'Ik had niet de intentie om hem in eerste instantie te schoppen'

Na een weddenschap ging Wesley van W. het veld op tijdens het duel Ajax-AZ. „Mijn probleem is een beetje dat als ik dronken ben, een grens wegvalt.”

Het leek Wesley van W. „prachtig” om het veld van de Arena op te rennen, „met al die mensen eromheen”.

Na een halve fles cognac en een aantal bekers bier was er alleen nog een weddenschap voor nodig om het ook daadwerkelijk te doen. Het ging om vijftig euro. Ideetje van zijn broer en zijn zwager. En dan zou hij ook nog AZ-keeper Esteban schoppen. Was het zo gegaan, vorige week woensdag tijdens de bekerwedstrijd Ajax-AZ? Ongeveer, alleen:

„Ik had niet de intentie om hem in eerste instantie te schoppen.

„Ik weet niet zeker of ik ook gezegd heb dat ik hem zou schoppen.

„Ik dacht later dat ik alleen het veld op wou rennen.

„Ik wilde hem alleen laten schrikken door hem op zijn been te schoppen.”

Gisteren stond Van W. (19) terecht in een snelrechtzitting voor de Amsterdamse rechter. De hooligan die in de Arena het veld op rende om Esteban te schoppen. Van het incident herinnert hij zich nog „een paar dingen”. Maar „veel stukken zijn weg”. Zijn handen zijn gevouwen. It’s not a game staat op zijn T-shirt, met een opdruk in de stijl van de videogame Grand Theft Auto. Als hij opstaat van zijn stoel trekt hij zijn laaghangende broek op. Een beetje als vorige week, voordat hij zijn sprint richting Esteban inzette.

Na zijn aanhouding zei hij de keeper te hebben geraakt. Dat neemt hij terug, bij het herzien van de beelden. „Ik heb het eerst op een smartphone gezien. Daarop leek het dat ik hem raakte. Maar nu zie ik op een groot scherm dat dat niet zo is.” Dat heeft u dan snel gezien, zegt de rechter. Waarom verklaarde Esteban pijn in zijn onderrug te hebben gevoeld?

Van W.: „Misschien om het erger te laten lijken.”

Hij had al een stadionverbod. Toch ging hij met zijn broer en zwager naar de Arena. „De verleiding is te groot”, zegt hij. Het veld op klimmen was „makkelijk”. „Er zat alleen maar een man half te slapen.” Na een toiletbezoek besloot hij het te doen. „Mijn probleem is een beetje dat als ik dronken ben, een grens wegvalt.”

Van W. is 1 meter 92 en heeft een IQ van 71. Hij heeft een oppositioneel- opstandige gedragsstoornis (ODD). Volgens zijn advocaat gevolg van zuurstofgebrek toen hij tweeënhalf was. Hij stikte bijna in een ijsje.

Werk heeft hij niet. „Ik ben een paar maanden geleden ontslagen. Misschien ben ik iets te kieskeurig in wat ik precies wil. Ik heb geen diploma dus er zijn weinig baantjes voor mij beschikbaar die ik wil.”

Zijn ouders zitten schuin achter hun zoon. Ze houden elkaars handen vast. Als er gelachen wordt, maakt de moeder zich kwaad. De rechter maant tot stilte. Van W. draait zich om en zegt: „Mag ik vragen waarom er zo veel mensen in de zaal zitten?”

De zaak heeft „kennelijk enige aandacht getrokken”, zegt de rechter. Van W.: „Dus iedereen mag er zomaar bij zitten? Mensen zitten gewoon te lachen.”

Voor de rest is hij rustig. Nog één keer valt hij uit zijn rol. De rechter vraagt hem naar een mishandeling op 27 februari, waarvoor hij nu ook terechtstaat. Daarvan weet hij zich weinig te herinneren. Geïrriteerd: „Het is een fout van jullie dat dit zo laat behandeld wordt.”

Eerdere delicten leverden hem al jeugddetentie op. „Alles wat ik heb lopen is onder invloed van drank”, zegt Van W. „Ik denk dat daar het probleem ligt.” Maar: „Ik heb aangegeven dat ik opensta voor hulp.”

„Openstaan? U moet het zelf doen”, zegt de rechter.

Van W.: „Ik denk dat het dubbeltje nu wel is gevallen.”

Zijn familie wist hoe hij onder invloed van drank is. Triest, zegt de officier van justitie, dat juist zijn broer en zwager hem hebben opgejut en niets deden hem tegen te houden. Toch legt hij de volle verantwoordelijkheid bij de verdachte: poging tot zware mishandeling met voorbedachte rade.

De rechter volgde hem daarin.

    • Bart Hinke