Ik verlies mezelf graag in wat ik doe

Vandaag: kookcolumnist Janneke Vreugdenhil over de zeven hoofdzonden.

‘Als het om eten gaat ken ik mijn grenzen, maar op andere vlakken ben ik onmatig.’

fotografie Lars van den Brink, onderwerp: Janneke Vreugdenhil

„Ik hou niet van regelmaat en opgelegde momenten. Met Kerst heb ik gewoon een pan van mijn oma’s soep gemaakt. Maar op een doordeweekse maandag kan ik zomaar iets koken wat jij zou beschouwen als een kerstdiner. Mensen vragen mij altijd hoe ik zo slank blijf, want ik eet veel. Dat komt omdat ik alleen uit lust eet. Ik eet nooit mijn bord leeg omdat het zo hoort. Ik luister naar mijn gevoel van verzadiging. Dat heeft niets te maken met het tellen van calorieën of koolhydraten, maar met smaak en bevrediging. Het gevoel dat je maag vol zit of eigenlijk net daarvoor. Het is de wet van het afnemende genot. Als ik een stuk chocoladetaart neem geniet ik daar enorm van, bij het tweede stuk ook, maar bij het vierde stuk daalt die curve weer. Dat moment voel ik intuïtief aan. Ik ben bang dat veel mensen het gevoel van verzadigd zijn niet eens meer herkennen.

„Als het om eten gaat ken ik mijn eigen grenzen heel goed, maar tegelijkertijd ben ik op andere vlakken zo onmatig dat het soms zelfdestructief is. Ik verlies mijzelf graag in wat ik doe. Werk me helemaal over de kop en blijf hangen op feestjes. Dat gaat vaak ten koste van mijn gezondheid. Tijdens een vakantie in Rio de Janeiro een paar jaar terug had ik bijvoorbeeld zoveel gefeest dat ik helemaal uitgedroogd was toen ik op het vliegveld aankwam voor de terugreis. Ik viel flauw, er moesten drie zakken infuus aan te pas komen voordat ik naar huis kon. Op zo’n moment word ik letterlijk teruggefloten door mijn lichaam.

„Ik denk dat iedereen alle zeven zonden in meer of mindere mate in zich heeft. Van hebzucht en afgunst heb ik zelf het minste last. Nee, ook niet in de liefde, want ik zie mijn man niet als mijn bezit. Veel zonden hebben ook een positieve kant. Zo ga ik van woede heel helder denken en formuleren. En waar zouden we zijn zonder lust? Lust, in de breedste betekenis van het woord, is juist een van de belangrijkste drijfveren in mijn leven. Ik ben liever te lustig dan apathisch.

„Pas als zonden overmatig gevoed worden, leiden ze tot excessen. We zijn van nature gulzig en de overdaad aan beschikbaar voedsel versterkt dat. We worden gulziger. Kijk maar hoe mensen zich gedragen in een all you can eat-restaurant. Misschien is er nog een ergere economische crisis nodig om die overdaad te stoppen. We zouden in ieder geval makkelijk met minder toe kunnen. Sterker nog, het eten wordt er alleen maar lekkerder van. Ik kook het liefst met een paar producten die toevallig aanwezig zijn. De keukens ontstaan uit armoede zijn de rijkste keukens. Bijvoorbeeld de Chinese keuken, een van mijn favoriete, daar eten ze alles wat kruipt, loopt, zwemt en krioelt.

„Eten is ingewikkeld geworden. Je mag niet te veel vis eten want de zeeën worden overbevist, we mogen niet te veel vlees, niet halal slachten, je moet veel groenten en fruit eten, maar mag dat dan wel of niet uit een pakje? De voedingsindustrie verneukt onze intuïtie ook nog eens. Al die producten waar opstaat dat het goed voor je is, claims als ‘gezonde keuze’, daar kan ik boos over worden. Becel heeft het voor elkaar gekregen dat een zorgverzekeraar haar producten vergoedt, terwijl helemaal niet wetenschappelijk bewezen is dat ze werken. Dat stuit me tegen de borst. Laatst zag ik een zakje drop met 0 procent vet. Ammehoela, er zit helemaal geen vet in drop. Nooit. Maar als je er even niet bij nadenkt, lijkt het net gezonde drop. Ondertussen zit er wel gewoon suiker in en dat is nog veel ongezonder dan vet. Het is een schijngezondheid die ons wordt voorgespiegeld.

„Ik denk dat als we alles vergeten wat we de afgelopen twintig jaar gehoord hebben over voeding, en dan bedoel ik ook alle reclameboodschappen, we gezonder zouden leven en er minder obesitas zou zijn. Bij mijn eerste kind was ik in het begin heel streng. Die kreeg één keer per dag een doosje rozijntjes en dat was het. Op een gegeven moment merkte ik dat hij bij anderen heel begerig werd naar snoep. Toen dacht ik: als ik het nou gewoon loslaat, dan gaat hij zichzelf reguleren. En dat gebeurde. Leg iemand restricties op en hij zal zich na een zekere tijd verliezen in oncontroleerbare gulzigheid. Dat is ook de reden waarom diëten niet werken Als we stoppen met al die ver- en geboden komt er vanzelf een moment dat het evenwicht zich herstelt.

„Mijn relatie met eten is natuurlijk een beetje dubbel. Aan de ene kant vind ik dat we te veel met eten bezig zijn. Kijk bijvoorbeeld naar die overdaad aan kookprogramma’s én afvalprogramma’s tegelijkertijd. Dat is toch schizofreen? Maar aan de andere kant doe ik er zelf aan mee door zo veel over eten te schrijven. In mijn columns en boeken wil ik benadrukken dat het belangrijk is om te weten wat je eet, maar vooral ook dat je ervan moet genieten. Natuurlijk eet ik weleens een bak ijs leeg voor de tv, maar daar geniet ik dan ook van. Je schuldig voelen over eten vind ik erger dan te veel eten. Genieten staat niet gelijk aan onmatigheid. Genieten is gezond. Pas als het vraatzucht is en dus destructief, dan wordt het een zonde.

„Geen idee waarom ik moeiteloos mijn grenzen aanvoel als ik eet, maar niet als ik uitga, drink of werk. Ik kan er moeilijk bij waarom mensen ongezond veel eten, maar ik kan me wel heel goed voorstellen dat je verslaafd raakt aan drank of aan drugs, of in de goot belandt. Dat zou mij ook kunnen gebeuren. Ik voel die kracht. Ik geef er niet aan toe omdat ik tegelijkertijd een enorme zelfdiscipline heb. Ook al ga ik helemaal tot het gaatje, dan is er net vóór dat gaatje iets wat zegt: hé, stop. Ik heb een heilig plichtsbesef. Ook als ik gefeest heb zal ik ’s ochtends gewoon mijn werk doen. Ik heb nog nooit een deadline gemist.

„Ik ben calvinistisch opgevoed. Wij werden vroeger door mijn ouders op zaterdag om acht uur uit bed getrimd omdat we nuttige dingen moesten doen. Ook al was ik tot vier uur in de kroeg geweest en lagen mijn vriendinnen nog uit te slapen tot twaalf uur ’s middags.

„Die combinatie van discipline en onmatigheid is ongezond voor mij want ik heb niet zo’n sterk lichaam. Eigenlijk kan ik slecht tegen de onregelmatigheid en onmatigheid waar ik zo van hou. Anderhalf jaar geleden kreeg ik een evenwichtsstoornis, waardoor ik niets meer kon. Dat zoiets vat op me kreeg, komt ongetwijfeld mede omdat ik veel te hard werkte. Ik was te gulzig. Ik rekte mezelf op, wilde kijken of ik een volgend artikel ook nog kon schrijven. Ik schreef zes stukken in de week. Nu schrijf ik er nog maar één. Dat kan niet anders. Nog steeds kost alles mij drie keer zoveel moeite. Als ik te veel doe word ik duizelig. Ik moet rustiger aan doen, al voel ik daar een enorme weerstand tegen. Iedereen waarschuwt me, ook mijn artsen, maar dat heeft geen zin. Het moet uit mijzelf komen. Het is hetzelfde met vrienden die ongezond dik zijn. Als ik die zie eten, denk ik weleens: waarom doe je dat nou? Maar ik zal er nooit wat van zeggen. Ik weet dat het alleen werkt als het uit jezelf komt.

„De zonde luiheid zou bij mij beter ontwikkeld mogen zijn. Ik hing nooit op de bank. Dat doe ik nu verplicht. Ik ben begonnen met mediteren omdat ik hoop dat het me helpt om meer rust te creëren. Ik hou van onrust. Maar als te weinig rust nu betekent dat ik mijn evenwichtsfunctie straks nog verder achteruit gaat, is de prijs die ik betaal te hoog.

„Misschien leer ik ooit nog eens minder gulzig in het leven staan. Ik neem nu meer tijd voor reflectie. Ik ben genoodzaakt mijn tijd en energie beter te verdelen, bewustere keuzes te maken over welke dingen ik wel en niet doe. En ja, ik hoop natuurlijk dat hetgeen ik wél doe van hogere kwaliteit is... Zou je dan kunnen zeggen dat ik in zekere zin matigheid ben gaan waarderen? Nee, dat is onzin. De grenzen die mijn lichaam stelt aan mijn kunnen vind ik hondsirritant. Ik zou liever willen dat ik me nog steeds volledig over kon geven aan mijn gulzigheid.”