Het jaar van de Arabische Lente, deel vijf: Libië

A woman walks past graffiti on a wall of former Libyan leader Muammar Gaddafi (C), his son Saif al-Islam Gaddafi (R) and former head of the Libyan Intelligence Service Abdullah Al-Senussi in Tripoli November 20, 2011. REUTERS/Mohammed Salem (LIBYA - Tags: POLITICS CONFLICT) Een vrouw loopt langs een graffiti kunstwerk met daarop Moammar Gaddafi (M), zijn zoon Saif al-Islam Gaddafi (R) en voormalig hoofd van de Libische inlichtingendienst Abullah Al-Senussi, in november in Tripoli. Foto Reuters / Mohammed Salem

nrc.nl blikt in een zesluik terug op de Arabische Lente. Vandaag de vijfde aflevering: Libië.

Niemand had eind 2010 kunnen voorzien wat zich de afgelopen twaalf maanden zou voltrekken in de Arabische wereld. Leiders die al tientallen jaren aan de macht waren, zwichtten voor de macht van de massa, terwijl andere regimes alles inzetten om veranderingen tegen te houden en aan de macht te blijven. Met gewelddadige gevolgen.

De laatste dagen van 2011 besteedt nrc.nl aandacht aan zes landen waar de Arabische Lente het meest ingrijpend was: Tunesië, Egypte, Jemen, Bahrein, Libië en Syrië. Vandaag is Libië aan de beurt, het land waar Moammar Gaddafi wellicht nog steeds aan de macht was geweest als de NAVO niet had geïntervenieerd.

Voordat hij op 25 oktober op een onbekende locatie werd begraven, bezochten duizenden Libiërs de koelcel in Misrata waarin het lichaam van de verdreven en vermoorde Libische leider Moammar Gaddafi, zijn zoon Mutassim en zijn minister van Defensie te bezichtigen was.

Onze correspondent Gert van Langendonck was in Misrata en beschreef de situatie als volgt:

“Ze liggen hier nu al drie dagen en uit het koelsysteem komt een misselijkmakende stank. Maar dat deert de honderden mannen niet die langs de andere kant in de rij staan om een blik op te vangen van de dode Gaddafi, en liefst ook om een foto te nemen van zichzelf met de gewezen leider. Het is allemaal wat macaber, maar dat moeten we zo niet zien, zegt de 28-jarige Mahmoud al-Burri, een ex-rebel uit Misrata. “De Libiers kunnen het nog niet geloven wat er gebeurd is. Ze slapen beter nu ze zeker weten dat Gaddafi dood is.”

Na een geweldloze coup in 1969 was de altijd flamboyant geklede Moammar Gaddafi 42 jaar lang de leider van Libië. Officieel eindigde dat leiderschap bij zijn dood op 20 oktober. Het verhaal van de overgangsregering luidde dat hij stierf bij een vuurgevecht tussen rebellen en zijn eigen troepen. Helemaal compleet is dat verhaal niet. De beelden waarin duidelijk te zien is dat Gadaffi levend in handen van de rebellen was gingen de hele wereld over.

Op die dag in oktober was Gaddafi echter allang zijn macht kwijtgeraakt. Nadat de protestgolf in de Arabische wereld op 16 februari van dit jaar Libië met enige vertraging bereikte, werd de Nationale Overgangsraad door regering na regering erkend als het officiële gezag van Libië.

Zelfde problemen als in Tunesië en Egypte

Libië, de olieproducerende woestijnstaat met 6,5 miljoen inwoners, kende grotendeels dezelfde problemen die in Tunesië en Egypte een rol speelden bij de betogingen. Grote werkloosheid, corruptie en repressie door de veiligheidsdiensten zorgden al jaren voor onvrede bij de bevolking.

De eerste twee weken verspreidde de opstand tegen Gaddafi zich razendsnel. In een paar dagen viel het hele oosten in handen van rebellen en vandaar naderde het verzet de hoofdstad Tripoli in het westen. Met goed bewapende elitetroepen, volksmilities en huurlingen wist Gaddafi in andere delen van het land met veel geweld stand te houden en de rebellen onder druk te zetten. Op verschillende plekken werd dag na dag geschoten op demonstranten. Ooggetuigen spraken van ‘slachtingen’ onder burgers.

Libische rebellen schuilen achter zandduinen tijdens een poging om de stad Ajdabiya in te nemen. Foto: AFP / Patrick BazLibische rebellen schuilen achter zandduinen tijdens een poging om de stad Ajdabiya in te nemen. Foto: AFP / Patrick Baz

Het geweld zwengelde aan - Nederland raakte tussendoor een helikopter kwijt tijdens een mislukte evacuatie - en de druk op de rest van de wereld om in te grijpen nam toe. Op 17 maart, een maand nadat de opstand in het land begon, staken de opstandelingen in de stad Benghazi het vuurwerk af. Die dag nam de VN-Veiligheidsraad een resolutie aan die de weg vrij maakte voor militair ingrijpen in Libië. Onder dat mandaat viel een no-fly zone en ‘alle noodzakelijke maatregelen’ om burgers te beschermen tegen aanvallen van Moammar Gaddafi. Twee dagen later begon operatie ‘Odyssey Dawn‘.

‘Zonder interventie NAVO zou Gaddafi er vandaag nog zitten’

Zonder de interventie van de NAVO zouden de opstandelingen het nooit hebben gered, denkt onze buitenlandredacteur Carolien Roelants.

“Wat mij verbaasde is dat het regime-Gaddafi meer weerstand bood dan verwacht. Het dienstplichtige leger liep meteen over naar de oppositie. Maar Gaddafi hield zijn elitetroepen, de steun van de Afrikaanse Unie en zijn familie over om door te strijden. De opstandelingen waren natuurlijk slecht georganiseerd, maar toch was het verzet van Gaddafi slimmer en tactischer dan je zou denken. Het waren de goed geoefende eenheden die overbleven; die mensen wisten hoe ze de strijd aan moesten pakken.

Na veertig jaar wordt zo’n regime steeds corrupter en lamlendiger. Gaddafi verloor eigenlijk alles, maar juist toen ging de knop om. Het ging ineens om leven en dood en dat zette de zaak op scherp.

Als het Westen niet was gekomen met de VN-resolutie dan durf ik te zeggen dat Gaddafi er vandaag nog zou zitten.”

Niet dat de bevrijding van Libië gemakkelijk ging na de start van de dagelijkse bombardementen door NAVO-gevechtsvliegtuigen. De opstand in Libie, uitgegroeid tot een internationaal conflict, dreigde uit de monden in een bloedige impasse. Uit de lucht kon de oorlog niet worden gewonnen en de rebellen waren te slecht georganiseerd, gewapend en getraind om op de grond de doorslag te geven.

Pas een half jaar na de interventie lukte het rebellen het hoofdkwartier van de Libische leider in Tripoli te veroveren. De slag om Tripoli was gestreden, maar daarna duurde het nog twee maanden van intensieve gevechten totdat ook de laatste Gaddafi-bolwerken Bani Walid en Sirte vielen. Acht maanden na het begin van de opstand, en na een lange, moeizame strijd, was het tijdperk-Gaddafi echt voorbij was.

Voor de koelcel in Misrata vormden zich lange rijen om te zien dat ook daadwerkelijk zo was.

In Misrata staan Libiërs in de rij om het lichaam van Gaddafi te zien. Foto: Reuters / Suhaib SalemIn Misrata staan Libiërs in de rij om het lichaam van Gaddafi te zien. Foto: Reuters / Suhaib Salem

Hoe staat Libië er nu voor en wat brengt 2012?

“Gaddafi zelf is dood. Nu kan de werkelijke strijd om de macht beginnen,” schreef Roelants de dag na de dood van Gaddafi. Het was de grootste uitdaging van de Nationale Overgangsraad, de nieuwe machthebbers in het land: de vele milities die samen ten strijde trokken tegen Gaddafi ook zonder een Gaddafi op een lijn te krijgen. Roelants:

“Destijds waren de opstandelingen georganiseerd in milities per stad. Elke stad had zijn eigen bolwerk. Die milities weigeren nu de wapens neer te leggen. Dus je hebt een zwakke interim-regering en tientallen milities. De democratie is omgeslagen in: ik heb een wapen en jij doet wat ik zeg. De regering weet zich ondertussen geen raad met de ontstane situatie. Er wordt veel gevochten en er heerst een sfeer van wraak tegen mensen die onder Gaddafi gediend hebben.”

Die spanningen werden onder andere bloot gelegd bij de arrestatie van de belangrijkste zoon van Saif al-Islam Gaddafi, de belangrijkste zoon van de verdreven en vermoorde dictator.

De eerste beelden van de opgepakte Saif-al Islam Gaddafi, zoals vertoond door Al Arabiya.De eerste beelden van de opgepakte Saif-al Islam Gaddafi, zoals vertoond door Al Arabiya.

De gewapende groep die hem arresteerde liet weten hem pas te willen uitleveren aan de autoriteiten als er een centrale regering is ingesteld. De militie vreest voor het leven van Gaddafi nadat zijn vader ‘gelyncht’ werd. Dat nieuwe kabinet is er inmiddels en hoewel Saif al-Islam al maanden werd gezocht door het Internationaal Strafhof, zal hij niet worden overgedragen aan Den Haag. Hij wordt in Libië berecht en waarschijnlijk ter dood veroordeeld.

Met het nieuwe kabinet is de onrust onder de verschillende milities niet weg. Eerder liet de Libische minister van Defensie, Osama al-Juwali, al weten dat een van de belangrijkste taken van de nieuwe machthebbers het opbouwen van een nationaal leger is, waarbij alle milities weer op een lijn zitten. Roelants over de toekomst van het land:

“Het zal zich in Libië nog moeten uitkristalliseren. Het kan alle kanten opgaan. Het loopt verkeerd af als de milities hun wapens niet inleveren. Op die manier wordt wederopbouw onmogelijk gemaakt. Het zou zelfs kunnen leiden tot een burgeroorlog of een staatsgreep.

Het is bijzonder moeilijk om van Libië – een land zonder instituties zoals verkiezingen – een functionerend land te maken. Dat duurt jaren. De zwaar bewapende milities leggen een zware hypotheek op de toekomst van het land.”

Een blik in een straat van het verwoeste stadsdeel in Sirte waar Gaddafi zich verschanste. Foto Reuters / Esam Al-FetoriEen blik in een straat van het verwoeste stadsdeel in Sirte waar Gaddafi zich verschanste. Foto Reuters / Esam Al-Fetori

Deze aflevering kwam tot stand met medewerking van internetredacteur Marije Willems. Lees ook in deze serie:

Het jaar van de Arabische Lente: Tunesië
Het jaar van de Arabische Lente: Egypte
Het jaar van de Arabische Lente: Jemen
Het jaar van de Arabische Lente: Bahrein