Griekenland mist wilskracht om zichzelf te helpen

Griekenland moet buitenlandse deskundigen met open armen ontvangen. Athene is niet in staat zijn eigen problemen op te lossen. Het staatsapparaat functioneert niet. Er is hulp van buiten nodig om de zaak weer op de rails te krijgen. Maar in de eerste plaats moeten de Grieken ophouden buitenlanders als een soort invasieleger te beschouwen en ze in plaats daarvan gaan zien als potentiële redders.

Zo’n verandering van opstelling zal moeilijk te bewerkstelligen zijn, omdat het zal overkomen als een verlies van soevereiniteit. Maar veel alternatieven zijn er niet. Griekenland heeft zijn geloofwaardigheid bij zijn crediteuren verloren. Het land wordt louter nog drijvende gehouden omdat de overige Europeanen nog niet hebben bedacht hoe ze de stop eruit moeten trekken zonder zelf ook door het afvoerputje gespoeld te worden.

Maar Duitsland cum suis zullen uiteindelijk wel een manier vinden om de besmetting tot hanteerbare proporties terug te brengen. In dat geval zal de financiering van Griekenland worden stopgezet en zal het land binnen zeer afzienbare tijd uit de euro stappen.

En als de rest van Europa Griekenland aan het infuus houdt, zal het land zich van het ene half ten uitvoer gelegde bezuinigingsplan in het andere storten. Een deel van dit falen is te wijten aan ontoereikende politieke wilskracht; maar een deel komt ook op het conto van het falen van het staatsapparaat. De rechtbanken, de belastingdienst en de ambtenarij functioneren gewoon niet.

De beste weg voorwaarts is Griekenland te beschouwen als een land dat is getroffen door de economische equivalent van een oorlog of een natuurramp. Er moeten deskundigen worden ingevlogen om bij de wederopbouw te helpen. Er zijn economen, juristen, bankiers en administrateurs nodig – geen tientallen, maar honderden.

In het meest ideale geval zouden zij Grieks moeten kunnen spreken, wat inhoudt dat in ieder geval een aantal van hen moet worden gerekruteerd uit de grote, getalenteerde diaspora van het land.

Als de Grieken zichzelf ertoe zouden kunnen brengen hulp te vragen in plaats van die met tegenin te aanvaarden, zou dat een verandering van opstelling bij de crediteuren teweeg kunnen brengen. De rest van Europa zou dan kunnen gaan geloven dat Griekenland helemaal geen verloren zaak is.

Er kan zelfs een manier worden gevonden om het hulpprogramma om te buigen van een bezuinigingsoperatie op de korte termijn naar een structureel hervormingsplan voor de langere termijn. Dat zou de kans op succes veel groter maken.

Hugo Dixon

Vertaling Menno Grootveld