Universiteit discrimineerde mannen

De Rijksuniversiteit Groningen heeft mannen gediscrimineerd bij de benoeming van twaalf vrouwen tot hoogleraar. Dat concludeert de Commissie Gelijke Behandeling (CGB).

De universiteit nodigde vrouwelijke universitair hoofddocenten uit hun dossier in te sturen om in aanmerking te komen voor een benoeming; voor mannelijke collega’s bestond deze mogelijkheid niet. Daarop diende de Groninger Studentenbond een klacht in bij het Meldpunt Discriminatie Groningen. De bond is lid van de universiteitsraad en bij de beleidsvorming betrokken.

„De universiteit heeft de afgelopen jaren op tal van manieren geprobeerd het percentage vrouwelijke hoogleraren op te krikken”, legt Marlinde Gras, voorzitter van de studentenbond, uit. „Hoge functies worden nadrukkelijker onder de aandacht van vrouwen gebracht. Vrouwelijke hoogleraren mogen in deeltijd werken. Ook wordt rekening gehouden met het feit dat deeltijdwerkers vaak minder wetenschappelijke publicaties op hun naam hebben staan. Weliswaar is het streefcijfer voor 2010 – 17 procent vrouwelijke hoogleraren – niet gehaald, maar de curve gaat wel langzaam omhoog.”

De CGB oordeelt dat de universiteit direct onderscheid op grond van geslacht heeft gemaakt. „Volgens de [...] wetgeving mag voorkeursbeleid gevoerd worden als het gemaakte onderscheid tot doel heeft vrouwen in een bevoorrechte positie te plaatsen om feitelijke ongelijkheden op te heffen of te verminderen. Het voorkeursbeleid moet dan wel voldoen aan een aantal voorwaarden. Een van die voorwaarden is dat alleen de voorkeur aan een vrouw gegeven mag worden als sprake is van gelijke geschiktheid.” Omdat de universiteit mannen van tevoren uitsloot, is het volgens de CGB niet duidelijk of de vrouwen en die mannen even geschikt waren.

Een woordvoerder van de universiteit zegt dat de maatregel uit nood geboren is. „Zonder de maatregel zou het percentage vrouwelijke en mannelijke hoogleraren pas in 2066 in evenwicht zijn geweest.” De benoemingen worden volgens hem niet teruggedraaid.