Mug verzot op mens met veel bacteriën

De bacteriën op onze huid bepalen hoe aantrekkelijk we zijn voor muggen. ‘Lekkere’ mensen hebben meer bacteriën op hun huid dan ‘minder lekkere’ mensen. De voor muggen aantrekkelijke mensen hebben wel minder verschillende soorten bacteriën op hun huid en het zijn doorgaans andere soorten dan bij mensen die minder last van muggen hebben. Wageningse onderzoekers schrijven hierover deze week in het tijdschrift PLoS ONE.

Muggen die een bloedmaal nodig hebben gebruiken een aantal hulpmiddelen om een lekker plekje op een gastheer te vinden. Ze vliegen op warmte en vocht af en gebruiken hun ogen. Bovendien laten ze zich sterk leiden door geur. Dat was al vaker vastgesteld. Die geur danken we voor een groot deel danken aan de bacteriën op onze huid. Maar nog nooit eerder waren wetenschappers op het idee gekomen om de aantal en soort huidbacteriën bij mensen in verband te brengen met hun aantrekkelijkheid voor muggen.

Aan het Wageningse onderzoek deden 48 vrijwilligers mee. Voorafgaand aan het onderzoek mochten zij een tijdlang niet douchen, knoflook of uien eten of geparfumeerde producten gebruiken. De onderzoekers schraapten bij alle vrijwilligers met een speciaal apparaatje bacteriën van de voeten.

De voeten, zo leggen ze in hun artikel uit, zijn het belangrijkste doelwit van de malariamug, waarmee ze het experiment uitvoerden. Vervolgens testten de onderzoekers welke personen de muggen het aantrekkelijkst vonden. Dat deden ze niet door muggen op de mensen los te laten. In plaats daarvan gebruikten ze de ‘geurmonster’ van de voeten van de proefpersonen, waarna ze keken voor welk geurmonster de muggen een voorkeur hadden.

De ‘lekkerste’ proefpersonen hadden ongeveer duizend keer zoveel bacteriën op hun voeten als de ‘minst lekkere’. Maar bij die laatste groep was de diversiteit wel 38 procent hoger. De muggen bleken een sterke voorkeur te hebben voor mensen met veel Staphylococcus-bacteriën, en juist een afkeur voor mensen met veel Pseudomonas-bacteriën. De biologen hopen deze informatie te kunnen gebruiken bij het ontwikkelen van anti-muggenmiddelen.