Vrijdagspreek

Mijn vader was not amused toen in 2002 actualiteitenprogramma NOVA in het geheim gefilmde beelden liet zien van preken die werden gehouden in moskeeën die als radicaal bekendstonden. Het was de tijd dat men zich met Pim Fortuyn afvroeg wat er nou precies vanaf de minbar (islamitische kansel) verkondigd werd. Fortuyn: „Je moet de moskeeën zien als mantelorganisaties. In de moskeeën worden martelaren gefokt.” In de moskeeën die NOVA infiltreerde werd in het Arabisch opgeroepen om de vijanden van de islam te vernietigen en werd het martelaarschap verheerlijkt.

Heftig. Vond ook mijn vader, maar om een andere reden dan ik. De moskeeën in de uitzending waren niet de moskeeën die hij bezocht, noch waren het preken die hij in die opzwepende vorm te horen kreeg. Maar toch ervoer hij de uitzending als pijnlijk. Een moskee, dat was niet alleen een godshuis, dat was ook een clubhuis, een laatste plek in Nederland waar hij en de zijnen nog hun culturele en religieuze eigenheid konden koesteren. Die werd nu te kakken gezet door Nederlandse media, die toch al nooit iets moesten hebben van de islam. Aldus mijn vader.

Het aanjagend effect van uitzendingen als die van NOVA is geweest dat veel islamitische gebedshuizen tot openheid werden gedwongen. Laat maar zien dat je niets te verbergen hebt. Ook werden moskeebesturen verjongd. Maar de belangrijkste verandering is wel dat het in steeds meer moskeeën praktijk werd om de vrijdagspreken in het Nederlands te houden.

Jongerenimam Yassin elForkani uit Amsterdam-Slotervaart sprak recentelijk in de media over enkele moskeeën waar in het Nederlands wordt gepreekt en een groter aantal waar de vrijdagspreek na afloop in het Nederlands wordt vertaald. Volgens elForkani is dit vanwege moslimjongeren die de behoefte hebben „om religiositeit te linken aan de Nederlandse context”. Nico Landman, hoofddocent islamitische studies aan de Universiteit Utrecht, stelt daartegenover dat deze ontwikkeling nog niet betekent dat de islam in Nederland ook meteen een Nederlands karakter (open, tolerant) krijgt.

Misschien niet. Maar om het belang van de verandering te schetsen haal ik weer even mijn vader aan die mij ooit over een incident in zijn moskee vertelde. Bezoekers van Marokkaanse moskeeën zijn merendeels Berbertalig en begrijpen de preken in het Arabisch niet altijd even goed. Een keer nodigde de moskee een Berbertalige gastprediker uit. Hij zou het hebben over je taak als moslim in Nederland. De man had nog maar een paar woorden gesproken of in de gebedszaal stonden een paar scherpslijpers op die hem in de rede vielen. In Allahs huis mocht Zijn woord alleen in het heilige Arabisch verkondigd worden. Een argument waar niemand tegen inging, want wie durfde de heiligheid van het Arabisch te betwijfelen?

Nu wordt er zelfs gepredikt in het Nederlands, een taal die nog verder afstaat van het Arabisch dan het Berbers. Dat is meer dan een cosmetische verandering, daar is een mentaliteitsverandering aan voorafgegaan. Je kunt alleen maar bidden dat de ontwikkeling doorzet.

    • Hassan Bahara