Kostuumfilms zijn van nu

De jaren twintig zagen er in de jaren vijftig anders uit dan in de jaren tachtig. Kostuumfilms laten nooit alleen de tijd zien waarin ze spelen. Retro is nooit perfect. Zelfs een regisseur die wil laten zien wie es eigentlich gewesen ist, ontsnapt niet aan zijn tijd. De jurkjes waarin in de jaren twintig de charleston werd gedanst waren in de jaren vijftig langer dan in de jaren zeventig.

Nog erger wordt het met films uit tijden waar geen foto’s van zijn; de fantasie wordt niet door mechanische reproducties in toom gehouden, alleen gestimuleerd door kunstwerken. De Middeleeuwen zien er in geen film hetzelfde uit – haalden de filmmakers hun inspiratie uit de miniaturen uit een oud getijdenboek of kozen ze voor een gebrandschilderd raam uit een kerk?

Zelfs de berenvellen uit de prehistorie, waar helemaal geen afbeeldingen van zijn, ontsnappen in een kostuumfilm niet aan de waan van de dag; ook het bont krijgt een snit die een filmster in 1966 (Raquel Welch in bontbikini in One Million Years B.C.) of 1985 past (Daryl Hannah in los zeemleer in Clan of the Cave Bear).

Soms lijkt een historische figuur vooral te herleven door een uiterlijke overeenkomst. De oogmake-up van Elizabeth Taylor paste zo goed bij Cleopatra, dat ze maar een film over de Egyptische koningin maakte. Daarna werden sphinx eyes nog populairder. In de mode waren ze al sinds de ontdekking van het graf van Toetanchamon in de jaren twintig. Er is daar sprake van een soort oversprong: het feit dat de oude Egyptenaren zichzelf vaak afbeeldden met zwart omrande ogen, wil niet zeggen dat ze in werkelijkheid hun ogen zwart omrandden. Daar is ander bewijs voor nodig. In dit geval is dat overigens wel voorhanden: er zijn in Egypte veel potjes met vettig zwart poeder gevonden.

De eerste keer dat ik de invloed van het heden op het beeld van het verleden zag, was een schok. Door de eyeliner van Taylor als Cleopatra besefte ik dat het verleden niet vaststaat, dat het nog steeds veranderd kan worden. Het verleden is bijna net zo maakbaar als de toekomst.

Die maakbaarheid is nu zeer letterlijk. Dankzij apps als Hipstamatic kan elke foto er een uit het recente verleden lijken. 2011 wordt met een druk op de knop 1977. Met zwart-wit of sepia kun je nog verder terug in de tijd.

Uit dat voorbeeld blijkt dat ook foto en film helaas niet de werkelijkheid zelf zijn. Ook dat zijn op de eerste plaats verbeeldingen. Maar heel soms kun je dat vergeten. Bijvoorbeeld bij The Pianist (2002) van Roman Polanski. Die film is op een ook tien jaar geleden al ouderwets aandoende wijze gemaakt, op celluloid, op 35 mm. Retro. Toch is het alsof je daar doorheen kunt kijken. Polanski bereikt in deze film over de Holocaust iets onmogelijks. Het is alsof je naast hem staat en een andere kant op zou kunnen kijken dan de cameraman, alsof het verleden wel echt bestaat en je er een kijkje in kan nemen.

De Holocaust staat bekend als het meest onverfilmbare onderwerp. Op verbeelding ervan heeft lang een taboe gerust. Misschien dat Polanski’s manier van filmen daarom nog meer indruk maakt. Dichterbij de werkelijkheid kun je op film in ieder geval niet komen.

    • Bianca Stigter