Het wordt schrapen bij de gemeente, vanaf 2012

De gemeenten moeten de komende jaren volgens een nieuw bestuursakkoord meer taken voor hun rekening nemen die vroeger door de landelijke overheid werden uitgevoerd. Hiervoor geeft het Rijk de gemeenten fors minder budget.

Waar eerst een fietspad zou komen, komt nu maar even een smal wandelpaadje. En nieuwe speeltoestellen zullen volgens de Utrechtse wethouder Mirjam de Rijk ook nog wel even op zich laten wachten. Ook pijnlijk: voor 15 procent (600 mensen) van de gemeenteambtenaren is geen plek meer.

Veel gemeenten verkeren in financieel zwaar weer. En, misschien nog erger, ze hebben geen idee hoeveel zwaarder het gaat worden. Extra bezuinigingen hangen in de lucht. „Er komt nog heel veel aan, denk ik”, zegt De Rijk (financiën, GroenLinks). „Het is het laatste wat we willen, maar mocht het nodig zijn dan ga ik terug naar de gemeenteraad met de vraag: willen jullie nog meer snijden of mogen de belastingen omhoog?”

Gemeenten kijken terug op een hectisch 2011 waarin de komende jaren via een bestuursakkoord met het Rijk tal van taken worden overgedragen, als de gemeenten bijvoorbeeld verantwoordelijk worden voor sociale werkplaatsen. Die verantwoordelijkheden worden met een korting van 10 of 20 procent (op de kosten die het Rijk daarvoor maakte) doorgegeven. „De combinatie van de efficiëncykorting en een verlaging van de algemene middelen zorgt ervoor dat gemeenten echt in de knel komen”, zegt oud-hoogleraar openbare financiën Peter Boorsma. Tegelijkertijd hebben gemeenten weinig middelen om dat op te vangen, zegt hij. Gemiddeld vormen eigen belastingen en lokale heffingen slechts 15 procent van de gemeentelijke inkomsten. Boorsma vindt dat de gemeenten in Nederland best meer eigen belastingen zouden mogen heffen. „In Zweden is dat 40 procent, dat is toch ook een keurig land?”

Door de recessie zien gemeenten ook hun inkomsten uit bijvoorbeeld de grondexploitatie fors teruglopen. Dit najaar voorspelde Deloitte dat hierdoor een strop ontstaat van bijna 3 miljard, waardoor 35 gemeenten in acute financiële geldnood zouden raken. Daardoor zouden zij de artikel 12-status krijgen: nu verkeren slechts vier gemeenten in die positie. „Dat aantal zal wel stijgen, maar 35 lijkt me erg veel”, zegt Boorsma.

Hij vindt het niet onlogisch dat gemeenten desondanks het bestuursakkoord hebben getekend. „In financieel barre tijden zijn bezuinigingen onvermijdelijk. Anders zou de bijdrage aan gemeenten wel op een andere manier zijn gedaald. Daar komt bij dat gemeenten ook graag taken [jeugdzorg en sociale werkplaatsen bijvoorbeeld] willen overnemen.”

Gemeenten worden getroffen door een opeenstapeling van slecht nieuws – bezuinigingen, minder eigen inkomsten, hogere uitgaven. „Het stapelt zich op alle mogelijke manieren op ”, zegt de Rotterdamse wethouder Jantine Kriens (financiën, PvdA). „Anderhalf jaar geleden kondigde we de grootste bezuiniging sinds de Tweede Wereldoorlog aan. Er zou deze collegeperiode 250 miljoen euro moeten worden bezuinigd. Inmiddels is dat opgelopen tot 532 miljoen euro. We moeten alle zeilen bijzetten.”

Die opeenstapeling „zorgt voor een deerniswekkend beeld”, zegt de Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher (financiën, PvdA). Het college moest al snijden in de gemeentelijke organisatie, de ruimtelijke ordening, de openingstijden van het stadhuis en subsidies voor bijvoorbeeld het jongerenwerk. Dat leverde 200 miljoen op. Asscher zoekt nu mogelijkheden om nog eens 80 tot 100 miljoen te besparen.

De inkomsten van alle gemeenten samen bedragen dit jaar 52 miljard euro. Acht procent daarvan, ruim 4 miljard, komt uit zelf geheven gemeentelijke belastingen. Veel lokale bestuurders willen graag zelf meer belastingen kunnen heffen. Dan hoeft niet over alles verantwoording aan het Rijk te worden afgelegd. Wethouder Kriens: „Geef ons meer verantwoordelijkheid, zodat we minder afhankelijk worden van het kabinet. Nu praat het kabinet over gemeenten alsof het uitvoeringskantoren van het Rijk zijn.”

De Groningse hoogleraar Maarten Allers bestudeert de financiering van lagere overheden. Hij heeft alle 91 gemeentelijke regelingen – naast de algemene uitkering uit het Gemeentefonds – op een rijtje gezet en vroeg zich af of het Rijk er niet beter één algemene geldstroom van kan maken. Want nu is er een potje als Spoorse doorsnijdingen (47,5 miljoen), waaruit 21 gemeenten geld krijgen. En er is bijvoorbeeld de regeling Vadercentra (700.000), die bij veertien gemeenten binnenstroomt.

In zijn oratie vorige maand noemde Allers de regeling Rolstoelvoorzieningen. Die uitkering van 300.000 euro kent slechts één ontvanger: Arnhem. Allers in zijn oratie: „Nu ben ik sterk voor rolstoelvoorzieningen, en draag ik ook Arnhem een warm hart toe, maar ik weet niet of die gemeente daar echt een aparte uitkering voor nodig heeft.”

In oktober schreven dertien grote gemeenten een brandbrief aan premier Rutte waarin ze pleitten voor een „substantiële” uitbreiding van lokale belastingen. Maar minister Donner (Binnenlandse Zaken, CDA) antwoordde in december dat hij zelfs bespreking van dat voorstel nu „niet opportuun acht”.

Allers en Boorsma steunen de wens van gemeenten voor meer eigen belastingen. Boorsma: „Minister Zalm heeft in 2006 het gebruikersdeel van de ozb [onroerende zaakbelasting] afgeschaft. Nu betalen alleen huiseigenaren dat nog maar. Eigenlijk zou je het gebruikersdeel weer moeten invoeren.” Weinig economen zullen daar tegen zijn, verwacht Allers. „Maar politiek zie ik dat niet gebeuren. Eigenlijk vreemd, dat als je geen huis hebt, je dan nauwelijks lokale belastingen betaalt. Het gaat om bijna de helft van de mensen.”

Maar het is zeer de vraag of gemeenten die extra vrijheid krijgen. Het tegendeel lijkt het geval. Vorige week kondigde minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) in de Tweede Kamer aan juist meer greep te willen houden op de gemeentelijke financiën. Via de Wet houdbaarheid overheidsfinanciën (Wet Hof), die vorige week door de ministerraad is behandeld, moet hij meer bevoegdheden krijgen om in te kunnen grijpen op lokaal niveau.

In de praktijk zal volgens wethouder Asscher het lenen door gemeenten aan banden worden gelegd. Lokale overheden hebben nu een gezamenlijke schuld van 0,8 procent van het bbp en dat zou op termijn voor een sanctie vanuit Europa kunnen zorgen. Dat zou voor het kabinet „moeilijk verteerbaar” zijn, zei De Jager. Maar als de Wet Hof wordt aangenomen, vormt dat „een enorme bedreiging voor de grote steden”, vindt Asscher. „Het werkt destructief. Grote investeringen kunnen niet meer worden gedaan. De nieuwe wijk IJburg en het Oostelijk Havengebied hadden er bijvoorbeeld nooit kunnen komen.”