Met Hemingway de sociale ladder beklimmen

In Salvador, de nieuwe roman van de Nederlandse auteur Henk van Straten, valt de mannelijke hoofdpersoon eens niet van zijn voetstuk. Sterker nog, Hendrie Perenboom probeert dat voetstuk juist te beklimmen.

Schrijvers trekken in de recente literatuur liever een man van hun sokkel dan dat ze hem erop zetten. De heer op leeftijd, werkzaam als schrijver, hoogleraar op een letterenfaculteit of als redacteur van een literaire uitgeverij, moet toch wel één van de dankbaarste doelwitten van hedendaagse, grote auteurs zijn. In boeken van Coetzee (Disgrace), en Grunberg (Tirza) staat een man centraal die in wezen overschat hoeveel autoriteit de buitenwereld nog toekent aan datgene waardoor hij zelf is gevormd. ‘Pap, nu even geen Dostojevski’, zegt Tirza in het gelijknamige boek tegen haar vader Jörgen Hofmeester. David Lurie moet in Disgrace zijn post bij de universiteit verlaten wanneer blijkt dat het instituut geen enkele boodschap heeft aan Lurie’s eigen, door de romantiek ingegeven, ethische kader.

Voor wie het wil zien is dit gegeven van een lid van een oude, laten we zeggen ‘literaire’ elite, die aan kracht en gezag inboet en via de pen van de schrijver in een draaikolk in de diepte verdwijnt, iets dat met een zekere regelmaat in de moderne literatuur terug te vinden is. En in de meest geslaagde gevallen, zoals in de twee romans hierboven, komt het bij de lezer binnen als een bijl, waarschijnlijk omdat hij of zij zich zo makkelijk identificeert met een representant van die ‘literaire’ klasse. Het wringt toch als je via nota bene het lezen van een roman gewezen wordt op de vrijwel onbeduidende machtsfactor die de literatuur in de wereld speelt.

Henk van Stratens Salvador is met het oog op bovenstaande traditie een opmerkelijk boek. Hierin nu eens niet een man die van zijn voetstuk kukelt, maar het, als ware het een realistische roman van Stendhal of Balzac, probeert te beklimmen. Hendrie Perenboom, want zo heet hij, is een jongen van het volk. Opgegroeid in een Brabantse wijk, waar hij vermoedelijk nog met de cast van de tokkiefilm New Kids heeft geknikkerd, neemt hij al vroeg de foute afslag. Hij belandt op 20-jarige leeftijd in de gevangenis, om daar vervolgens zijn stiel of misschien wel roeping te vinden: het lezen van literatuur. Perenboom ziet zogezegd het licht en raakt ervan overtuigd dat boeken hem kunnen doen uitstijgen boven wat in het begin van de roman de ‘proletarische misère’ wordt genoemd.

U kunt het hele artikel hier lezen.

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Vrijdag 23 december 2011, pagina 10 - 11.

    • Sebastiaan Kort