Greenpeace heeft geen interesse in de waarheid

Actievoeren is leuk en levert geld op. Ik deed het toen ik elf was. Met wat vriendjes maakte ik auto’s schoon of harkte tuintjes aan. Het geld dat het opbracht, gaf ik aan Greenpeace. Iedereen heeft recht op jeugdzondes, hoop ik altijd maar. Want Greenpeace is een organisatie waar je niet mee geassocieerd wil worden. Het zijn rebels without a cause die eindeloos stampij maken, maar ongeïnteresseerd zijn in de feiten.

In de periode dat ik auto’s schoonboende, was de organisatie bijvoorbeeld verwikkeld in een actie rondom de drijvende olieopslagtank Brent Spar in de Noordzee. In 1995 besloot Shell dit gevaarte op te doeken, omdat de functie ervan was overgenomen door een pijpleiding. De multinational concludeerde na uitgebreid onderzoek dat afzinken in zee efficiënter was en beter voor het milieu dan slopen. Greenpeace gilde echter moord en brand. De milieuorganisatie bezette de Brent Spar en beweerde dat er nog zeer veel olie in zat. Een internationale rel was geboren. In Duitsland beschadigden actievoerders zo’n 150 tankstations. Shell capituleerde en besloot de Brent Spar aan land te slopen. Het was een publicitair succes voor Greenpeace, maar uit een rapport van een Noors onderzoeksbureau bleek dat de milieuorganisatie de hoeveelheid olie zwaar had overdreven.

Deze zomer was er weer zo’n overtrokken protest van Greenpeace, toen een trein met afval van de kerncentrale in Borssele naar Frankrijk werd vervoerd. Actievoerders groeven gaten in de grond onder de treinrails, waarmee moest worden aangetoond hoe eenvoudig het was voor boosdoeners om de bewuste trein op te blazen. Dat deze gaten op zichzelf risico’s opleverden voor de trein, leek Greenpeace niet te deren. En wat zou er anders met het afval uit Borssele moeten gebeuren dan veilig opbergen, zoals was gepland?

Een principieel protest tegen kernenergie is al evenmin op feiten gebaseerd. Volgens onderzoek van het Zwitserse Paul Scherrer Instituut zijn er bij kernenergie wereldwijd veel minder doden gevallen dan bijvoorbeeld bij falende stuwdammen of biodiesel – en valt het aantal doden al helemaal in het niet bij de slachtoffers in steenkolenmijnen. Groene stroom levert bovendien slechts een schijntje van de mondiale energiebehoefte en oppositie tegen kernenergie betekent dus in de praktijk nog grotere afhankelijkheid van olie en gas.

Maar het meest belachelijk heeft Greenpeace zich gemaakt door de jarenlange rel rond het ‘gifschip’ Probo Koala. Volgens Greenpeace vielen er in 2006 in de Ivoriaanse havenstad Abidjan diverse doden en duizenden gewonden door het dumpen van scheepsafval door deze olietanker. In werkelijkheid ging het om een stankincident met hoofdpijn en misselijkheid tot gevolg, veroorzaakt doordat het Ivoriaanse afvalverwerkingsbedrijfje Compagnie Tommy vertikte het scheepsafval te verwerken en het zomaar op allerlei plekken in en om de stad dumpte.

Wat in die hele affaire opvalt, is dat Greenpeace wederom geen enkele interesse had in de werkelijke toedracht van de gebeurtenissen. Zonder veel informatie sloeg Greenpeace direct groot alarm toen duidelijk werd dat er in Ivoorkust iets mis was gegaan. De tekst l’Europe intoxique l’Afrique werd door actievoerders op de romp van de Probo Koala gekalkt en persberichten werden de wereld ingezonden die hyperbolische voorstellingen gaven van de gebeurtenissen. Voormalig Greenpeaceactivist Diederik Samsom meldde in de Tweede Kamer dat het dumpen van afval „zeven doden en meer dan tienduizend sterfgevallen” tot gevolg had.

Het afval stonk enorm – daarover bestaat geen twijfel. De lokale bevolking is er een aantal dagen behoorlijk beroerd van geweest. Maar daarna klaarde langzaam de lucht weer op. Het afval kan de „doden en sterfgevallen” van Samsom nooit hebben veroorzaakt. Het zwavelwaterstof waar het om zou zijn gegaan, kan weliswaar giftig zijn, maar alleen bij zeer hoge concentraties. Of zwavelwaterstof zich kan vormen en als gas uit het afval kan vrijkomen, is afhankelijk van de pH-waarde, oftewel de zuurgraad. En nu komt het: de zuurgraad van het afval van de Probo Koala was zo hoog dat er onmogelijk zwavelwaterstof in gevaarlijke concentraties in de lucht in Abidjan terecht kan zijn gekomen.

Ook al werd dus onomstotelijk aangetoond – onlangs nog door Jaffe Vink, in zijn boek Het gifschip. Verslag van een journalistiek schandaal – dat er van gevaarlijk gif geen sprake was, toch schreef Greenpeace in zijn persbericht van 23 december 2011 weer dat het ging om „zeer giftig afval”, een „gevaarlijke gifcocktail”, een „giftig restproduct”.

Dit vasthouden aan de eigen versie van het verhaal getuigt van onwil om de eigen standpunten bij te stellen in het licht van de feiten. Actievoeren en opkomen voor je idealen is prima. Een keer een scheve schaats rijden hoort erbij. Maar dan wel bakzeil halen. Dat actievoeren belangrijker is dan de zaak zelf, hoort misschien bij een kind van elf – maar niet bij een volwassen milieuorganisatie.

    • Thierry Baudet