Onze spullen vormen een uitdijend monster

Kunstenaar Judith de Leeuw ontdekte dat alle problemen die aan spullen kleven samenkomen in haar huiskamer.

„Stel bij alles wat je koopt de vraag: wil ik hier m’n hele leven mee verder?”

15.734. Dat is het aantal spullen dat Judith de Leeuw (30) in haar huis telde. Spullen, niet alleen van haarzelf, ook van haar vriend en kind. Ze telde haar huisraad en maakte er een film over, Overal spullen. Het tellen klinkt als een meditatieve cadans door de film. „Ik wilde een parallel trekken met het trage handwerk waarmee bijvoorbeeld in Chinese fabrieken onze spullen worden gemaakt.” Met de berg getelde spullen groeit een lichte wanhoop. „Elk individueel ding heeft nut, er was een reden waarom ik het gekocht heb. Al is het alleen maar omdat het me gelukkig zou maken. Maar bij elkaar vormen al die spullen een uitdijend monster.”

Waarom gaat jouw eerste lange film over spullen?

„Toen ik twaalf jaar geleden op mezelf ging wonen, moest ik dingen kopen die ik nodig had. Borden, bestek. Ik dacht dat ik op een gegeven moment alles wel zou hebben. Maar elf jaar later had ik nog steeds niet genoeg. Ondertussen was m’n vriend erbij gekomen en een kind. Er zijn nu plekken in ons huis waar we niet meer kunnen komen, waar dozen staan. Die plekken noemen we dan opslag. We hebben eigenlijk te veel, maar toch hebben we het gevoel dat we nog spullen nodig hebben.

„Ik ging daar onderzoek naar doen. Ik kocht boeken en las ze. Die research genereerde weer meer spullen, omdat ik steeds dacht: dat boek moet ik nog hebben, dan snap ik het echt. En nog een boek en nog een boek.”

Waar kwam je achter?

„Er kleven veel problemen aan spullen. Problemen die ver weg zijn: de omstandigheden waaronder spullen worden gemaakt, afval, milieuschade. En al die problemen komen samen in mijn eigen huis. Wanneer ik bijvoorbeeld nóg een regenjas voor m’n kind koop omdat ik zijn jasje bij opa en oma heb laten liggen. Dáár gaat het om. Ik heb dus op een hele directe manier te maken met de problemen elders.

„In een van de boeken las ik: ‘Spullen zijn de beste gedomesticeerde huisdieren.’ Maar dat is het niet, vind ik, het is eerder een wild beest. Toen ik de spullen eenmaal had geteld en ze daar zo geordend en genummerd in een loods lagen, voelde het als een overwinning, alsof ik het beest had getemd. Los van elkaar hebben de spullen allemaal een eigen logica. Spullen zijn er om ons te helpen, maar er is een omslagpunt: het moment waarop wij in dienst staan van de dingen. Dat zij de regie overnemen. Koop je een camera, dan zijn er binnen een mum van tijd weer betere en daar moet je ook een hoesje bij, en een bepaald snoertje, en dan past het niet op de pc en dan moet je eigenlijk ook een nieuwere computer, en daar moet weer een muis bij, en een toetsenbord, en iets waar je het op kunt zetten...”

Je film is erg persoonlijk geworden: alles draait om jouw spullen.

„Ik toonde wat beelden, en toen zeiden veel mensen: waarom heb je niet een boot gefilmd die spullen dumpt op een Afrikaans strand? Maar ik vond het een beetje makkelijk om naar de Stille Oceaan te vliegen en daar met een crew van vier mensen één shot te maken. De abstractie van ver weg maakt het geruststellend, dat wilde ik niet. Een deel van het plastic dat in zee drijft is mijn troep, dus waarom zou ik het dan niet met mijn eigen spullen uitbeelden?”

In de film vertel je hoe je met spullen je identiteit vormgeeft. Dat doe je vooral voor mensen die je wel kent, maar niet heel goed, zoals de andere moeders bij de crèche. Wat kocht je om die reden?

„De laatste Macbook. Toen ik op het kantoor van de producent – waar vaak ervaren filmmakers zitten waarbij ik me onzeker voelde – die nieuwe laptop openklapte, voelde ik me toch een betere, professionelere filmmaker. Ik heb het ook wanneer ik een Moleskine-boekje koop, dan voel ik me direct al een beetje een schrijver.

„Zo werkt het dus ook echt. Je zou denken dat mensen elkaar niet beoordelen op basis van hun spullen. Maar toen ik onbekende mensen uitnodigde om naar al onze uitgestalde spullen te kijken en hen vroeg te beschrijven wat voor mensen dit zijn, zei niemand: ‘Hoe kan ik dat nou weten?’ Iedereen gaf antwoord en nog behoorlijk veroordelend ook. ‘Oude hippies, die nog steeds zo leven.’ Ik vroeg ze of het leuke mensen zijn, of ze dachten dat het hun vrienden kunnen zijn. Ze zeiden allemaal ‘nee’. Er volgde een oordeel, door iedereen. Ik schrok daar best van, maar besefte tegelijkertijd dat ik het materiaal kreeg waarop ik hoopte.”

Het is een vragende film. Wil je ook aanzetten tot verandering?

„Het is in de eerste plaats een artistieke analyse. Als wij, de filmcrew, een oplossing hadden voor alle problemen die aan spullen kleven dan zouden we de Nobelprijs winnen. Ik wil wel heel graag dat er iets verandert natuurlijk. Is dat activisme? Een beetje. De oplossing komt er wel, denk ik.

„In een interview per video zei Benjamin Barber, de auteur van Infantiele consument, tegen me: je moet je voordat je iets nieuws koopt afvragen of je het echt nodig hebt. Maar dat is niet de goede vraag, want ik kan altijd wel een reden verzinnen. Misschien moet de vraag zijn: heb ik het al? Dan is het antwoord bijna altijd ja. Toch kun je het oude ding dan nog weggooien. Maar dat is alleen maar een verplaatsing van het probleem, je spullen zijn gewoon ergens anders. Ik ontdekte dat je je eigenlijk moet afvragen: als weggooien niet echt weg betekent, wil ik hier dan de rest van mijn leven mee vooruit?”

Maar we kopen niet alleen vanwege het voorwerp zelf, maar ook vanwege het gevoel dat kopen ons geeft. Is daar een alternatief voor?

„Ik heb dat met sokken. Die koop ik altijd graag, daarom hadden we er ook 312. Het zijn kleine troostaankopen. Je ziet iets en even denk je: alleen dat nog. Als ik dát heb, dan heb ik echt alles. Dat kleine ding lijkt symbool te staan voor een heel gelukkig leven. Maar na een uur is de glans er alweer vanaf. Dat geldt ook voor spullen die je koopt om weg te geven. Mijn moeder geeft graag kado's met Sinterklaas. Want het is zo leuk, en hoeveel kost het nou? Je wilt een ander het plezier van het geven ook niet ontnemen.

„De Nederlander vindt funshoppen een van de leukste tijdsbestedingen. Kunnen we daar iets anders voor verzinnen? Je kunt denken aan een alternatieve economie, gebaseerd op wederkerigheid, maar dan moet er ook iets in plaats van het kopen komen. Een andere bezigheid op de plaatsen waar nu wordt gewinkeld. Lezingen bijvoorbeeld, of een uitwisseling van kennis en ideeën, een plek waar mensen nieuwe dingen ontdekken. Ik laat het aan anderen om daar wat op te bedenken.”

Docu

Overal spullen

Van Judith de Leeuw. Morgen om 14.55u. op ned. 2. Herh.: maandag 2 jan 14:30u., ned. 2.

    • Laura van der Wal