Rintje De gelukkig nieuwhaar uitvinding

‘Je kijkt sip’, zegt Henriette tegen Tobias. ‘Wat is er aan de hand?’

‘Het is weer bijna zover’, zegt Tobias. ‘Je weet wel....’

‘Ik weet helemaal niks’, zegt Henriette. ‘Wat bedoel je?’

‘Wat komt er na Kerstmis en is voor alle kleine honden de allerergste dag van het jaar?’

‘O, je bedoelt Oud en Nieuw?’ zegt Henriette. ‘Maar dan vieren we toch altijd ons eigen feestje; gelukkig nieuwhaar. We trekken ons er gewoon helemaal niets van aan!’

‘Maar al die knallen dan?’ vraagt Tobias.

‘We doen net als vorig jaar watten in onze oren’, zegt Henriette. ‘Of een koptelefoon op, dan valt het best mee!’

‘Misschien weet Rintje een nog betere oplossing’, zegt Tobias. ‘We gaan bij hem spelen, dan komen we vast op een goed idee!’

Als ze bij Rintje thuis zijn aangekomen zit hij op zijn kamer te knutselen.

‘Wat maak je?’ vraagt tobias.

‘Ik ben al bezig met gelukkig nieuwhaar’, zegt Rintje. ‘ik wil dit jaar de perfecte uitvinding doen tegen vuurwerkknallen. Maar ik wil er dit jaar ook mooi uitzien en geen rare proppen met watten in mijn oren!’

‘Dat is ook toevallig’, zegt Henriette. ‘Tobias en ik wilden ook al iets bedenken tegen het lawaai.’

‘Omdat wij Oud en Nieuw tot gelukkig nieuwhaar hebben omgedoopt wil ik ook echt nieuw haar hebben op die avond’, zegt Rintje. ‘En ik denk dat ik een perfecte uitvinding bedacht heb!’

‘Vertel het ons’, zegt Tobias.

‘Ik ga gekke pruiken maken die we op kunnen zetten’, zegt Rintje. ‘Maar van binnen vul ik ze helemaal met dikke watten. Als je de pruik opdoet hoor je helemaal niets meer en toch zie je er mooi uit!’

‘Wat een goed idee’, zegt Henriette. ‘Mag ik mijn eigen pruik maken?’

Met stukjes stof en wol en touw maken Tobias, Henriette en Rintje drie heel hoge pruiken.

Als ze klaar zijn vullen ze de pruiken van binnen met watten.

‘En dan doen we nu de test’, zegt Rintje. ‘Ik zet de radio heel hard aan en dan zetten we ieder onze pruik op.’

Eerst is de muziek heel hard maar als ze hun pruik op hebben gezet horen de drie vriendjes niets meer.

‘Gelukkig nieuwhaar!’ schreeuwt Henriette heel hard.

Tobias en Rintje zien wel dat ze haar bek heel wijd opendoet, maar ze horen haar stem niet.

‘Wat zien jullie er mooi uit’, zegt mama. Ze stapt Rintjes kamer binnen. ‘Hebben jullie zin in verse koekbotjes?’

Rintje knikt. Hij doet zijn pruik af. ‘Waarom knik je als je niets kan horen?’ zeggen Henriette en Tobias die nu ook hun pruik af hebben gedaan. ‘Dan werkt de uitvinding dus niet!

‘Sommige woorden kan ik liplezen’, lacht Rintje.

En samen met mama rennen Tobias, Henriette en Rintje naar de keuken.

    • Sieb Posthuma