Regering India oogt stuurloos na reeks schandalen

India is in een politieke impasse terechtgekomen. De regering van Manmohan Singh maakt een uitgebluste indruk en ook de economie begint er onder te lijden.

Ook hongerstakingen in India zijn niet meer wat ze geweest zijn. Amper een dag nadat hij in de stad Mumbai (Bombay) met eten was opgehouden om strengere wetgeving af te dwingen tegen corruptie van politici hield de 74-jarige Anna Hazare, die zich graag spiegelt aan Mahatma Gandhi, het gisteren alweer voor gezien. Niet omdat hij zijn zin had gekregen, maar op doktersadvies.

Volgens veel Indiase commentatoren speelde ook mee dat hij in Mumbai, de zakelijke hoofdstad van het land, veel minder respons kreeg, dan afgelopen zomer in de hoofdstad New Delhi. De inwoners van Mumbai keken even meewarig naar de oude man en gingen naar hun werk. Ze moesten weer geld verdienen.

Afgelopen zomer nog beloofde de regering stevige wetgeving om de steeds verder uitdijende corruptie aan te pakken. De maatregelen die echter deze week werden aangenomen door de Lok Sabha, het Indiase Lagerhuis, waren maar een slap aftreksel van eerdere voorstellen. De Lokpal, de waakhond die belast wordt met de corruptiebestrijding, zal geen eigen onderzoeksbureau krijgen. Daardoor is hij al bij voorbaat tandeloos, betogen Hazare en anderen.

De gang van zaken rond de corruptiebestrijding versterkt het gevoel van malaise en stagnatie in een land, dat tot voor kort nog bezig leek aan een onstuitbare opmars op het wereldtoneel, zowel economisch gezien als politiek. Dat de vaart eruit is, is voor een belangrijk deel aan de regering van premier Manmohan Singh te wijten. Hoewel niemand de sober levende Singh (79) persoonlijk van corruptie verdenkt, wordt zijn kabinet achtervolgd door corruptieschandalen. Zo zou de regering bij herhaling parlementariërs hebben omgekocht om haar meerderheid te behouden. In maart van dit jaar moest het hoofd van de Indiase corruptiebestrijding opstappen omdat hij zelf van corruptie werd verdacht. In februari ruimde minister van telecommunicatie Andimuthu Raja het veld omdat hij de schatkist voor miljarden euro’s zou hebben benadeeld door frequenties voor mobiele telefoons voor een fractie van hun werkelijke waarde te verkopen.

Er komt bij dat de Congrespartij van Singh, die India sinds de onafhankelijkheid het grootste deel van de tijd heeft bestuurd, de laatste tijd een stuurloze indruk maakt. Singh oogt weinig strijdbaar en hetzelfde geldt voor de ‘gerontocraten’ rond hem. De vijf belangrijkste ministers zijn gemiddeld 74 jaar oud.

Belangrijk is ook dat partijleider Sonia Gandhi (65) slechts op halve kracht draait nadat ze afgelopen zomer voor een medische behandeling in de Verenigde Staten was geweest. De partij weigert hardnekkig nadere mededelingen te doen over haar ziekte maar naar in New Delhi verluidt gaat het om kanker.

Het ligt voor de hand dat Sonia Gandhi wordt opgevolgd door haar zoon Rahul (41), want ook in het verleden zag de achterban bij voorkeur steeds een telg van de familie Nehru, die in 1947 al de eerste premier leverde, aan het hoofd van de partij. Maar het probleem is dat Rahul, sinds zeven jaar parlementslid, zich tot dusverre geen bijster competente politicus heeft betoond. Hij ontmoet graag arme mensen in zijn district maar heeft weinig op met het politieke werk binnen de partij. Slechts zeer sporadisch voert hij het woord in de Lok Sabha. In mei werkte hij zich in de nesten door zonder bewijs politieke tegenstanders van moord op dorpsbewoners te beschuldigen.

Deze maand daalde het prestige van de regering-Singh verder. Twee weken nadat ze had aangekondigd dat buitenlanders voortaan zouden mogen investeren in de detailhandel (onder meer in supermarkten) moest ze dit besluit herroepen. Er bleek onvoldoende steun voor in het parlement te bestaan. Een pijnlijk foutje in de politieke regie.

Als excuus kan de Congrespartij aanvoeren dat ze in het parlement is aangewezen op de steun van kleinere, wispelturige partijen, die dikwijls weinig van economische hervormingen moeten hebben – net als overigens facties binnen de Congrespartij zelf. De kans op een nieuwe golf van liberalisering, volgens buitenlandse investeerders en veel Indiase zakenmensen dringend noodzakelijk, is dan ook gering. Was de economische groei in 2010 nog 8,5 procent, nu is die beneden de 7 procent gezakt. De regering wijt dit vooral aan het verslechterde internationale economische klimaat, maar ze zou ook de hand in eigen boezem kunnen steken.