De schoonheid van een double play

Owen Donkers deed evenals de hoofdpersoon in zijn roman aan honkbal. Later ging hij softballen. „Dat is het net niet, zoals korfbal geen basketbal is.”

N et als de hoofdpersoon van zijn roman Calippo Cola werkte Owen Donkers tijdens zijn jeugd in een champignongroothandel. Net als de hoofdpersoon kreeg hij verkering met een meisje in zijn klas. En net als de hoofdpersoon deed hij aan honkbal. Donkers speelde vanaf zijn zesde bij de club Geinoord, later omgedoopt in Nieuwegein Diamonds.

Donkers (34): „Mijn ouders wilden het altijd net iets anders doen. Mijn vriendjes zaten op voetbal. Mijn moeder deed mij op honkbal. Wat ik daar van vond? Op die leeftijd wil je niet apart zijn. Ik voetbalde altijd op straat, was er niet slecht in. Maar honkbal was een leuk alternatief.”

De eerste jaren ging hij ‘gewoon’ wekelijks naar de trainingen en de wedstrijden. Op zijn dertiende raakte hij ineens geïnspireerd, vond hij het echt leuk. Op de middelbare school vlotte het niet, in honkbal wilde hij goed worden. Toen hij was blijven zitten met allemaal onvoldoendes vroeg zijn vader wat hij wilde met zijn leven. „Om ervan af te zijn zei ik: ‘misschien zou ik wel profhonkballer kunnen worden’.”

Maar juist in die periode kwam het besef dat hij geen uitblinker was. „Tot mijn veertiende of vijftiende jaar beheerste ik zowel het veld- als het slagspel. Daarna begon ik als slagman door de mand te vallen. Net als de hoofdpersoon in de roman schepte ik de bal. Ik wilde hem zo ver mogelijk slaan. Door mijn toegenomen kracht sloeg ik harder. Dat was verslavend, maar ook een probleem: ik raakte de bal goed óf ik werd met drie slag uitgegooid. Dat zie je zelfs in de Major League. Mensen die het meest homeruns slaan, zoals Mark Reynolds van de Orioles, krijgen ook vaak drie slag tegen.”

Hij kon een paar jaar net meekomen. Na een trainerswissel werd hij eruit geknikkerd. Hij was 17. „Van de nieuwe coach moesten we hogerop. Op een avond werd ik gebeld of ik doordeweeks een keer kon meedoen met heren softbal 3. Daar hadden ze een invaller nodig. Dat wilde ik wel. Na afloop vroeg de coach van dat softbalteam nadrukkelijk aan mij: ‘wat vind je eigenlijk van softbal?’ Toen drong tot mij door dat dit een sneaky manier was mij uit het honkbalteam te zetten. Er was waarschijnlijk overleg geweest tussen de trainers, waarbij de coach van het honkbalteam had opgemerkt dat hij van die Donkers afwilde. Ik werd gedumpt. Met die honkbalcoach heb ik nooit meer gesproken.”

Het was een klap voor Donkers. „Softbal is het net niet. Net als korfbal net geen basketbal is.” Hij stopte met de sport waar hij zo van hield. „Wat ik er zo mooi aan vond is de sfeer: in het veld te staan, gras, gravel, in de zon. Ik volg honkbal in Amerika nog steeds. Acties in het veld zijn het mooiste wat er is: met een hand een bal oppakken en in een vloeiende beweging gooien naar een honkman. A double play, prachtig. Je moet weten hoe moeilijk het is voordat je ziet hoe moeilijk het is.”

Met honkbal liep het slecht af, met zijn verkering ging het beter. Owen was een rebel, niet uit effectbejag maar omdat het in hem zat. Hij citeert de dichter Herman Gorter: ‘Je bent nu toch eenmaal wat je bent’. Marleen deed wel altijd haar huiswerk. Donkers: „Ik was zestien, zij vijftien. Type brave meisje van de klas, daar viel ik op. We gingen ’s avonds naar de dug-out op het honkbalveld. Klommen we het hek over, een fles vreselijke drank mee. Hebben we die smerige shit in de dug-out leeg gezopen. Een beetje stoer.”

Ze zijn nog steeds samen. Zij is materiaalkundige op de universiteit van Wageningen, hij werkt thuis in Bennekom. Donkers: „Ik heb acht jaar over de middelbare school gedaan, uiteindelijk wel een diploma gehaald. Het is zo moeilijk om te zeggen: waarom doe je niet mee? Het gewone traject afleggen kon ik niet. Problemen met huiswerk maken, werkstukken leverde ik niet in.” Tijdens zijn studie bedrijfskunde in Groningen kwam daar geen verandering in. „Na een paar weken wist ik al dat het niets zou worden. Daarna heb ik een half jaar door de stad gewandeld. Toen was het geld op.”

Hij werkte bij McDonald’s, daarna in een pizzeria in de VS, waar zijn vrouw promotieonderzoek deed. Nadat het manuscript van zijn eerste roman Julien door een uitgeverij was geaccepteerd vestigde hij zich als schrijver. „Van mijn boeken word ik niet rijk. Daarom ben ik zo blij met Marleen. Zij heeft een goede baan. Als zij net als ik een aanmodderaar was, had ik een ander leven geleid.”

Honkbal is voor hem geen metafoor voor het leven, zoals het dat ik veel Amerikaanse romans wel is. „Het boek is geschreven omdat ik de sport zelf heb beoefend. Honkbal zat niet in de eerste versie van het boek, maar de verhaallijn met de sport is goed gelukt. Toch vraag ik mij af of ik niet hetzelfde had geschreven als ik op biljarten was gegaan.”

Owen Donkers: Calippo Cola. Uitgeverij Thomas Rap. Prijs: 14,90. ISBN: 978 90 600 5975 3.

    • Menno de Galan