Nog even, en dan kan soldaat ambtenaar-af zijn

Ambtenaren hebben een speciale status. Zo zijn ze beschermd tegen politieke willekeur. Maar dat gaat veranderen. Misschien ook voor militairen.

Het is een even simpel als verstrekkend zinnetje in het regeerakkoord: „Ambtenarenrecht wordt gelijkgetrokken met het arbeidsrecht.” Het kabinet wil de ontslagbescherming voor de ongeveer 644.000 ambtenaren afschaffen. De talloze beroepsmogelijkheden staan een afslanking van de overheid – een van de belangrijke doelstellingen van dit kabinet – in de weg.

In de Tweede Kamer ligt al een initiatief-wetsvoorstel dat min of meer hetzelfde beoogt. Het D66-Kamerlid Fatma Koser Kaya en de CDA’er Eddy van Hijum dienden dit begin november 2010 in. Het komt erop neer dat de ambtenarenstatus verdwijnt, mogelijk in 2015.

Ambtenaren hebben ooit een speciale status gekregen om hen te beschermen tegen politieke willekeur. Leidende gedachte is dat zij ongelijkwaardig zijn bij het aangaan van een contract met de overheid. Volgens Koser Kaya en Van Hijum is de rechtspositie van ambtenaren inmiddels voldoende op andere manieren geborgd. Zij pleiten daarom voor gelijkstelling aan gewone werknemers, die minder beroepsmogelijkheden hebben bij ontslag. Doordat voor juridische procedures minder mensen hoeven worden vrijgemaakt, kan dit ook een besparing voor het Rijk opleveren, aldus de indieners.

Voor de bijna 50.000 militairen maken zij een uitzondering, net als voor rechters en een enkele andere groep. Militairen moeten altijd inzetbaar zijn, en mogen dus niet staken, bijvoorbeeld om cao-eisen kracht bij te zetten. Daarom mogen zij wel aanspraak blijven maken op bescherming in de vorm van de ambtenarenstatus, aldus de twee Kamerleden. Daarbij tekenen zij overigens aan dat ook deze uitzondering op den duur wellicht kan verdwijnen.

Het initiatief-wetsvoorstel wordt volgende maand in de Kamer behandeld. In de aanloop daarheen bepalen de diverse ministeries hun standpunt erover. Van Algemene Zaken, het departement van premier Rutte, wordt niet veel weerstand verwacht. Naar verluidt is de minister-president blij dat Koser Kaya en Van Hijum de hete kolen voor hem uit het vuur halen.

Bij Defensie ligt dat anders. Luitenant-generaal Willem van de Water, verantwoordelijk voor personeelsbeleid, vreest complexe toestanden. De hoofddirecteur waarschuwde in een interne nota van ongeveer twee maanden geleden. Als burgerambtenaren wel overgaan naar de nieuwe status en militairen niet, moet Defensie twee verschillende beheerssystemen voor het personeel invoeren. En dat terwijl Defensie niet bekendstaat om zijn soepele bedrijfsvoering. In augustus nog berichtte deze krant dat slechts ongeveer vierduizend van de zestigduizend personeelsdossiers op orde waren.

Het gaat Van de Water niet om het principe van de speciale status van militairen. Ook hij stelt dat er tegenwoordig allerlei wettelijke mogelijkheden zijn om hun rechten te garanderen. Daarvoor is volgens hem geen ambtenarenstatus meer nodig.

Van de Water wil liefst eerst de huidige grote reorganisatie bij Defensie afronden, en daarna pas, bijvoorbeeld in 2017, de ambtenarenstatus voor militairen en burgers schrappen. In de praktijk komt dit dus dicht bij het voorstel van Koser Kaya en Van Hijum. Het eerder schrappen van de ambtenarenstatus – tijdens de lopende reorganisatie dus – zou onnodig veel emotionele weerstanden oproepen, schrijft Van de Water. „In een tijd dat ‘alles minder wordt’, lijkt normaliseren of harmoniseren een verslechtering: de ervaren erkenning en waardering voor de militair of de ambtenaren en zijn werk neemt af. [...] Dus is er flinke weerstand.”

Maar er is er ook zakelijke kritiek. Zo wijst Rob Hunnego, voorman van de vereniging van marineofficieren, erop dat de maatregel waarschijnlijk niet zo veel geld oplevert als voorstanders betogen. Zo hebben onderzoekers van de Leidse universiteit vraagtekens gezet bij de mogelijke opbrengst die het Amsterdamse onderzoeksinstituut SEO had berekend. Dat stelde dat de eenmalige invoeringskosten al na zeven jaar zouden zijn terugverdiend.

Ook Van de Water heeft bij Defensie al baten van 2 miljoen euro ingeboekt. Die ontstaan doordat er minder juridische procedures worden gevoerd en personeelsdiensten minder mensen hoeven vrij te maken voor uitvoering van de „bijzondere” regels in het ambtenarenrecht. „Maar is daarbij wel rekening gehouden met bijvoorbeeld de soms hoge afkoopsommen die de particuliere sector gewend is?”, vraagt Hunnego zich af. „Het lijkt erop dat een oude fout wordt gemaakt, en iedereen zich weer eens razendsnel rijk rekent.”