergekomen, had ze één principe: alles onder de gordel was mijn vaders afdeling. Moeder vertrok naar een concert en mijn vader begon. „Ik mag aannemen dat je alles al weet?” „Ja,hoor”, zei ik gretig, want ik vond het een gênante situatie. We stonden ongemakkelijk tegenover elkaar, middenin de kamer. Ook was ik het ontwend meer dan twee woorden met mijn vader te wisselen. „Goed”, zei hij, „een paar belangrijke dingen.” Hij begon over homoseksuelen en dat ik die uit de weg moest gaan en hij schetste hoe die het met elkaar deden. „Wij noemden dat vroeger poepstampers”, zei hij op een toon die het midden hield tussen spot en minachting. Volgende punt. Masturbatie, toen nog onaneren geheten. Dat een gezonde jongen dat niet deed. Niet alleen liep je kans ruggemergkanker te krijgen, je werd er ook nog impotent van. „Neef Bert? Die met Fieke getrouwd is? Geen kinderen. Impotent. Van het onaneren.” Hoewel we thuis niet gelovig waren gebruikte hij ook het woord „zondig”. „Want,” zei hij, „daar is dat ding” – hij wees in de richting van mijn gulp – „niet voor bedoeld.”

„Nou, dat was het, jong”, zei hij en stak een verse pijp op.

Bliksems! Ik onaneerde minstens twee keer per dag. Dat hij dat wist! God ziet alles. Maar mijn vader blijkbaar ook.

Zelden heb ik zo lang achtereen staan blozen.

    • Peter van Straaten