De weg naar Nimmerland

Peter Pan flying over London, illustration from 'Peter Pan' by J.M. Barrie (1860-1937) (colour litho) Bridgeman/Hollandse Hoogte

J.M. Barrie: The Annotated Peter Pan. The Centennial Edition, Edited with an Introduction and Notes by Maria Tatar. W.W. Norton, 393 blz. € 45,-

‘Alle kinderen op een na worden groot’, en die ene – wie weet dat niet – is Peter Pan: de jongen die van zijn moeder wegvlucht, opdat hij eeuwig een jongen kan zijn en jongensavonturen kan beleven.

Dat hij daarin is geslaagd, bewijst de iconische status die hij heeft verkregen sinds zijn geestelijk vader James Barrie (1860-1937) hem in 1904 succesvol de theaterplanken opduwde. Peter Pan ‘is jeugd’ en daardoor onsterfelijk.

Zijn verhaal, later door Barrie opgetekend in Peter and Wendy, is inmiddels een moderne mythe: hoe hij met het elfje Rinkelbel de slaapkamer van de kinderen Darling binnendringt en ze meelokt naar Kapitein Haaks Nimmerland – een freudiaans avontureneiland dat een plattegrond is van Barries verbeelding en is opgebouwd uit ‘onafgebroken rondtollende, wilde kindergedachten’. Barrie inspireerde tallozen, van Mark Twain tot Peter-Pan-syndroomlijder Michael Jackson.

In The Annotated Peter Pan, verschenen ter ere van de honderdste verjaardag van Peter and Wendy, maakt folklorespecialiste Maria Tatar op onderhoudende wijze duidelijk hoe Peter Pan door zijn legendarische faam steeds verder van zijn ware ‘ik’ verwijderd raakt. Ieder keer wanneer een nieuwe versie van het verhaal verschijnt, verliest Peter wat van zijn oorspronkelijke glans, aldus Tatar.

Ze heeft gelijk. Óf Peter Pan is in navolging van Walt Disney’s animatieklassieker een pretentieloos kinderavontuur. Óf Peter Pan blijkt een duivelse kinderdief die gewetenloos zijn Verloren Jongens aan piraten offert en ze zelfs doodt wanneer ze volwassen dreigen te worden. Zo maakt hij in Gerald Broms recent verschenen (middelmatige) volwassenen- fantasy zijn lugubere opwachting in New York, waar hij jongeren aan de zelfkant van de maatschappij verleidt en misleidt met de hoop op een beter leven elders.

Tatar toont echter overtuigend dat Peter zowel held als schurk is. Hij is – zoals kinderen – goddelijk en duivels tegelijkertijd: blijmoedig, onschuldig en vertederend, maar ook vluchtig, onvoorspelbaar, egocentrisch en harteloos.

‘Barrie’s Peter gives us something that no one after him managed to capture fully’, vindt Tatar. Ze wijdt dat aan zijn schepper die zijn volwassen vertelstem heel terloops en ongedwongen afwisselt met die van een kind (en vice versa). Daardoor behoort Peter Pan (zoals ook Lewis Carrolls Alice in Wonderland) tot die zeldzame literatuur die zich richt tot een dubbelpubliek. Kinderen gaan moeiteloos mee op avontuur. Terwijl wij volwassenen ons er juist pijnlijk van bewust worden ‘dat we het geluid van de branding van Nimmerland nog kunnen horen, maar dat we er niet meer zullen landen’ en sterfelijk zijn.

Doel van Tatars rijkelijk geïllustreerde prachtboek (met onder anderen Arthur Rackhams fantastische licht verontrustende kleurenillustraties) is ‘het voortdurende mysterie’ van Peter Pan en Barrie te duiden. En het moet gezegd, het resultaat van Tatars studies is fascinerend: alles wat Peter Pan was, is of zou kunnen zijn komt samen in deze eeuweditie, die benadrukt dat de weg naar Nimmerland begint bij Barries jeugd in Schotland.

Toen al wist hij – wegdromend bij de in zijn tijd populaire eilandavonturen als Schateiland en Robinson Crusoe – ‘dat literatuur zijn ding was’ en hij het schrijverschap ambieerde. De kiem waaruit Barries Peter-Pan-thema echter ontsproot was de dood van zijn oudere broer David (13) en de troostrijke gedachte van zijn diepbedroefde moeder dat haar lievelingszoon door zo jong te sterven, in ieder geval altijd een jongen zou blijven. Davids dood speelde een grote rol in Barries obsessieve toewijding aan de vijf zoons van Arthur en Sylvia Llewlyn Davies, die hij tijdens wandelingen met zijn sint-bernardshond in Kensington Gardens zou leren kennen. Eenmaal officieel geïntroduceerd in het Davies-gezin bracht hij lange middagen met de jongens door, tijdens welke Peter Pan werd geboren.

‘Ik heb altijd geweten dat Peter is ontstaan door jullie vijven tegen elkaar te wrijven’, zou Barrie later schrijven, ‘zoals wilden met stokjes doen om een vlam te krijgen. Peter is slechts een vonk die van jullie op mij oversprong’. Die vonk zou uitgroeien tot een vuur toen Barrie, na het vroege overlijden van Arthur en Sylvia, hun adoptievader werd en spelend met de jongens kon toegeven aan zijn diepgewortelde verlangen naar eeuwige jeugd.

Zijn mislukte, vermoedelijk seksloze huwelijk en verknochtheid aan ‘de vijf’ riekt naar pedofilie. Maar Tatar wijst terecht op het romantisch- naturalistisch opvoedingsideaal dat toen heerste en een vrije, natuurlijke kindontwikkeling bepleitte. Bovendien ontkracht de jongste Davies – Nico – stellig Barries vermeende pedofiele geaardheid: ‘hij is de grappigste man ooit, goed gezelschap, liefdevol, geenszins geïnteresseerd in seks en onschuldig als een kind; dé reden waarom hij Peter Pan kon schrijven’.

Is Peter Pan eigenlijk Barries evenbeeld? Tatar suggereert dat zeker. En ze mag dat doen: ‘of Peter you must make what you will’, vond Barrie zelf.

Gerald Brom: De Kinderdief. Vert. Els van Son. Wereldbibliotheek, 504 blz., €24,90