Ik had een blinde vlek. Was vooral bezig met mezelf

In luttele jaren groeide advocaat Dion Bartels uit tot dé vastgoedexpert van Nederland. Zijn bv draaide als een lier. Tot hij eind 2009 werd geschorst wegens onbehoorlijke bedrijfsvoering. Zijn agressieve klantenwerving ging volgens de Orde van Advocaten te ver. Nu vecht hij voor rehabilitatie. Het laatste van drie artikelen over gevallen ondernemers.

Nederland, Den Dolder, 22-12-2011. Portret van de voor onbepaalde tijd geschorste advocaat Dion Bartels op de Golfsocieteit de Lage Vuursche. Foto: Andreas Terlaak Andreas Terlaak

Dit gesprek met voormalig advocaat Dion Bartels begint eigenlijk twee keer. Eerst op de parkeerplaats van restaurant Wilhelminpark in het gelijknamige park in Utrecht. Bartels komt aanstuiven in zijn blauwe Volvo. Vijf minuten te laat. Curriculum vitea onder zijn arm geklemd.

Hij knikt even kort. Klopt, daar aan de overkant van het park woonde hij tot 2010 in een van de statige herenhuizen. Hoe dat is om zijn oude huis te zien? Hij moest er toch uit vanwege financiële problemen? Hij trekt een wenkbrauw op. Ik heb verstand van onroerend goed, zegt Bartels dan. Dus zag hij de problemen op de huizenmarkt aankomen. „En toen heb ik mijn huis voor een uitstekende prijs verkocht. Nu zou ik er zo vier ton minder voor hebben gekregen.”

In het restaurant wijst hij de trap naar boven, waar hij een zaaltje gereserveerd heeft. Dan is hij weg. Even handen wassen. Bijna tien minuten later komt hij terug. „Ik zag een paar bekenden. Die moet je dan natuurlijk even gedag zeggen.”

Nog een keer proberen. Hij werd toch in november 2009 geschorst als advocaat wegens onbehoorlijke bedrijfsvoering? Kort daarna ging toch zijn eigen kantoor failliet? En toen moest hij toch zijn huis verkopen? Kijk, zegt Bartels, ik was geschorst als advocaat en dan heb je geen inkomsten meer. „Als je geen inkomsten meer hebt, moeten je woonlasten naar beneden. Dan verkoop je je huis en huur je iets.”

Dat heeft hij dus gedaan. „Maar ik heb het wel voor een goede prijs verkocht hoor.” Of het dan toch niet een beetje pijn doet zijn oude huis weer te zien, dat hij eigenlijk moest verlaten omdat hij er zelf een zooitje van had gemaakt? „Natuurlijk is er emotie als je de deur voor de laatste keer dichttrekt.” Maar, zegt hij dan snel, er zijn belangrijkere dingen in het leven.

Eigenlijk duurde de roem van Dénis André Napoléon Bartels nog geen drie jaar. In 2007 werd hij bekend als vastgoedadvocaat. Hij had net een nieuw eigen kantoor en altijd als er iets te doen was over vastgoed, klopten kranten, radio en televisie bij hem aan.

Nou ja, eigenlijk was het andersom. Hij wist vooral zelf de media goed te vinden. Hij belde, sms’te, stuurde persberichten. En iedereen mocht hem altijd bellen. Toen was hij ineens dé vastgoedexpert, altijd goed voor pittige uitspraken. Stond hij ineens voor de camera’s van de NOS. Zo gaat dat.

Een ander hoogtepuntje was toch wel de avond dat hij VVD-Tweede Kamerlid Rita Verdonk had uitgenodigd als spreker bij een van zijn zogeheten Wilhelminatafels. Had hij al verteld wat dat was? Hij organiseerde elke maand een diner in restaurant Wilhelminapark, met allerlei mensen. Dat doet hij trouwens nog steeds. Doelgroep? Mensen die positief in het leven staan, willen leren en iets meegemaakt hebben. Kijk, het is niet alleen aanzitten, je moet ook wat vertellen. Dan tot tien uur dineren, vervolgens naar het café. „Ik ben zelf een netwerker pur sang, dus met zulke avonden kan ik mooi mijn netwerk onderhouden.”

Goed, hij had dus – zelf ook VVD’er – Verdonk als spreker. Topavond. Zestig aanmeldingen, onder wie twee journalisten. „Die zaten er op verzoek van Verdonk”, benadrukt Bartels. Maar hij was er ook wel blij mee. Want Verdonk ging weer flink tekeer tegen Mark Rutte en het beleid van de VVD. Een paar dagen later werd ze uit de fractie gegooid.

Nu zegt Bartels dat Verdonk anders op een later tijdstip wel uit de fractie was gezet. Het zat er gewoon aan te komen. Maar hij vond het toch wel mooi? Zijn avond, die een fikse rel oplevert. Hij denkt even na en grijnst dan. „Ja, dat was natuurlijk wel hartstikke leuk. Klopt.”

Het leverde hem nog meer aandacht op. Geweldig, vond hij dat. En zijn kantoor kreeg er ook meer klandizie door. Hij was gespecialiseerd in beleggingsfraude, met kleine niet-beursgenoteerde fondsen. Van die fondsen waar gewone mensen spaargeld instaken. Dat werd vervolgens nooit belegd, maar opgemaakt aan auto’s, huizen en reizen van de oplichters van het beleggingsfonds.

Bartels was de eerste die riep dat Palm Invest niet deugde. Een piramidefonds, riep hij. En hij kreeg gelijk. Een paar maanden later werden de oprichters opgepakt, en ook veroordeeld. Hij schreef nog een boek over Palm Invest. Want hij had die fraude toch maar mooi ontdekt. „Een bestseller geworden.” Maar echt, al die aandacht was niet zijn drijfveer, zegt Bartels. Onrecht bestrijden, daar ging het hem om. „Dat had ik als klein kind al.”

De klanten en hun geld stroomden binnen in 2008. Bartels wierp zich op als dé helper van gedupeerde beleggers. In drie jaar tijd had zijn kantoor 18 man personeel; 7 advocaten, 7 juridisch medewerkers en 4 secretaresses. „De bv draaide als een gek.”

Bartels maakte zwarte lijsten met malafide vastgoedfondsen. Tenminste, fondsen die hij malafide vond. Soms moest hij de lijst wat aanpassen of hij moest een schadevergoeding betalen. Had hij een rechtszaak verloren tegen een fonds dat wel degelijk geld in vastgoed stak. Hoorde bij het spel vond hij toen.

Maar daar dacht de Orde van Advocaten anders over. Hij kreeg een paar waarschuwingen nadat hij beleggingsfondsen had beticht van frauduleuze praktijken die hij niet waar kon maken. Of hij een beetje wilde dimmen. „Voorkom cliënten te werven over de rug van een (toekomstige) wederpartij”, was de oproep.

Andere advocaten ergerden zich ook kapot aan Bartels. Ze noemden hem een schande voor het vak. Vastgoedondernemers die door Bartels beschuldigd werden van fraude, klaagden hem aan en legden bij hem beslag. Ze noemden hem een pyromaan die vervolgens zijn eigen brandjes ging blussen. Met al z’n publicitaire geweld een vastgoedfonds in de problemen brengen en vervolgens beleggers tegen een forse vergoeding hulp bieden. Zo klaagde de Nederlands-Canadese ondernemer Richard Homburg, tot voor kort de grootste aanbieder van vastgoedbeleggingen in Nederland, hem met succes aan.

In november 2009 had de Orde van Advocaten het gehad met Bartels. Hij werd voor onbepaalde tijd geschorst wegens onbehoorlijke bedrijfsvoering. De orde had het over „een wankele financiële basis” van zijn kantoor. De agressieve klantenwerving was over de grens.

Daarna ging zijn kantoor dus failliet. Hij werd juridisch adviseur. Beetje commercieel advies, wat tips over vastgoed; dat soort dingen. Een dikke anderhalf jaar kwam hij niet meer in de media.

Dat had hij eerder moeten doen. Elke maand was er ook wel iemand die dat tegen hem zei, zegt Bartels nu. „Mijn vrouw, andere advocaten, klanten, mijn fiscalist. Dimmen, doseren, zeg nou eens nee als je weer voor de tv of radio gevraagd wordt.” Maar hij luisterde niet. Zit niet in mijn karakter, zegt hij. Hij heeft niet voor niks Napoléon als derde naam. En ja, hij is gevoelig voor publiciteit. Zeg maar gerust overgevoelig.

Het is zo gelopen, zegt Bartels nu. „Ik kan voor één klant brieven schrijven en beslagen leggen. Dat kan zo maar 20.000 euro kosten. Maar als je dat voor 20 of voor 200 klanten doet, is het veel goedkoper.” Hij had verstand van onroerend goed. „Kijk maar naar mijn cv.” En hij wist hoe het spelletje met vastgoed werkte en dus ook dat er veel gefraudeerd werd. „Dus ging ik optreden voor gedupeerden. Ik ben een belangenbehartiger, altijd geweest. Maar ik was ook altijd ondernemer. Ik heb altijd mijn eigen geld verdiend.”

En toen hij overspoeld werd met cliënten, ging het mis. Op kantoor kwam hij niet zo veel meer. Bartels was altijd op pad. Netwerken, klanten werven, media-optredens. De belangenbehartiger verloor de belangen van zijn klanten uit het oog.

Alles draaide alleen nog maar op de bv-Bartels, geeft hij toe. Het kantoor werd een zooitje. Als hij een mooie overwinning op een vastgoedfonds voorzag, boekte hij de winst vast in. Bartels zag het toen niet. „Ik had een blinde vlek. Was vooral bezig met erkenning voor mezelf.”

Hoeveel mensen door zijn faillissement gedupeerd zijn? „Alle werknemers hebben weer een baan. En zij hebben de cliënten meegenomen. Die zijn niet benadeeld”, zegt hij snel. Dan zijn er nog wat „professionele partijen” die niet betaald hebben gekregen: adverteerders, de huisbaas van zijn kantoor.

Hij heeft gemerkt dat hij best zonder publiciteit leven, zegt hij nu. Recent heeft hij nog ‘nee’ gezegd tegen Pauw & Witteman. „Ik ben rustiger geworden. Vroeger was ik altijd alleen maar bezig met mijn eigen boodschap.” Dan vertelde iemand anders hem iets over problemen met werk of een relatie en dan ging het zijn ene oor in een zijn andere uit. „Nu hoor ik het ook als anderen iets vertellen.”

Dat is ook wel handig nu hij zichzelf verhuurd als dagvoorzitter of veilingmeester. Regelmatig melden zich nog mensen bij hem met een juridisch probleem. „Soms stuur ik die dan door naar een andere advocaat. Dat zou vroeger niet in mij opgekomen zijn.”

Soms steekt de oude Bartels weer even de kop op en bereidt hij zich voor op een aanval. Dan vindt hij bijvoorbeeld dat hij wel heel zwaar is gestraft. Hij had niet gefraudeerd, niemand besodemieterd. Strafrechtelijk niets fout gedaan.

Ja, hij had een hele grote bek. „Maar neem nou zo’n Moszkowicz.” Dan stopt hij abrupt. „Nee, nee, ik moet me niet afzetten tegen collega’s.” Hij wil de komende tijd goed gedrag laten zien „Want ik overweeg serieus terug te komen als advocaat.” Dus zegt hij ook niets over Richard Homburg, wiens vastgoedfondsen sinds september in surseance van betaling verkeren. „De feiten spreken voor zich.”

En omdat misschien toch niet genoeg is, pakt hij er een column bij van professor Pé Kohnstamm in het blad Vastgoedmarkt van november. Hij schrijft over fraude met beleggingsfondsen. Bartels leest voor. „Lang daarvoor heeft mr. Dion Bartels al de misstanden bij een aantal aanbieders blootgelegd. De wijze waarop hij de publiciteit zocht en gedupeerde beleggers bijstond, was niet altijd correct en zorgvuldig, maar met de kennis van nu moeten wij erkennen dat hij een belangrijke rol heeft gespeeld als klokkenluider.” Tot slot pleit Kohnstamm voor rehabilitatie van de gevallen advocaat.

Bartels legt de column weg en glimlacht.

Tom Kreling

    • Tom Kreling