Een democratie alleen voor mannen is geen democratie

De Libische Salwa Saad Bugaighis liep voorop tegen het regime-Gaddafi.

Nu voert zij de zwaarste strijd: een plaats voor vrouwen in het nieuwe Libië.

Mannen, zegt de Libische advocaat Salwa Saad Bugaighis, mannen in Libië vinden dat vrouwen thuis horen, moeten koken, de kinderen opvoeden, misschien lesgeven. Vrouwen moeten zich zeker niet met de politiek bemoeien, vinden ze, ook in het nieuwe Libië niet. „De Libische interim-grondwet zegt dat alle Libiërs gelijk zijn, maar de werkelijkheid is anders.”

Bugaighis (44, getrouwd, drie kinderen) is altijd actief geweest. Twintig jaar geleden, toen ze aan de universiteit van Benghazi rechten studeerde, hing het regime nog studenten die protesteerden op. Maar dat verhinderde haar niet om opstandige toespraken te houden. De autoriteiten ontzegden haar een jaar de toegang tot de universiteit en hielden haar paspoort vijf jaar lang in.

In 2003, toen het regime wat soepeler werd om toestromende westerse leiders te plezieren, was ze een van de weinige advocaten die de moed toonden om het voor politieke gevangenen op te nemen tegen het regime en foltering en andere misstanden aan de orde te stellen.

Ze was in februari een van de organisatoren van de eerste protesten in Benghazi, die de val en de dood van de Libische leider Moammar Gaddafi inleidden, ze hielp er de eerste vrije gemeenteraad vormen en ze werkte mee aan de oprichting van de Nationale Overgangsraad, eerst rebellenorganisatie en later de nieuwe machthebbers. Ze was zelf ook een paar maanden lid van de Overgangsraad. Bugaighis ziet wel degelijk een politieke rol voor vrouwen weggelegd.

De opstand in Tunesië vormde de inspiratie voor de protesten, maar konden ze Gaddafi ten val brengen? „We hadden eigenlijk niet het gevoel dat we daartoe in staat waren, maar we wilden het gewoon proberen”, zegt Bugaighis in een vraaggesprek in Den Haag.

Pas na twee dagen van kleine demonstraties voor het oude gerechtsgebouw van Benghazi sloeg de vlam in de pan. „Als een vulkaanuitbarsting”, zegt Bugaighis. „Duizenden mensen stroomden toe. De autoriteiten stuurden duizenden huurlingen met gele helmen op Benghazi in, om de betogers te intimideren. Honderden hier, honderden daar. Maar er was geen weg terug voor ons; de revolutie was begonnen.”

Veel vrouwen in Libië zijn hoog opgeleid en ze werken in alle sectoren van de arbeidsmarkt. Ze speelden ook een belangrijke rol in de revolutie. Maar de meeste mannen en ook sommige vrouwen vinden de politiek het domein voor de mannen. Op de zestig leden van de Overgangsraad waren ook maar twee vrouwen en niemand was geïnteresseerd in hun mening. „Daarom ben ik na ruim drie maanden uit de Overgangsraad gestapt. Als je niets kunt bereiken, kan je beter iets anders gaan doen.”

Sommige mensen gebruiken de islam om vrouwen buiten de deur te houden, zegt ze. „Ze interpreteren de Koran naar hun standpunt toe. Tribale mannen op hun beurt voelen zich traditioneel prettiger met mannen om zich heen.” Vergeet die vrouwelijke lijfwacht van Gaddafi, zegt ze. ,,Dat was alleen show. Ze werden allemaal verkracht. Het was ziek.”

Wat nodig is, zegt ze, is dat die traditionele mentaliteit verandert, het idee dat vrouwen vooral voor hun gezin zorgen. Het leerplan op de scholen moet worden herzien want dat bestendigt dat stereotype van de vrouw.

Dat kost tijd, maar die is er nauwelijks. Volgens het huidige tijdsschema worden over zes maanden verkiezingen gehouden voor een parlement dat weer een commissie aanwijst die een definitieve grondwet gaat opstellen. Als er geen vrouwen in het parlement worden gekozen, krijgen ze geen invloed op de grondwet. „Dat is heel gevaarlijk voor ons. Wie gaat er dan voor ons spreken? Democratie alleen voor mannen is geen democratie.”

Bugaighis en medestanders voeren campagne voor een vast vrouwenquotum in het nieuwe parlement. „Als er niet zo’n voorziening wordt getroffen, wordt er geen enkele vrouw gekozen. Mannen stemmen niet op vrouwelijke kandidaten en veel vrouwen ook niet. Vrouwen volgen de mening van hun vaders of hun zoons.

„We waren op een conferentie en de Europese buitenlandcoördinator Catherine Ashton was er, en westerse ambassadeurs en Mustafa Abdel-Jalil, de interim-president. We onderbraken hem keer op keer en we eisten een quotum van 40 procent van de zetels voor vrouwen. Iedereen lachte; ze dachten dat het een grap was.

„‘Waar heb je het over?’ vragen mensen als we onze eis van het quotum aan de orde stellen. ‘Misschien zullen we jullie 10 procent geven.’ Die mentaliteit. Wij vrouwen maken 52 procent van de bevolking uit. Dus het is geen geschenk. Het ons recht daar vertegenwoordigd te zijn.” De kwestie is nog niet geregeld.

Bugaighis was geschokt toen Abdel Jalil op de officiële bevrijdingsdag de sharia, het islamitisch recht, invoerde en alle restricties op polygamie die onder Gaddafi golden, ophief. „Hij gelooft niet in vrouwen. Maar hij heeft helemaal niet het recht om zoiets te bepalen. Hij is niet gekozen of zo. Hij heeft alleen maar die functie door de revolutie. Omdat er iemand moet zijn. Iedereen was werkelijk verbijsterd.”

In heel Noord-Afrika grijpt de fundamentalistische islam om zich heen. In Tunesië en in Marokko kregen fundamentalisten rond de 40 procent van de stemmen; in Egypte hebben de Moslimbroederschap en de radicalere salafisten in de eerste twee fasen van de verkiezingen meer dan 60 procent binnengehaald. Maar daarover maakt Bugaighis zich geen zorgen.

„Wij hebben ook een Moslimbroederschap, maar veel aanhangers daarvan hebben de afgelopen jaren in ballingschap in het buitenland gezeten. Ze hebben daar geleerd met andersdenkenden om te gaan. Ze weten wat vrouwenrechten zijn. Ik heb met veel leiders van de Moslimbroederschap gesproken en ze zijn heel open. Ik zei tegen hen: ‘Jullie gaan mij bevelen een hoofddoek te dragen.’ Maar ze zeiden: ‘Dat is een kwestie tussen jou en God.’ We zijn een gematigde islamitische maatschappij. Het is hier historisch anders dan in Egypte.”

Bugaighis’ toekomst is nog onzeker. „Ik wil het systeem helpen veranderen en een beter leven voor allen realiseren. Maar niet zonder de vrouwen. Als er een vrouwenquota komt, stel ik me kandidaat voor de verkiezingen. Anders ga ik mogelijk terug naar mijn advocatenpraktijk.”

    • Carolien Roelants