Beschermde positie van militairen ter discussie

Kamerleden pleiten juist voor behoud van de beschermende status.

De ambtenarenstatus die militairen een beschermde rechtspositie geeft, moet worden geschrapt. Militairen kunnen dan gemakkelijker worden ontslagen. Regelgeving rond arbeidsvoorwaarden kan dan bovendien worden versimpeld.

Dat stelt de hoofddirecteur personeel van het ministerie van Defensie, Willem van de Water, in een recente interne nota die in het bezit is van deze krant. Volgens Van de Water zijn er tegenwoordig allerlei wettelijke mogelijkheden om de rechten van militairen te garanderen. Daarvoor is geen ambtenarenstatus meer nodig.

De topambtenaar gaat met zijn plan verder dan een initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamerleden Koser Kaya (D66) en Van Hijum (CDA). Dat voorstel wil een eind maken aan de beschermde status van ambtenaren, maar bepleit juist een uitzondering voor militairen, omdat zij altijd inzetbaar moeten zijn en daarom niet mogen staken. Het initiatiefwetsvoorstel wordt volgende maand in de Kamer besproken.

Hoofddirecteur Van de Water vreest dat bij aanname van dit wetsvoorstel twee verschillende personeelssystemen bij het departement moeten worden ingevoerd: een privaatrechtelijk voor ‘burger’-ambtenaren op het departement. En daarnaast het bestaande publiekrechtelijke voor militairen. De bedrijfsvoering op het ministerie wordt daardoor complex, stelt hij. Bovendien kan het schrappen van de beschermde status voor onrust zorgen tijdens de lopende reorganisatie, waarbij duizenden defensiemedewerkers hun baan verliezen. De hoofddirecteur wil daarom de hervorming pas na deze reorganisatie, in 2017, laten ingaan.

Zijn standpunt is 22 november besproken in een stafoverleg met minister Hillen en enkele topambtenaren. Daar is besloten een en ander af te stemmen met het ministerie van Binnenlandse Zaken. Een woordvoerder van het ministerie van Defensie wil slechts kwijt dat „alle opties worden opengehouden”. (NRC)