Dwars door de patrijspoort

Het Midden-Oosten wordt in het Westen gezien als het gebied waar terrorisme en fanatisme hoogtij vieren. Met Tablet & Pen, een bloemlezing van Midden-Oosterse 20ste-eeuwse literatuur, wil de Iraans-Amerikaanse auteur Reza Aslan dat beeld weerleggen.

Night of Isra and Miraj by the artist Ahmed Moustafa, one of the most prominent works displayed, with an estimated value of 700,000 - 900,000 US $, displayed along with other calligraphic works prior to an action at Sotheby's in Doha, Qatar, Sunday Dec. 12, 2010. This will be the first auction dedicated to 'The Art of the Word' and works based on Arabic calligraphy script when the sale takes place on Dec. 16, featuring early Islamic, Ottoman as well as modern and contemporary work. (AP Photo/Osama Faisal) ASSOCIATED PRESS

Reza Aslan (red.): Tablet & Pen. Literary Landscapes from the Modern Middle East. A Words without Borders Anthology. W.W. Norton & Company, New York/London. 657 blz. € 35,95

Amin Maalouf, de Frans-Libanese auteur die onlangs als nieuw lid van de Académie française werd gekozen, wil actief bijdragen aan het werk van de commissie die zich bezighoudt met de etymologie van het Frans. Het gaat hem er niet alleen maar om aan te geven dat veel Franse woorden van Arabische oorsprong zijn: het aangeven hoe talen met elkaar verbonden zijn ‘gaat veel verder dan het taalkundige aspect’ en ‘geeft een veel bredere boodschap af’. Als je kunt aangeven hoe innig talen met elkaar verbonden zijn, bedoelt Maalouf, zullen mensen die die talen spreken ook sneller geïnteresseerd zijn in elkaars taal en cultuur en, wie weet, zelfs in elkaar.

Een variant op deze gedachte ligt ten grondslag aan de prachtige uitgave Tablet & Pen: Literary Landscapes from the Modern Middle East, samengesteld door de Iraans-Amerikaanse auteur en wetenschapper Reza Aslan. In dit vuistdikke boek bracht hij tientallen fragmenten bij elkaar uit honderd jaar literatuur uit het Midden-Oosten, van Marokko tot Iran, van Turkije tot Pakistan. Een legertje van 77 vertalers vertaalde zijn selectie van korte verhalen, essays, gedichten en romanfragmenten uit het Arabisch, het Perzisch, het Turks of het Urdu naar het Engels.

Wie het boek leest, zo hoopt Aslan, zal in eerste instantie bij de term ‘Midden-Oosten’ niet meer denken aan terrorisme, fanatisme en gewelddadige islam. Dit boek wil een stap zijn op weg naar een nieuw paradigma, een positief beeld van het mozaïek dat het moderne Midden-Oosten is. Net als Maalouf is Aslan ervan overtuigd dat muziek, literatuur en beeldende kunst een brug kunnen slaan tussen mensen uit verschillende werelddelen die louter vooroordelen en negatieve beelden koesteren ten opzichte van elkaar. Of dat gaat lukken is natuurlijk de vraag, maar interessant is het boek in ieder geval wel. Het boek werd in de anglofone wereld een surprise hit genoemd, net als Aslans eerdere anthologie met de provocerender titel Literature from the ‘Axis of Evil’: Writing from Iran, Iraq, North Korea, and Other Enemy Nations. Beide boeken waren een initiatief van Words without Borders, een organisatie die de VS ervan wil doordringen dat er buiten de grenzen van Amerika ook interessante literatuur wordt geschreven.

Words without Borders, opgericht in 2003, stelt zich tot doel internationale literatuur te vertalen, uit te geven en te promoten – en dat alles voor een Engelstalig publiek. Iedere maand zijn op de website http://wordswithoutborders.org/ nieuw vertaalde verhalen, gedichten of essays te vinden, die uitgevers en lezers op ideeën kunnen brengen. Het online tijdschrift is een bron van inspiratie en literaire ontdekkingen en wordt maandelijks door 30.000 volgers bezocht.

Ook Tablet & Pen is inspirerend en educatief. Aslan heeft niet alleen een groot aantal literaire fragmenten naast elkaar gezet, maar ook een overtuigende, becommentariërende rode lijn in die enorme hoeveelheid teksten aangebracht. Wat de hele regio samenbindt is de koloniale ervaring van het Westerse imperialisme, de geschiedenis van uitbuiting en ongelijkheid, van de strijd voor onafhankelijkheid en de interne machtsstrijd die volgde.

Pakistan

Chronologisch doorloopt de lezer de hele eeuw. Van 1910 tot 1950 is literatuur vooral een middel voor het scheppen van een nationale identiteit: veel Arabische landen voeren hun onafhankelijkheidsstrijd, het nieuwe Turkije zoekt naar een middel om uitdrukking te geven aan de nieuwe staat en op het Indiase continent probeert het nieuwe Pakistan zijn stem te vinden. In de dertig jaar daarna, tot 1980, worden conflicten uitgevochten, groeit en verstedelijkt de bevolking in het Midden-Oosten en neemt de werkeloosheid toe. Schrijvers en dichters worden de woordvoerders van het volk en vertegenwoordigen vooral de dissidente, kritische stemmen. De afgelopen dertig jaar staan, volgens Aslan, ook literair gezien, in de schaduw van 9/11 en de War on Terror. Tegelijkertijd verwatert het begrip ‘grens’, een nieuwe geglobaliseerde schrijversgeneratie weet nauwelijks meer wat daarmee bedoeld wordt.

Met nadruk schrijft Aslan dat hij geen anthologie van literatuur uit ‘de moslimwereld’ heeft willen maken. Niet alleen identificeren veel schrijvers zich helemaal niet met de term ‘moslim’, er bestaat volgens hem ook helemaal niet zoiets als een eenduidige, monolithische moslimwereld. Je kunt je ook afvragen of de term ‘landschap van het moderne Midden- Oosten’ voor iedereen ook Turkije, India en Pakistan omvat. Het gaat Reza niet zozeer om nationaliteiten of grenzen, maar om ‘intention, circumstance and setting’, en dan vooral om het gemeenschappelijk ervaren gevoel altijd maar te worden weggezet als ‘de ander’, de ‘vreemdeling’ – door de Amerikaan, de Europeaan, de westerling wel te verstaan.

In zijn boek heeft Reza dus vooral stemmen verzameld die dat beu zijn, die luid en duide-lijk tegen die stigmatisering protesteren, of dat nu vroeg in de 20ste eeuw was of een jaar of tien geleden. Zijn boek opent met een fragment uit een manifest van de Libanees-Amerikaanse schrijver Khalil Gibran (1883-1931), The Future of the Arabic Language uit 1923, dat de kracht en macht van het Arabisch bezingt. Uit dezelfde periode citeert Reza ook de grote Turkse schrijver Nâzim Hikmet (1902-1963), de Perzische auteur Sadegh Hedayat (1903- 1951) en werk van de Pakistaan Muhammad Iqbal (1877-1938).

De periode 1950-1980 laat Reza beginnen met de woorden van de Palestijnse schrijver Ghassan Kanafani (1936-1972): ‘politiek en de roman zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden’. De post-koloniale generatie Arabische auteurs komt op voor de onderdrukten en de armen en doet dit in een combinatie van door het Westen geïnspireerde vrije verzen en traditioneel Arabisch ritme, zoals de Syrische dichter Zakariyya Tamir (1931) en de Irakees Mozaffar al-Nawwab. De poëzie van de beroemde, eeuwige Nobelprijskandidaat, de Syrisch-Libanese dichter Adonis (1930) draait om het thema van de Arabische identiteit terwijl zij tegelijkertijd is geïnspireerd op de gedichten van T.S. Eliot en Walt Whitman.

Chaos

De stichting van de staat Israël in 1948 en de vernedering van de Arabische legers door Israël in 1967 brachten decennialang alle pennen in beweging. De droom van een pan-Arabische eenheid viel in duigen en wordt weerspiegeld in literatuur over sociale chaos en politieke onderdrukking. Ter illustratie neemt Reza vertalingen op uit werk van de Egyptische schrijver Yusif Idris (1927-1991) (The Aorta), Haydar Haydar uit Syrië (The Dance of the Savage Prairies) en van de enige Arabische auteur die ooit de Nobelprijs kreeg, Nagib Mahfoez (1911-2006) (The Seventh Heaven).

De periode vanaf 1980 is een tijdperk van ongekende onrust en verandering, van de Iraanse revolutie tot de intifada, van 9/11 tot de opkomst van de islamisten – het Midden- Oosten is heftig in beweging, wat je volgens Reza terugziet in de literatuur van nu, ‘unique and vibrant’. Literatuur is bovendien, door de globalisering, grenzeloos geworden. Arabische schrijvers stellen hun pen niet zozeer in dienst van politieke doeleinden, de strijd tegen de invloed van het Westen of nationalisme. Ze kijken naar zichzelf, naar de wereld waarin ze leven en uiting geven aan hun gevoelens daarover. Imposant zijn de paar pagina’s van de Irakese schrijfster Haifa Zangana (1950) over angst, arrestatie en de praktijken in de Abu Ghraib-gevangenis. Geestig is het fragment van de Iraans-Armeense schrijfster Zoya Pirzad (1952). De laatste dichtregels zijn van de Iraanse dichter en journalist Alireza Behnam (1973), waarin oorlog en geschiedenis door elkaar heen zijn gevlochten. Literatuur wil een venster zijn op andere werelden, schrijft Reza, laat Tablet & Pen dan een verzameling patrijspoorten zijn die een glimp laten zien van het literaire landschap van het Midden-Oosten. Voor wie erdoor wil kijken gaat er een wereld open.

    • Margot Dijkgraaf