De schade is vast weer enorm. Verbieden dus?

1 Waar komen die harde knallen vandaan, mag dat wel?

Het einde van het jaar nadert, en dat is te horen op straat. Zware dreunen in de avond, door vuurwerkbommen, strijkers en ander illegaal vuurwerk. Het aantal „vroegtijdige knallers” neemt sterk toe, zegt Cees Meijer, coördinator van de Taskforce Opsporing Vuurwerk Bommenmakers, een samenwerking van het Openbaar Ministerie, de politie en stichting Consument en Veiligheid.

Meijer, een ervaren speurder naar illegaal vuurwerk, zegt dat de handel is verschoven van België naar Oost-Europa. En van particuliere winkelexpedities over de grens naar grootschalige smokkel door criminele bendes die hun waar online aanbieden. De knallers die nu her en der klinken, zijn volgens Meijer „zwaarder dan ooit”. Het gaat om nitraatklappers en vlinderbommen, lawinepijlen en de onder de liefhebbers bekende ‘Explods’ – nauwelijks te onderscheiden van handgranaten.

Sinds vorige maand traceert de taskforce vuurwerkbommen via internet, waar de makers ervan volop pronken met hun knallers. Eenmaal opgespoord, krijgen ze een waarschuwing of bezoek van de politie. De jongeren verpesten het voor de „echte liefhebber”, zegt Meijer. De overlast en irritatie nemen toe, dus stijgt ook het aantal voorstanders van een algeheel vuurwerkverbod. „Nu de overlast toeneemt, is dat onafwendbaar”, zegt Meijer.

Hij is niet de enige die dit jaar een verbod ter sprake brengt. Onlangs pleitte ook oogarts Tjeerd de Faber in deze krant voor zo’n verbod. Hij stelde vast dat er in twee Nederlandse nieuwjaarsnachten meer oogletsel wordt toegebracht dan gedurende de hele oorlog in Irak.

2 Wordt er veel schade aangericht door het vuurwerk?

Voor veel mensen roept Oud en Nieuw meer associaties op met oorlog dan met een feestje. Wie naar de cijfers kijkt, kan ze moeilijk ongelijk geven. De politie verricht elke Oudejaarsavond honderden arrestaties. Er zijn duizenden meldingen van brandstichting. Gemeenten zijn altijd tienduizenden euro’s kwijt.

De schade die particulieren elkaar toebrengen, is nog vele malen groter. Tijdens de jaarwisseling wordt alleen al aan woningen en inboedels gemiddeld zo’n vijfduizend keer schade aangericht, driemaal zoveel als op een normale dag. Volgens het Verbond van Verzekeraars veroorzaakten Nederlanders vorig jaar tijdens de jaarwisseling voor zo’n 7 miljoen euro aan schade. Het jaar daarvoor bedroeg de schade 8 miljoen euro, een jaar daarvoor 12 miljoen euro, exclusief 20 miljoen euro schade aan scholen. Dergelijke bedragen zijn vergelijkbaar met de schade die hevige stormen aanrichten.

En dan hebben we het nog niet gehad over het lichamelijke letsel. Vorige jaarwisseling werden 710 slachtoffers van vuurwerkongevallen behandeld op een eerstehulpafdeling, van wie 17 procent in het ziekenhuis moest worden opgenomen: nog nooit was het aantal ziekenhuisopnamen in de laatste tien jaar zo hoog. Eenderde van de slachtoffers liep oogletsel op, in de helft van de gevallen was dat blijvend. Ongeveer de helft van de slachtoffers wordt getroffen door andermans vuurwerk. Niet elk jaar vallen er doden, maar vorig jaar wel: twee jongens bliezen zichzelf op met zelfgemaakte vuurwerkbommen.

3 Steken ze morgenavond in het buitenland veel vuurwerk af?

In de meeste westerse landen wagen burgers zich niet aan het afsteken van vuurwerk. Dat laten zij over aan professionals, die met grote vuurwerkshows het nieuwe jaar inluiden. Zo is in Frankrijk het hele jaar door vuurwerk verkrijgbaar, maar het afsteken is onder particulieren niet populair. Dat is het wel in Duitsland, maar daar wordt niet zo gretig door particulieren geknald als in Nederland.

Het is niet helemaal duidelijk waar de nieuwjaarstraditie vandaan komt. Bijna alle primitieve culturen kenden het gebruik om boze geesten met kabaal te verjagen. De Chinezen gebruikten vuurwerk voor allerlei festiviteiten. Waarschijnlijk voert het Duitse en Nederlandse nieuwjaarsfeest terug tot het Zonnewendefeest van de Germanen, dat gepaard ging met het maken van veel licht in de vorm van lampen, kaarsen en vuur.

Het grote knallen met Oud en Nieuw is van betrekkelijk recente datum. Pas eind jaren zestig begonnen Nederlandse particulieren massaal vuurwerk te kopen. Lang had het afsteken rond de jaarwisseling een nogal anarchistisch karakter, pas in 1980 werden zware knallers en voetzoekers verboden.

4 Is er draagvlak voor een vuurwerkverbod?

Nederlanders zijn zeer verdeeld over het afsteken van vuurwerk, concludeerde onderzoeksbureau TNS Nipo in een grootschalig onderzoek, dat in 2008 werd uitgevoerd. De groep die het afsteken van vuurwerk positief beoordeelt, is even groot als de groep die er negatieve associaties mee heeft. Maar de groep vuurwerkhaters, die zeer negatief tegenover vuurwerk staan (21 procent), is groter dan de groep vuurwerkliefhebbers, die er zeer positief tegenover staan (13 procent). Zes op de tien Nederlanders ervaren overlast van vuurwerk tijdens de jaarwisseling, terwijl maar twee op de tien Nederlanders met Oud en Nieuw vuurwerk afsteken.

Overigens is vuurwerk bij lange na niet het grootste probleem tijdens de nieuwsjaarwisseling, vindt de Nederlander. Vandalisme en geweld tegen hulpverleners wordt veel vaker als een groot probleem gezien.

5 En is er ook een kans dat zo’n vuurwerkverbod er komt?

Niet echt. Politici maken zich niet populair door te tornen aan typisch Nederlandse tradities. Alleen de Partij voor de Dieren wil een verbod. En in 2009 verzamelden twee raadsleden van GroenLinks genoeg handtekeningen om behandeling van hun voorstel in de Tweede Kamer af te dwingen. De ministerraad was tegen. Van het Kamerdebat kwam niks terecht, omdat het parlement zich daarvoor al tegen een verbod had uitgesproken.

Een criterium voor het behandelen van een burgerinitiatief is dat de Tweede Kamer in de twee jaar voor indiening geen besluit mag hebben genomen over het onderwerp.

Bijna elk jaar wordt er wel voor gepleit. De argumenten zijn steevast dezelfde: de slachtoffers, de schade en de luchtvervuiling. Voorstanders spreken over het ombuigen van de traditie naar veilige, door gemeenten georganiseerde vuurwerkshows. Het ministerie van Binnenlandse Zaken krijgt de vraag blijkbaar zo vaak dat er een speciale internetpagina aan is gewijd. Het eerste argument tegen een verbod: „Veel mensen kijken ieder jaar uit naar het afsteken van vuurwerk.”