YouTube-theater; surfen door de toneelhistorie

YouTube brengt toneelgeschiedenis dichtbij. En jonge theatermakers zetten zich daar niet meer tegen af, maar gebruiken het als bron van inspiratie.

Retro TV Isolated with Clipping Paths. File contains three clipping paths. One for the outline, one for the screen and one for the casing to allow re-colouring

‘Zonder YouTube hadden onze voorstellingen niet bestaan”, zegt Annechien de Vocht. Samen met Lotte Bos vormt zij Young Gangsters, een ultrajong gezelschap dat uitblinkt in ‘vechttoneel’.

Aan de Toneelacademie van Maastricht bestudeerden De Vocht en Bos de theatrale vormgeving van vechtsport. Dat begon met gewelddadige films, zoals Reservoir Dogs van Quentin Tarantino. Ook de actiefilms van Jackie Chan waren onderwerp van studie, zoals de keiharde vechtscène in Who am I. Die staat op YouTube: een choreografie van rondzwaaiende vuisten, uitgevoerd door drie mannen op een hoog dak (van de Willemswerf in Rotterdam). In Wanna Fight Again, dat te zien was op het Over ’t IJ Festival, keren scènes uit die film herkenbaar terug, zoals de dansende vechtstijl van de acteurs, de voltreffers en het razendsnelle wegduiken. „Voor het vertalen van film naar theater is YouTube onmisbaar”, zegt De Vocht. „Het is de rijkste archiefbron. Je kunt het beeld stilzetten en minutieus bestuderen.”

Ook de gloednieuwe groep Urland zoekt inspiratie bij YouTube-kunst, dit keer verder terug. Hun voorstelling Oktobertragödie, getoond in Maastricht, is gemodelleerd naar Wagners ideaal van het Gesamtkunstwerk. De Urland-spelers zijn trots op hun inspiratiebron, die ze googelen, bestuderen en tot hun artistieke bezit maken. Zó willen zij theater maken; met kennis van en respect voor de geschiedenis.

Je expliciet laten inspireren door het verleden: jarenlang was dat in het theater taboe. Vernieuwing was het toverwoord, en daarmee het verzet tegen gevestigde theatermakers. Dat begon in de jaren zestig, met Actie Tomaat: eerbied voor traditie sloeg om in revolte tegen traditie. Dat laatste lijkt nu niet meer aan de orde. Integendeel: theatermakers zoeken welbewust aansluiting bij het verleden. Docent Henk Havens van de Maastrichtse Toneelacademie constateert dat er „een nieuwe beweging is ontstaan, waarin jonge acteurs en regisseurs zich niet afzetten tegen voorgangers maar zich door hen laten inspireren.”

In dit opzicht is hun werk retrospectief, retro dus: ze kijken nadrukkelijk naar vroeger, anders dan voorheen. Is dat erg? Zou de hernieuwde belangstelling voor het verleden, onder meer gefaciliteerd door YouTube, theatervernieuwing in de weg staan? Resteert enkel nostalgie? Of kan vernieuwing ook uit bewondering voor de toneeltraditie voortkomen?

YouTube: alles is er, en alles is nu

In zijn boek Retromania. Pop Culture’s Addiction to Its Own Past is de Britse popjournalist Simon Reynolds somber over de retrotrend in zijn genre (zie zijn artikel op pagina 8). Door de verslaving van populaire muziek aan zijn verleden is vernieuwing onmogelijk, aldus Reynolds. Retro is nostalgie, stilstand, behoudzucht. Goedbeschouwd zet hij twee lijnen uit, die in elkaars verlengde liggen. De ene: dankzij YouTube is het verleden zo dichtbij, dat het eigenlijk niet meer het ‘verleden’ is. Alles is er, en alles is nu. De andere: internet maakt democratisch. Als het een je niet zint, zoek je iets anders op. Eén dwingend perspectief ontbreekt, omdat de veelheid aan informatie overweldigend is. De roemrijke prestaties van acteur Ko van Dijk (1916-1978) uit een ver verleden zijn voor de YouTube-generatie even dichtbij en even invloedrijk als die van, zeg, Gijs Scholten van Aschat nu.

In de jaren zeventig en tachtig was het verzet tegen de toneeltraditie nog hevig. Gerardjan Rijnders, een belangrijk vernieuwer in die tijd, zette zich in zijn werk af tegen het heersende, psychologisch-realistische toneel van toen. Maar met de Tsjechov-cyclus die hij nu maakt voegt ook Rijnders zich naar de conventie. „In theater werk je nooit in een vacuüm”, zegt hij. „Met de hakken tegen het bestaande kun je goed de sprong voorwaarts maken, naar vernieuwing. Toneel is nooit eendimensionaal: een repertoirestuk van Shakespeare of Tsjechov kun je oud noemen, dus retro. Maar de vormgeving kan volkomen nieuw en verrassend zijn. Dat is geen nostalgie. Het begrip ‘retromania’ geldt daarom volgens mij niet in het theater. Daar geldt: kennis van het oude leert je nieuwe wegen in te slaan.”

Dat doet bijvoorbeeld een jonge toneelschrijver als Hayco Oudeman (1986), auteur van de voorstelling Rotterdam voor het Rotterdamse gezelschap Bonheur. Onomwonden geeft hij toe geïnspireerd te zijn door de Engelstalige toneeltraditie van Harold Pinter (1930-2008). „Ik woonde een tijdlang in Londen en las uitsluitend Engelstalige stukken. Hier kan ik van leren, dacht ik; zo moet het dus.” Zijn trouw aan de Pinter-traditie blijkt uit de voorstelling. In Rotterdam komt net zo’n ongrijpbaar personage voor als Stanley uit Het verjaardagsfeest. Hoewel regisseur Peter Sonneveld veel ideeën voor de realistische speelstijl van Rotterdam opdeed via internet, past toch een waarschuwing: „Je mag nooit klakkeloos imiteren. Waarborg je persoonlijke visie.” Oudemans respect voor de Britse schrijfstijl zit zijn eigen stem niet in de weg. Hij transformeert het griezelige universum van Pinter naar een Rotterdamse setting. Voor hem is „Pinter de traptrede naar het leven anno 2011”, zoals hij het zelf zegt.

Theater kan dus terugblikken, en tegelijk vernieuwend zijn. Of sterker: juist vernieuwen omdat goed naar de geschiedenis wordt gekeken. Een voorbeeld van retrospectief theater dat door de vorm verrast, is Mephisto door Toneelgroep Maastricht, een voorstelling over collaboratie in het Derde Rijk. Om een beeld te krijgen van de hoekige beeldtaal van die tijd, de jaren dertig, zocht regisseur Arie de Mol op YouTube. „Als ik de recente toneelgeschiedenis bekijk, bestaat die uit een golfbeweging: psychologisch-realisme en fysiek-expressionisme wisselen elkaar af. Theater grijpt terug en gaat vooruit. Met Mephisto kwamen we, via filmpjes van bijna een eeuw terug, uit bij een hedendaagse, expressionistische speelstijl.”

Hoofdrolspeler Olaf Malmberg als de duivelse Mephisto keek op YouTube om de historische speelstijl te reconstrueren. Malmberg: „De site is een schatkamer. Ik kende foto’s van toen, stilstaande beelden, maar nu zag ik tot mijn verbazing expressionisme en beweging. Vroeger zocht je dagen naar materiaal verstopt in bibliotheken, nu is het er meteen.”

Dus niet alleen de jongste generatie theatermakers omarmt het verleden en zet dat om tot iets nieuws. Ook een gevorderd acteur als Scholten van Aschat, oud-student van de Toneelacademie in Maastricht, begeeft zich surfend door de toneelhistorie. Vorig seizoen vertolkte hij de titelrol van Richard III, waarin hij songs van Tom Waits combineert met Shakespeare. Het samenbrengen van die twee werd vergemakkelijkt door YouTube, zegt hij. „Ik kon zo op mijn scherm de beelden van Waits’ liveoptredens oproepen. Ook vond ik op internet een versie van Richard III uit de achttiende eeuw van ene Colly Cibber. Daaruit nam ik een scène over. Zo creëer je een nieuwe vorm uit bestaande elementen. Het verleden laat zich nu meer dan ooit raadplegen en tot inspiratiebron maken. Maar als maker of acteur moet je wel in je eigen tijd staan, of liever nog: erboven. Jij vormt altijd het ijkpunt.”

    • Kester Freriks