Maar de jongeren drinken wel lekker door, zeggen ze

Drinken hoort erbij. En dat het bij de zoektocht naar je eigen grens een keer misgaat, nemen jongeren op de koop toe. Maar wie vaak te veel drinkt, die is sneu en zielig.

We weten dat jongeren steeds vaker door alcohol in het ziekenhuis belanden. We weten ook dat alcohol in Nederland makkelijk te krijgen is.

Maar waaróm drinken jongeren eigenlijk zo graag?

Op een donderdagavond in een jongerencentrum in Uithoorn willen er zestien praten. Vier meisjes en twaalf jongens. Ze zijn tussen de veertien en eenentwintig jaar, doen vmbo, havo en vwo. Ze volgen een opleiding grafisch vormgeven of werken bij een slagerij.

Een van hen heeft nog nooit gedronken (want moslim), de rest drinkt wekelijks, een paar dagelijks. Zeker de helft kent iemand die door alcohol in het ziekenhuis moest worden opgenomen. Drie van hen belden al eens een ambulance om een vriend te hulp te schieten die „maar bleef kotsen”, „steeds omviel” of „vier keer knock-out ging”.

Waarom ze drinken? Omdat ze het lekker vinden. Dat antwoord geven ze alle vijftien. Als eerste.

„Ik dronk mijn eerste biertje vorig jaar”, vertelt een van hen – een meisje van veertien. Stiekem. „Mijn moeder heeft nog liever dat ik rook dan dat ik drink. Het tast je hersens aan, zegt ze.” Dat drinken eigenlijk niet mag, was in het begin wel spannend, maar het is nu niet meer de reden dat ze twee keer per week, als ze uitgaat, drinkt. „Ik vind het echt lekker.” En wat ze vies vindt, dat drinkt ze niet, zegt ze. „Van wijn word ik suf.”

Of je drinkt en hoeveel je drinkt, bepaal je zelf, zeggen ze alle vijftien. Al denken vier van hen wel dat er genoeg anderen zijn die meedoen tegen hun zin. Hanneke Smienk (17): „Die hebben het lef niet om nee te zeggen.” Dirkje van den Boogaard (17): „De druk van de groep is te groot.”

Niet gek, zeggen ze, want vrijwel iederéén drinkt. Alcohol is een gewoonte. Drank hoort gewoon bij uitgaan, zoals taart bij een verjaardag. Zeg dan maar eens nee.

Hanneke Smienk: „Waar je ook afspreekt met je vrienden, overal is drank te krijgen.” Redouan Amankur (21), die zelf niet drinkt: „Mijn vrienden hebben geen reden om niet te drinken.”

Drank is dus een gewoonte. Het is lekker en leuk. Maar is te veel drinken dat ook?

Nee, zeggen ze alle vijftien. Sterker nog: iemand die iedere week laveloos is, die is „sneu”, „zielig”. Je moet je grenzen kennen, vinden ze. Jack Kooyman (18): „Je moet in de gaten houden of er iemand in de buurt is, die wél nuchter blijft.”

Dat het bij die zoektocht naar je eigen grens een keer misgaat, nemen ze op koop toe. Dat overkomt iedereen een keer, zegt Jarmo Besselink (18).

Neem de jongste van de groep, een meisje van veertien. Ze heeft een tijd gehad, zegt ze, dat ze zich met vriendinnen opsloot op haar kamer met een fles Bacardi Razz – een zoet drankje met 32 procent alcohol.

Ons codewoord, vertelt ze, was ‘koekjes eten’. „Dat betekende: drinken tot je erbij neerviel. En dat gebeurde ook.”

Ze wilde meemaken wat dat is, dronken zijn. En nu ze dat weet, is dat genoeg. „Zo ver ga ik nu niet meer.”

Dronken worden is bij de meesten geen doel meer. Veel belangrijker is juist precies zoveel drinken dat je je beter voelt. Vijf van de vijftien noemen alcohol expliciet als een middel om „leuker”, „beter” of „gelukkiger” te worden. Ze durven meer, zoals dansen, of meisjes versieren. Ze noemen drank bevrijdend.

Een van de jongens (15) legt uit dat hij van zichzelf nogal gesloten is: „Ik heb moeite de controle los te laten. Als ik verdrietig ben, of boos, dan kan ik dat niet uiten. Het voelt goed om het er dan eens uit te gooien.”

Drie van hen zien drank als een manier om stress of nare gevoelens te onderdrukken. „Als je je rot voelt, ga je snel meer drinken dan anders”, zegt Hanneke Smienk. „Toen het uitging met mijn vriend bijvoorbeeld. Dan ga je los.”

    • Lineke Nieber