Verkiezingen zijn onnodig

Het kabinet zou binnenkort kunnen vallen. De vrees voor nieuwe verkiezingen is echter ongegrond, schrijft Rinus van Schendelen. We kunnen gewoon opnieuw formeren.

Komen er binnenkort vervroegde verkiezingen? Misschien wel, als je de tweet van Geert Wilders van gisteren („Denkt VVD/CDA toch aan versoberen hypotheekrenteaftrek/aflossingsvrije hypotheken? Onacceptabel dan maar verkiezingen!”) mag geloven. De samenwerking tussen gedoogpartner PVV en de coalitie begint te wringen. Tot dusver heeft de PVV voor haar steun weinig teruggekregen bij immigratie en integratie. De komende extra bezuinigingen werden niet genoemd in het Gedoogakkoord. Inmiddels torent de eurocrisis boven alles uit – een crisis die tijdens de verkiezingen van 2010 vrijwel werd genegeerd en waarover de partijen geen afspraken hebben gemaakt.

Het minderheidskabinet van VVD en CDA behoeft dus extra steun op het Binnenhof. Oppositiepartijen PvdA, D66 en GroenLinks zijn hiertoe alleen bereid bij vervroegde verkiezingen. De SP wil ook nieuwe verkiezingen, maar biedt de andere partijen weinig aan.

Over enkele weken wordt het spannend. Begin februari presenteert het Centraal Planbureau zijn nieuwe prognoses. Deze zullen somber zijn. Het minderheidskabinet komt klem te zitten. Nieuwe verkiezingen lijken onafwendbaar.

De meeste partijen zitten hier niet om te springen. De VVD kan dan niet langer de grootste blijken te zijn en haar premierschap verliezen. Het CDA zal vrezen dat de slechte electorale prognoses worden bewaarheid. De PVV moet electoraal verlies incalculeren. De kiezers kunnen meer belang hechten aan werk en inkomen dan aan immigratie. Ook de PvdA en GroenLinks kampen met interne onrust. Ze kunnen geenszins zeker zijn van electorale winst.

Het bedrijfsleven is sterk gekant tegen nieuwe verkiezingen. Een demissionaire kabinetsperiode – minimaal een half jaar (campagne plus formatie) – zal waarschijnlijk de marktrente van nieuwe staatsleningen verder opjagen.

Iedereen kan evenwel opgelucht ademhalen. Nieuwe verkiezingen zijn onnodig. De verkiezingsuitslag van 2010 is geldig tot mei 2015. Zonder staatsrechtelijk probleem kan een nieuw kabinet worden gevormd. Het minderheidskabinet van VVD en CDA kan op zoek gaan naar een nieuwe partner voor zijn nieuwe financieel-economische crisisagenda.

De PvdA alleen is dan al voldoende voor een meerderheid in zowel de Tweede als de Eerste Kamer. Dit geldt ook voor D66, GroenLinks en ChristenUnie samen. Vrijwel zeker ambiëren deze partijen de status van regeringspartij en niet die van gedoogpartner.

De VVD en het CDA zullen liever één grote dan drie kleine partners hebben. De PvdA heeft wellicht liever D66 en GroenLinks erbij, onder de vlag van ‘nationaal crisiskabinet’. Nood breekt gewoonte.

Bijna elke grotere partij heeft bij dit alternatief een winst- en verliesrekening. De VVD houdt het premierschap, maar zal haar taboe op versobering van de hypotheekrenteaftrek moeten opgeven – wellicht tot haar opluchting. Het CDA is bevrijd van de PVV, ten gunste van de interne rust. Halvering dreigt niet langer.

Dit geldt ook voor de PvdA en GroenLinks. Samen met D66 voelen ook zij zich bevrijd van de gedogende PVV. Ze zien kansen voor structurele hervormingen zoals van de AOW, WW, zorg en arbeidsmarkt en kunnen ons land weer een gunstig profiel bezorgen in Europa.

De PVV lijkt de verliezer te worden, maar zal zich verheugen op haar vrije ruimte voor campagne en oppositie. Alleen de SP lijkt, als gevolg van gering politiek ondernemerschap, weinig te winnen of verliezen.

De VVD en het CDA zullen genoegen moeten nemen met minder bewindslieden. Dit is pijnlijk, maar ook een kans om omstreden bewindslieden elegant uit te zwaaien.

PvdA, D66 en GroenLinks kunnen maar liefst 3,5 jaar meebeslissen over het regeringsbeleid. Job Cohen, die meer een bestuurder is dan een politicus, kan tot zijn recht komen.

Wat weerhoudt deze partijen van het alternatief van een nieuwe formatie zonder verkiezingen? Het kan niet verlegenheid zijn over de vraag ‘of dit geen kiezersbedrog is’. Nee, dit past binnen ons staatsrecht. Het is geen unicum.

Is een nieuw regeerakkoord, met verminderde hypotheekrenteaftrek, dan wellicht ‘verraad aan verkiezingsbeloftes’? Nee. Blijkens langdurig politicologisch onderzoek verwachten de meeste kiezers dat ‘politici meer beloven dan zij kunnen waarmaken’. Toen Geert Wilders een dag na de 2010 verkiezingen zijn belofte over de AOW brak, verbaasde hij weinig kiezers.

Het grootste obstakel acht ik de beperkte politieke bekwaamheid van de hoofdrolspelers. Zijn zij in staat om elkaar in korte tijd te begrijpen, iets te gunnen en te vertrouwen? Deze informatieronde kunnen zij het best in eigen hand houden. Bij succes kunnen zij, als signaal dat ‘de nieuwe politiek’ niet over is, de Tweede Kamer verzoeken de start van de finale formatieronde te bekrachtigen.

Een meer effectieve regering kan zich snel presenteren.

Rinus van Schendelen is als hoogleraar politicologie verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    • Rinus van Schendelen