Kanonslag

Eén voet in De Rijswijkse Vuurwerkhal, of daar begint het gedonder al. Een korte, potige man in een bomberjack van ADO Den Haag, met ringetjes door wenkbrauw en oren, staat tegen een jongetje te schreeuwen:

„Moet jij weer eigenwijs doen!? Moet jij weer eigenwijs doen!?”

Het jongetje vroeg blozend van verrukking of ze nou echt wel alles hadden, van het lijstje.

Maar ach, dat is de opwinding. De man blijkt nogal toepasselijk Danny Poot te heten. Als Danny eenmaal enthousiast vertelt over zijn werk in de tomaten („Indraaien, snoeien, blad snijden, laden, lossen, ik doe echt álles”), dan staat de kleine Jeremy alweer te glunderen, want Danny heeft voor 55 euro vuurwerk voor hem gekocht. Dit in opdracht van Jeremy’s moeder.

„Vroeger stak ik vuurwerk af met mijn vader”, zegt Jeremy, „Maar nou zijn ze gescheiden.”

Jeremy (12) doet het nu zelf. Danny begint daar niet aan, hij vertrouwt het niet meer „met die Oost-Europese rotzooi”. Bij ADO gooide iemand laatst nog een vlinderbom op het veld, zat er meteen zó’n krater in de grasmat. Dat was nou ook weer niet de bedoeling.

„Dus ik heb een vuurwerkbril voor hem gekocht”, zegt Danny.

Jeremy: „Die zet ik niet op. Dat vind ik niet mooi.”

Danny: „Doe normaal man!”

De zware vlinderbommen komen illegaal uit Italië. Napels, volgens verkoper Max van Laren. Met twintig man staan ze dezer dagen 400 bestellingen per nacht in te pakken. Bekende knalmerken met veel kruit, zoals Bonfireworks en China Red Label.

De man die wensballonnen koopt („Maar zijn ze wel milieuvriendelijk?”) valt enigszins uit de toon. Wensballonnen, geliefd bij mensen die hun kerstboom decoreren met gehaakte ballen uit de wereldwinkel, zweven stilletjes de lucht in. Geen ruk aan dus voor Shirley Homs en haar vriend Rémy, die probleemloos 650 euro afrekenen „voor kleine Rémy”. Senior heeft een stukadoorsbedrijf. Junior is pas zeven en dochtertje Kirsten (4) drukt nu al haar oren dicht. „Wij zijn wel blij als het 1 januari is”, zegt Shirley. „Als alles er dan nog op en aan zit.”

Dan komen Hendrik van der Peet (75) en Tedros Gebretensae (46) in beeld.

„Gebrétensae”, zegt Hendrik, oplettend in mijn blocnote glurend.

„Ik heb een beetje een rare naam”, vergoelijkt Tedros.

„Jij heb geen rare naam, jij komt uit Eritrea”, zegt Hendrik.

Buurmannen, blank en zwart, allebei in zo’n brave korte herenjas met een pantalon eronder. Hendrik kocht „een beetje rustig vuurwerk, gezien mijn leeftijd” en Tedros kwam voor een kanonslag voor zijn zonen Nathan (11) en Kebvon (9).

„Kebvon. Met een k”, spelt Hendrik.

„Ik ben in principe tegen vuurwerk”, zegt Tedros.

Hendrik: „Maar de jongens zetten een veiligheidsbril op. Hè jongens?”

Nathan stompt Kebvon en Kebvon grijnst terug. No way.

    • Margriet Oostveen