Het Jaar van de Dikke Staart

China heeft in 2012 meer te vrezen dan westerse economische crises alleen.

De Chinese huizenzeepbel staat op springen.

Hé, de China Daily op de mat van het Amsterdamse hotel waar deze Kerst het John & Yoko-moment werd doorgebracht. De expansie van deze Engelstalige krant, waaruit doorgaans goed af te leiden is waar officieel China zich druk om maakt, is even geruisloos als hardnekkig. En hoewel het Chinese nieuwjaar pas 23 januari is, wordt er ook in de Daily toch flink vooruitgeblikt aan de hand van de westerse jaartelling.

Verrassend is die prognose niet. 2012 wordt een gevaarlijk jaar, met een Europese schuldencrisis die voortwoekert en een Amerikaanse schuldencrisis die maar net om de hoek ligt en het komende jaar wellicht alsnog explodeert. China zal daar last van krijgen en moeite hebben om zijn eigen economische groei op het sociaal en politiek gewenste peil van rond de 9 procent te houden.

Tot zover de bekende onbekenden: de dreiging komt kennelijk van buiten en het is aan de Chinezen om zich zo goed mogelijk aan te passen. Maar het jaar 2012 wordt, vanaf 23 januari, ook het jaar van de Draak: een flamboyant teken, dat niet terugschrikt voor het nemen van forse risico’s. En die komen in China helemaal niet alleen van buiten, maar vooral van binnenuit. Wat hier volgt was niet goed voor de bed peace.

Dat de Chinese onroerendgoedmarkt een probleem heeft was al bekend, maar is in brede kring doorgedrongen na een uitstekend stuk van Chinakenner Patrick Chovanec in Foreign Affairs op 18 december. Het is gratis te lezen via de website van het blad. Kort samengevat: de onroerendgoedprijzen zijn in een groot deel van het land aan het schuiven, makelaars en projectontwikkelaars staan op omvallen en er staan, nogal ruw geschat, tussen de 10 miljoen en 65 miljoen appartementen leeg. Die zijn gekocht als investering, dus niet om in te wonen, door Chinezen die hun spaargeld beter wilden laten renderen dan op de beurs.

Omdat de woningbouw 10 procent van de economie uitmaakt – 4 procentpunten meer dan Amerika op het hoogtepunt van háár huizenzeepbel – is het stilvallen van die sector een reëel gevaar. De jongste data bevestigen het beeld dat het in middelgrote steden erger is dan in Peking of Shanghai: een prijsdaling van nu al 28 procent in de zuidelijke stad Sanya bijvoorbeeld, of tussen de 30 en 50 procent in het noordelijke Quingdao.

Steden hebben intussen hun begroting gebaseerd op het verkopen van land, maar zien die bron droogvallen. Wuhan heeft zijn inkomsten al met eenvijfde zien terugvallen, een stad als Dalian zelfs met 50 procent. Klinkt best westers allemaal, trouwens.

De autoriteiten staan voor een probleem: om de inflatie niet verder op te laten lopen is het banken moeilijker gemaakt om geld uit te lenen, maar dit lijkt de onroerendgoedmarkt nu de genadeklap te hebben gegeven. Tot zo ver de mythe dat de speculatie in China alleen met spaargeld is gepleegd en niet met schulden.

In een economie die het juist moest gaan hebben van de middenklasse en haar bestedingen, is dat al slecht nieuws. Maar dat is het ook voor ons westerlingen. Je zou verwachten dat de export nu wederom meer aandacht krijgt en de import gaat tegenvallen. Met als resultaat een hoger handelsoverschot en minder kansen voor westerse producten en diensten.

In de kansverdeling vormen de weerszijden van de curve een geringe kans op extreme gebeurtenissen. De afgelopen vijf jaar hebben we geleerd dat deze ‘staarten’ vaak dikker zijn dan de modellen aannemen en dat de kansen op onheil uit onverwachte hoek groter zijn dan gedacht. Hoe dik is komend jaar de staart van de Draak?

Maarten Schinkel is economieredacteur van NRC Handelsblad en nrc.next.