Weten die officieren wel wat ze hebben aangericht?

In de herfst van 1997 stond Han Vermeulen opeens met een balkje voor zijn ogen in de krant. Hoofdverdachte in een vermeende grote beursfraude. Van die zaak bleef niets over, maar vrijgesproken werd hij evenmin. „Er staat voldoende genoegdoening tegenover.” Het tweede van drie artikelen over gevallen ondernemers.

Nederland, Amsterdam, 16-12-2011. Portret van Han Vermeulen voor de gevangenis in de Havenstraat waar hij eind jaren negentig ooit 7 weken in voorarrest heeft gezeten als een van de hoofdverdachten in de Clickfonds beursfraudezaak. Foto: Andreas Terlaak Andreas Terlaak

Het beste advies kreeg Han Vermeulen aan het eind van zijn voorlopige hechtenis. Van zijn psycholoog.

Na zeven weken voorarrest in het huis van bewaring aan de Amsterdamse Havenstraat zou hij op 10 december 1997 vrijkomen. Hij wilde maar één ding: de eerste vlucht naar Portugal, naar zijn vakantiehuis aan de Algarve. Weg uit Nederland, weg uit Amsterdam. Even helemaal geen mensen tegenkomen.

Maar zijn psycholoog raadde hem dat met klem af. Zoals je na een auto-ongeluk meteen weer moet gaan autorijden, om er geen eeuwige afkeer van te krijgen. Vermeulen moest zich niet verstoppen, maar snel weer onder de mensen komen om niet in een sociaal isolement te komen.

„Een gouden tip”, zegt Han Vermeulen nu. „Want daardoor heb ik mijn ellende sneller kunnen verwerken, ben ik niet mensenschuw geworden en ook niet rancuneus.”

Vermeulen stond in de herfst van 1997 ineens met een balkje voor z’n ogen in de krant. Han V. stond eronder. Hoofdverdachte in de Clickfondszaak, de vermeende omvangrijke beursfraude waarop het Openbaar Ministerie onder leiding van officier van justitie Henk de Graaff groots had ingezet.

Na een 36-jarige loopbaan als commissionair in effecten werd Vermeulen op 24 oktober 1997 gearresteerd, aan het einde van de middag in zijn eigen biotoop, de Amsterdamse beursvloer. De lijst met aantijgingen van justitie was lang en ernstig: handel met voorkennis, lid van een criminele organisatie, belastingfraude, oplichting, omkoping, valsheid in geschrifte en heling. In één klap was de directeur van handelshuis Leemhuis & Van Loon zijn status als gevierde beursveteraan kwijt. Hij was 53 jaar.

Na dagenlange verhoren door de FIOD, zeven weken hechtenis en drie jaar nader onderzoek liep de zaak in juni 2001 dood. De rechtbank vond dat het Openbaar Ministerie zeer onzorgvuldig onderzoek had gedaan, met „grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte” en verklaarde de zaak niet-ontvankelijk. Voor Vermeulen, tegen wie tweeënhalf jaar celstraf was geëist, resteerde uiteindelijk een boete van 7.500 euro voor het niet volledig opgeven van een personeelsbonus aan de fiscus.

Begin vorig jaar kon Vermeulen het Clickfondsboek definitief dichtslaan. Hij kreeg 690.000 euro overgemaakt van de staat, als vergoeding voor de geleden schade. Acht jaar lang had hij daarover geprocedeerd. De Hoge Raad gaf hem in januari 2010 gelijk.

„Ik was er al veel eerder klaar meer, hoor”, zegt hij veertien jaar nadat hij tijdelijk zijn schoenveters had moeten inleveren. „Om de doodeenvoudige reden dat ik er altijd van overtuigd was dat ik onschuldig was. Na driekwart jaar balen, was ik er klaar mee. Ik had geloof in de rechtsstaat en wist dat ik deze zaak ging winnen.”

Strikt genomen is van winst geen sprake. De rechter heeft geen uitspraak gedaan. U kreeg weliswaar geen straf opgelegd voor beursfraude, maar u bent evenmin vrijgesproken. Is het niet blijven knagen dat uw onschuld nooit bewezen is?

„Op zich dat jammer ja, maar er staat voldoende genoegdoening tegenover. Uit de beslissing van de rechtbank blijkt heel duidelijk wie er fout zat in deze zaak: niet ik, maar justitie.”

En uw geloof in de rechtsstaat?

„Ik heb hoe dan ook geen enkel vertrouwen meer in het Openbaar Ministerie.”

Was het lastig voor u om met zoveel negatieve publiciteit weer aan het werk te kunnen?

„In Nederland kwam ik natuurlijk niet meer aan de bak. Als je met een balkje voor je ogen in de krant hebt gestaan is het lastig solliciteren. En iedereen wist wie ik was. Gelukkig had ik nog iets van geld achter de hand, dus kon ik het even uithouden. Binnen een jaar raakte ik via een vriendje in gesprek bij een investeringsmaatschappij in Zwitserland, Nedfin. Eind 1998 kon ik er aan de slag als adviseur, zowel op het gebied van aandelenbeleggingen als van private equity-investeringen. Ik heb er drie jaar met plezier gewerkt, ook al verdiende ik helemaal niks. De directie kende mijn zwakke onderhandelingspositie en bood me alleen reis- en verblijfkosten. Die wist dat ik in Nederland geen alternatief had en dat ik graag weer aan het werk wilde. Ik was al lang blij dat ik weer wat te doen had.”

Sindsdien bent u altijd actief gebleven in de financiële wereld. U werkt inmiddels als vermogensbeheerder bij Aberfeld Asset Management, uw vierde werkgever sinds de beursfraudezaak. Het lijkt erop dat u qua carrière nauwelijks last hebt gehad van die affaire.

„Een aantal goede vrienden is me altijd trouw gebleven. Die hebben me zowel privé als zakelijk overeind gehouden. Zo werd ik eind 2001 door Jos Dreessens gevraagd bij zijn vermogensbeheerkantoor Maynard & Keynes. Hij wist dat ik na twee jaar wel klaar was met wekelijks voor niks heen en weer vliegen naar Genève. Hij had een andere goede vriend van me al binnengehaald als directeur, André van Eerden. Ik waarschuwde beiden nog wel voor reputatieschade, maar daar waren ze niet bang voor. Ze wilden me hebben als beleggingsadviseur, omdat ze me goed vonden. André begon vorig jaar met Aberfeld en vroeg opnieuw of ik mee wilde doen.

„Ook heb heel veel te danken aan Harry Mens. Die heeft me vrij snel na het begin van de affaire uitgenodigd in zijn tv-programma. Daar ben ik nu al twaalf jaar vaste beleggingsanalist.”

Bij geen van deze bedrijven waar u nadien werkte bent u statutair directeur geworden. Hebt u door uw strafzaak en de fiscale veroordeling die daaruit volgde een blijvend minnetje achter uw naam staan bij de financiële toezichthouder?

„Voor die baan bij Maynard & Keynes kon ik niet helemaal inschatten of ik als bestuurder een verklaring van geen bezwaar nodig had en of ik die wel zou krijgen. Directeur Paul Koster van de AFM, die ik goed ken, zei me dat het wellicht wel zou lukken, maar dat het wel een jaar of drie kon duren. Ik had geen zin om door die molen van de toezichthouders te gaan en heb besloten om dan maar geen bestuurslid te worden, maar adviseur van de directie.

„Bij Aberfeld ben ik gewoon in loondienst als vermogensbeheerder. Dat bevalt mij prima, want dat is aanzienlijk minder stressvol. Vanaf 1975 ben ik ruim twintig jaar non-stop als directeur en aandeelhouder verbonden geweest met bedrijven op de beurs. Dat waren tropenjaren. Ik was dag en nacht met de beurs bezig. Dat heeft me mijn huwelijk gekost. Dat laat ik niet nog een keer gebeuren. Ik ben afgelopen zomer hertrouwd.

„Nu heb ik geen stress meer. Nou ja, behalve dan op dagen dat de beurs instort.”

Bent u er financieel zwaar op achteruit gegaan?

„Ik verdien een stuk minder, maar heb geen financiële zorgen. Bij Leemhuis & Van Loon verdiende ik 40.000 gulden in de maand, exclusief bonussen. Nu 2.200 euro bruto. Maar het interesseert me niet. Ik ben niet arm. Ik heb tien jaar geleden twee appartementen in Amsterdam-Zuid goed kunnen verkopen en ik heb nog altijd mijn vakantiehuis in Portugal.”

Tussen neus en lippen door laat Vermeulen blijken multimiljonair te kunnen zijn geweest. Maar ook bij dat vooruitzicht stak justitie een spaak tussen de wielen. Vermeulen was kort voor zijn arrestatie druk bezig om Leemhuis & Van Loon te verkopen aan een bedrijf van miljardair John Fentener van Vlissingen. Die zou in tranches tussen de 30 en 35 miljoen gulden hebben willen betalen voor het Amsterdamse effectenhuis. Vermeulen was met 30 procent de grootste aandeelhouder.

Is het missen van die miljoenen niet het meest spijtige gevolg van de Clickfondsaffaire?

„Nee, helemaal niet. Ik ben geen big spender. Heb geen snelle auto’s – ik heb niet eens een rijbewijs – en dit horloge hier heb ik begin jaren negentig als relatiegeschenk gekregen van de Dresdner Bank. Ik hecht maar aan twee materiële zaken waarde: goed eten en nette pakken. Als ik me die dingen kan veroorloven, ben ik heel tevreden.

„Ik blijf het allerergste van die hele zaak vinden, dat justitie een gezonde onderneming om zeep heeft geholpen. De verkoop ging uiteraard niet door. Daarna is Leemhuis leeggelopen en voor een prikkie opgegaan in effectenkantoor Nyenburg. Het was een prachtig bedrijf.”

Wordt u nog vaak aan Clickfonds herinnerd?

„Nee, eigenlijk nooit meer. In het begin hoorde ik achter m’n rug om nog veel grapjes over Han V. – ik ging inderdaad op aanraden van die psycholoog weer veel de stad in – maar dat hield snel op.

„Vorig jaar werd ik in een cafeetje in Haarlem sinds lange tijd weer eens door iemand over de zaak aangesproken. Wat bleek? Dat was een van de oude FIOD-rechercheurs die me dagenlang hadden ondervraagd. Hij vertelde dat hij destijds aan de officier geadviseerd had dat mijn hechtenis na drie dagen wel kon worden opgeheven. Ze waren wel klaar met het verhoor en hadden niet de indruk dat ik zou vluchten. Hij vond het even bizar als ik, dat justitie niettemin aandrong om mijn hechtenis met dertig dagen te verlengen. Ik heb die avond nog heel gezellig met die FIOD-jongen een biertje gedronken.”

Zou u dat ook doen als u Henk de Graaff tegenkomt, de toenmalige zaaksofficier?

„Ik koester geen wrok, maar Henk de Graaff en zijn toenmalige kompaan Joost Tonino zou ik niet graag meer tegenkomen. Als ik in mijn zaak ergens spijt van heb is het dat ik verzuimd heb om die twee officieren eens recht in de ogen te kijken en te zeggen: ‘Weten jullie wel wat jullie hebben aangericht?’ ”

Philip de Witt Wijnen

    • Philip de Witt Wijnen