Als de carbid knalt wappert je broek

De overlast door het afschieten van vuurwerk wordt elk jaar groter. Meer schade, meer letsel, en er worden meer knallers verkocht dan ooit. Maar een vuurwerkverbod komt er niet. Tradities laten zich slecht uitroeien.

In een modderig weiland staren vier jongens in een olievat. „Zou het genoeg zijn?” Nick denkt van wel. Er zit genoeg carbid in het vat voor een flinke knal. Nick giet er wat water bij en dekt het vat af met plastic. „Let op, nu komt de druk erop.” De jongens wrijven in hun handen. Het wordt hun eerste knal van dit jaar. Na een minuutje wachten pakt Nick een brandende stok. De andere jongens stoppen vingers in hun oren. Hij houdt de vlam tegen de achterkant van de ton. BENG! Een steekvlam en een donderende dreun. Het blauwe olievat vliegt meters achteruit. Een groep paarden verderop in het weiland steigert zich uit de voeten. De jongens kijken tevreden. „Da was lekker”, zegt Nick. „Die eerste knal is altijd het lekkerst.”

Straks, op Oudjaarsdag, zullen nog vele knallen volgen. In Vriezenveen, een dorpje aan de rand van Twente, schieten ze met carbid. Traditie, legt Berdwin Keijzer (33) uit. Zijn vader deed het al. En zijn opa.

Zelf begon Berdwin er op zijn tiende aan. Dan deed hij wat spuug op een carbidblok en plaatste het in een verfblikje. Met een brandende tak stak hij het goedje aan. Kleine knalletjes. Op zijn dertiende kreeg hij vijfliterblikken om te oefenen. En op zijn zestiende nam zijn vader hem mee naar een weiland. Daar werd Berdwin geleerd hoe je veilig bussen laat knallen. Berdwin: „Een jaarlijks ritueel.” Uit de tijd dat we nog tegen de Germanen vochten, denken ze.

Arjan Dasselaar (22) maakt ook deel uit van de vriendengroep die ieder jaar carbid afsteekt. „Die dreun geeft een kick”, vindt Arjan. „Soms knalt het zo hard dat je je broek om je benen voelt wapperen. Dat zijn de mooiste.”

Dit jaar zijn de jongens in elk geval verzekerd van harde knallen, zegt Nick Keijzer. Hij schaft namens de vriendengroep het carbid aan. Het wordt normaal gesproken gebruikt als pesticide, om mee te lassen, als mollenverjager, als plantenhormoon en als grondstof voor het maken van staal en kunststoffen.

Nick koopt het „via connecties” rechtstreeks van de groothandel. Deze jaarwisseling schieten ze 130 kilo aan carbid weg. Kostte zo’n 500 euro. Dat geld hebben ze bij elkaar gelegd. „Genoeg om negentien huizen op te blazen”, grijnst Nick.

Ook in veel andere plattelandsdorpen in Overijssel, Drenthe, Friesland en Groningen is carbidschieten een populaire bezigheid. En steeds meer jongeren doen er aan mee, zeggen woordvoerders van de provincies Groningen en Friesland. In het zuiden van het land komt carbidschieten beduidend minder voor. „Er komen vaker overlastmeldingen binnen over carbidschieten. Het aantal verkooppunten neemt toe.”

Leveranciers herkennen het beeld. „Vorig jaar steeg de verkoop met 30 procent”, zegt carbidhandelaar Wesley Zantinge uit het Drentse Ruinerwold. „En het jaar ervoor verkochten we al 20 procent meer dan het jaar daarvoor.” Ook Nicolaas van der Veer, een van de grootste importeurs van carbid, merkt dat de explosieve stof aan populariteit wint. Carbid ligt tegenwoordig ook bij reguliere vuurwerkwinkels in de schappen, voorverpakt en al. Van der Veer denkt dat het door de crisis komt. „Hoe slechter het met de economie gaat, hoe meer mensen carbid kopen. Voor een kilo ben je tussen de 5 en 7 euro kwijt. Veel goedkoper dan een vuurwerkpakket.”

De stichting Consument en Veiligheid is er bezorgd over. Volgens woordvoerder Kees Meijer is het schieten met carbid gevaarlijk omdat een incident vaak leidt tot ernstige letsels. „Veel jongeren maken bij het carbidschieten gebruik van oude melkbussen. De bodem van zo’n bus kan verroest zijn. Soms schiet hij los bij een knal. Als je erdoor geraakt wordt, ben je je hoofd kwijt.” Volgens Meijer gebeuren er jaarlijks „meerdere dodelijke ongelukken” met carbidschieten. Maar ongevallen met carbid worden niet apart geregistreerd, dus het is moeilijk te zeggen hoeveel het er echt zijn.

Veel gemeenten zijn daarom regels aan het opstellen. In het Zuid-Hollandse Lansingerland is het schieten met carbid dit jaar voor het eerst verboden. Burgemeester Ewald van Vliet vindt dat het „risico voor de veiligheid” te groot is. In driekwart van de Friese gemeenten mag alleen nog op aangewezen gebieden worden geknald. Ook andere noordelijke gemeenten zijn aan het reguleren.

Ook de vriendengroep in Vriezenveen merkt dat het hun „steeds moeilijker” wordt gemaakt door gemeente en politie. In Noordoost-Twente worden geen nieuwe vergunningen meer afgegeven voor carbidschieten. Er komen steeds minder plekken waar het is toegestaan. „Alles wordt aan banden gelegd”, zeggen de jongens. „Het is een kwestie van tijd voordat ook hier een verbod komt.”

Natuurlijk, ze beseffen dat het gevaarlijk is wat zij doen. Maar er wordt scherp gelet op de veiligheid, zegt Nick Keijzer stellig. Ze schieten alleen in een afgebakend gebied, met hekken eromheen. En die gevaarlijke melkbussen gebruiken ze ook niet. De jongens schieten met olievaten. En ze houden hun oren goed dicht bij het knallen. Anders loop je voor altijd gehoorschade op, zegt Keijzer.

Volstrekt veilig, vindt Arjan Dasselaar. Ook hij zal later zijn zoon meenemen naar een weiland, om hem vertrouwd te maken met carbid. „Omdat het erbij hoort”, zegt Arjan. „Een traditie moet je in ere houden.”