Opeenstapeling van blunders wegspuiten

Japanse deskundigen zijn vernietigend over de aanpak van het Fukushima-ongeluk.

Zowel het personeel van de centrale als de regering zorgde voor meer schade.

Het personeel van de kerncentrale Fukushima Daiichi was op 11 maart zo in verwarring door het ongeluk dat het niet de juiste maatregelen nam. Daardoor waren de gevolgen ernstiger dan nodig. Het personeel was niet getraind in de bestrijding van een zwaar ongeluk en er waren geen goede noodscenario’s.

Tien onafhankelijke Japanse deskundigen hebben deze conclusie getrokken op grond van interviews met 450 betrokkenen. Hun voorlopig rapport is gisteren gepubliceerd.

De communicatie in de centrale stortte al binnen een dag in doordat de gewone telefoon niet werkte en de batterijen van de mobieltjes leeg raakten, aldus de onderzoekers. Verlichting moest vaak komen van zaklantaarns. Binnen de kortste keren ontstond een chaos waarin het overzicht verloren ging. Bedrijfsmanager Masao Yohida kon in zijn commandobunker de relevante informatie niet langer verwerken.

De tien deskundigen waren in mei door de Japanse overheid aangezocht om de aanpak van de kernramp te onderzoeken en brachten gisteren een voorlopig rapport uit. Het panel stond onder leiding van emeritus hoogleraar werktuigbouw Yotaro Hatamura, die zich specialiseert in analyse van industriële calamiteiten. Volgend jaar verschijnt een definitief verslag.

Het rapport schetst de verwarring van de slecht voorbereide medewerkers van elektriciteitsbedrijf Tepco, eigenaar van de centrale. Zo begrepen zij het systeem van noodkoeling niet en merkten zij soms niet dat kleppen waren gesloten die open hadden moeten staan. Werd het euvel verholpen, dan werd verzuimd dat door te geven aan de leiding in de controlekamer. In een ander geval werd injectie van koelwater zonder overleg beëindigd door een onbevoegde werknemer. En toen besloten was koelwater met behulp van het brandblussysteem in de reactoren te pompen, kon niemand de juiste aansluiting vinden – totdat de gepensioneerde ontwerper van het systeem was opgehaald.

Door de vertraging kwamen de splijtstofstaven eerder en langer droog te staan dan nodig. Ze raakten oververhit, barstten open en smolten.

Het rapport is vernietigend over het gedrag van de inspecteurs van toezichthouder NISA die al binnen enkele dagen na de tsunami de wijk namen, terwijl het juist hun taak was informatie te vergaren en het effect van maatregelen te onderzoeken. De regering in Tokio stuurde hen terug, maar ze bleken uiteindelijk van weinig nut.

Ook de regering kreeg weinig zicht op de ontwikkelingen. Ze begreep vaak niet welke functionarissen ze in Fukushima aan de telefoon had. Ze kreeg het verwijt dat ze de schaarse gegevens over de radioactieve wolk die zich in de eerste uren en dagen verspreidde, niet tijdig doorgaf aan lokale autoriteiten. Omwonenden zijn daardoor onnodig aan straling blootgesteld. Ook de voorlichting aan de media was onvoldoende en chaotisch, totdat het Internationale Atoomenergieagentschap (IAEA) en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de voorlichting op zich namen.

Nog in juni had Japan in een rapport aan het IAEA een gunstig beeld gegeven van de veiligheidsstatus van de reactoren (voor de ramp) en van het optreden na het ongeluk. Wel werd daarin toegegeven dat al lang voor de ramp was gewaarschuwd dat het reactorterrein niet tegen een vloedgolf van 10 meter hoog bestand was. Daarop was niet gereageerd. De tsunami was meer dan 14 meter hoog.

Ook was in juni al toegegeven dat de autoriteiten omwonenden van de centrale niet op tijd hadden ingelicht over het gevaar van radioactieve neerslag. Pas anderhalve dag na de aardbeving is besloten tot een volledige evacuatie van een gebied binnen 20 kilometer van de centrale.

In de eerste weken na het ongeluk hebben de Japanse autoriteiten veel in het werk gesteld om de ernst van het ongeluk te bagatelliseren. Tegen het oordeel van buitenlandse deskundigen in hielden ze vol dat het ongeluk in Fukushima slechts tot categorie 4 van de internationale nucleaire ongelukkenschaal INES behoorde. Die loopt, gaande van licht naar zwaar, van 1 tot 7. Uiteindelijk is Fukushima op 12 april naast ‘Tsjernobyl’ in categorie 7 geplaatst.

Op 16 december maakte toezichthouder NISA bekend dat de reactoren 1, 2 en 3 na negen maanden de toestand van ‘cold shutdown’ hadden bereikt. Binnen de reactorvaten bestaat geen overdruk meer en de temperatuur van het koelwater is er tot onder de 100 graden gezakt. De uitstoot aan radioactieve dampen is tot een aanvaardbaar niveau gedaald. De reactoren 4, 5 en 6 zijn steeds in ‘cold shutdown’ geweest, omdat ze voor onderhoud buiten bedrijf waren toen de tsunami kwam. De tamelijk nieuwe reactoren 5 en 6 zijn niet beschadigd en zullen ook niet, zoals de andere vier, in de komende tien of twintig jaar worden ontmanteld.

Het laatste ‘status-report’ van het IAEA, dat nog steeds wekelijks wordt uitgegeven, beschrijft hoe de radioactiviteit van het terrein rond de verwoeste centrale flink is afgenomen. Kortlevende isotopen als jodium-131 zijn inmiddels vervallen. De activiteit komt nu nog in hoofdzaak van de vervuiling met cesium-134 en cesium-137. Die van cesium-134 loopt nog snel terug. Er zijn uitgewerkte plannen om de ontruimde zone rond Fukushima door middel van afgraving te decontamineren, zodat de bevolking kan terugkeren.