Of dit een dieptepunt was?

Van alle nog niet ontdekte schrijvers is Otto Flemminks de beste. En de aardigste, hij verfde ooit belangeloos het plafond van mijn badkamer. Het leek me leuk om hem mee te vragen toen ik was uitgenodigd om ‘iets’ te doen bij de vestiging van Selexyz in Arnhem.

Otto haalde me thuis op.

Hij was in pak, zo kende ik hem niet.

Otto vond dat ik ook een pak aan moest.

Daarna reden we in de Golf van zijn schoonmoeder naar Arnhem.

In de auto zat een metertje dat steeds verder terugliep.

Otto zei dat hij bang was voor dat metertje.

Ik moest op mijn telefoon zoeken wat ‘EPS’ betekende.

Bij Vinkeveen stopten we op een parkeerterrein achter een benzinepomp. Ik ging buiten roken. Otto belde zijn schoonmoeder. Toen ik weer instapte, hoorde ik hem ‘geen paniek’ tegen haar zeggen.

We besloten toch verder te rijden.

We bereikten Arnhem.

In de boekhandel had boekhandelaar Wim vijftig stoelen in een keurig vierkant gezet. Op het tafeltje ervoor lag een stapel van mijn boeken. Er was ook een microfoon.

Er waren acht belangstellenden.

Mijn ouders, Vitesse-voorlichter Ester Bal en haar moeder, een journalist van De Gelderlander – hij ging over de rubriek ‘Sprietjes’–, een neger met een fototoestel en twee onbekenden.

Otto interviewde mij.

Zijn eerste vraag was: „Hoe denk jij over het huwelijk?”

Daarna lazen we om beurten wat verhalen voor.

Er werd niet op gereageerd, ook niet op het verhaal met porno-elementen van Otto.

Na lang aandringen van mij – „U mag echt alles vragen…” – kwam er een reactie uit het publiek.

Mijn moeder stak haar vinger op.

Ze had er niets van verstaan.

Een wat oudere man, hij bleek Hans te heten, viel haar bij.

„Ik ook niet, maar dat geeft niet, want u bent zoals u bent, onverstaanbaar dus en daar kunt u niets aan veranderen.”

Daarna ging ik boeken signeren.

Een lesbische vrouw kocht het boek voor haar vriendin.

‘Voor Inge’, moest ik erin schrijven, ‘omdat het ook niet leuk is dat je altijd depressief bent.’

De journalist van De Gelderlander kwam met zijn kladblok naar me toe. Of dit een dieptepunt was? Ik moest in het regiokatern kijken naar de rubriek ‘Sprietjes’.

„Ik heb vanmiddag heel wat sprietjes bij elkaar geharkt.”

Boekhandelaar Wim kwam zeggen dat hij er qua publiciteit alles aan had gedaan. Van een poster op de deur tot een advertentie in de Uitkrant. Hij had meerdere auteurs in zijn winkel zien sneuvelen, maar deze middag was het gebrek aan belangstelling wel heel evident geweest.

Nog een sprietje, concludeerde De Gelderlander.

Op de weg naar Amsterdam evalueerden Otto en ik ons optreden.

Pas een paar dagen later durfde hij te zeggen dat de paniek over dat metertje voor niets was geweest, het ging over het benzineverbruik.

Marcel van Roosmalen

    • Marcel van Roosmalen