Prioriteit: jeugdwerkloosheid

Als het financieel-economische ‘doormodderscenario’ van het Centraal Planbureau werkelijkheid wordt, hetgeen te vrezen is, zal de werkloosheid in Nederland volgend jaar stijgen naar 5,25 procent: 475.000 mensen. De jongeren zullen zijn oververtegenwoordigd, net als nu: het algemene werkloosheidspercentage bedraagt volgens recente berekeningen 4,8 tegenover een jeugdwerkloosheid van 8,2 procent.

De vraag is dus of het tijd is voor revitalisering van het ‘Actieplan Jeugdwerkloosheid’ dat de toenmalige staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Klijnsma (PvdA), in 2009 lanceerde.

In 2010 daalde de jeugdwerkloosheid en leken de effecten van het plan dus zichtbaar. Dit jaar is er echter weer sprake van een stijging. Het lijdt geen twijfel dat marktontwikkelingen van veel grotere invloed zijn dan maatregelen die de overheid bedenkt. Het scheppen van omstandigheden die leiden tot economische groei blijft de belangrijkste bijdrage die een kabinet kan leveren aan de bestrijding van de werkloosheid. Maar dat wil niet zeggen dat overheden geen additionele maatregelen hoeven te nemen.

Relatief is de jeugdwerkloosheid in Nederland laag, zelfs iets lager dan in Duitsland, om maar niet te spreken over landen met duizelingwekkende jeugdwerkloosheidspercentages als Italië (27) en Spanje (46). Het is niet voor niets dat op Europees niveau de aanpak van werkloosheid en in het bijzonder de jeugdwerkloosheid tot een van de vijf prioriteiten is benoemd in de economische hervormingsplannen waarover de regeringsleiders eerder deze maand afspraken maakten.

Hoewel de huidige VVD-bewindslieden van Sociale Zaken, minister Kamp en staatssecretaris De Krom, niet alle actiepunten van Klijnsma voortzetten, zijn ze niet ongevoelig voor de positieve resultaten ervan: sinds september 2009 zijn 170.000 jongeren naar een baan bemiddeld. Ze hebben gemeenten vorige week opgeroepen om gebruik te maken van de nuttige ervaringen die er met het actieplan zijn opgedaan. Daarmee zijn ze aan het goede adres, want jeugdwerkloosheid is een probleem dat per regio verschilt en dus een lokale of regionale aanpak verdient. In Amsterdam bijvoorbeeld bedraagt de jeugdwerkloosheid ondanks een daling het afgelopen jaar nog altijd 14 procent.

Jeugdwerkloosheid is een tijdelijk probleem, zo mag worden aangenomen. De vergrijzing in Nederland zal over enkele jaren eerder voor een tekort aan arbeidskrachten zorgen. Juist om die reden is het van sociaal én economisch belang dat nu geen generatie ontstaat die zich straks niet voor de arbeidsmarkt kan kwalificeren. Bij de vermoedelijk zware cao-onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers die op komst zijn, verdienen dus niet alleen de lonen en pensioenen de aandacht, maar ook de bestrijding van de jeugdwerkloosheid.