Het gevecht met de engel

‘Wegens omstandigheden gesloten.’ Een bordje met die tekst zie je weleens aan een winkeldeur hangen. Wat die omstandigheden zijn, hoeft de klant niet te weten. Wegens omstandigheden die er evenmin toe doen, heb ik de laatste maanden meer gelezen dan ik toch al doe, ook boeken die normaliter niet hoog op het lijstje van mijn leesprioriteiten staan.

Zo kreeg ik onlangs een boek over Jakobs gevecht met de engel, een bekend verhaal uit het Oude Testament. De schrijfster, Maria Kardaun, die niet op de hoogte was van mijn ‘omstandigheden’, is docente godsdienstwetenschappen aan de Universiteit Maastricht. Ze stuurde mij een exemplaar uit waardering voor mijn werk, wat ik, op mijn beurt, natuurlijk erg waardeerde.

De titel van het boek luidt: Fighting the Angel. Biblical and mythical Encounters with Demons and Deities. Uitgever is EyeCorner Press, Roskilde (Denemarken). Het is een strikt wetenschappelijk werk, waarover ik, bij gebrek aan voldoende kennis op dit gebied, geen oordeel zal uitspreken. Niettemin heeft het mij zo geboeid dat ik er – beknopt – verslag van wil doen, aangevuld met onwetenschappelijk commentaar.

Waar gaat het over? Jakob, de jongste der aartsvaders, keert na een ballingschap van vele jaren terug naar Kanaän. Aan de grensrivier de Jabbok ontmoet hij een man, met wie hij een worsteling aangaat. De man wordt in de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst niet nader aangeduid (het woord ‘engel’ is een latere toevoeging), maar na het onbesliste gevecht zegt de man: „Gij hebt gestreden met God en mensen, en gij hebt overmocht (= overwonnen).”

Maria Kardaun ziet in dit gevecht, waarin God Jakob niet heeft kunnen overmeesteren (en dit erkent), het symbool van een „culturele transformatie”, een proces van modernisatie. We zouden ook kunnen zeggen: van het begin van ’s mensen autonomie. Hij is niet langer volledig onderworpen aan God, zoals vroeger. Jakob is dus een rebel.

(Ik merk op dat Jakob na het gevecht met God zegt: „Ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, en mijn leven is behouden gebleven”, terwijl in andere bijbelteksten te lezen is dat wie God ziet zal sterven. Is dit ook uit te leggen als een stap in het proces van demystificatie?)

Eigenlijk zouden wij de opstand tegen God nog eerder moeten plaatsen, en wel in het Paradijs. God verbood Adam van de boom der kennis van goed en kwaad te eten, en toch deed hij dit, verleid door Eva, die op haar beurt door de slang verleid was. Door Gods verbod te veronachtzamen, kreeg hij kennis die aan God voorbehouden was. Als straf werden Adam en Eva uit het Paradijs verdreven.

Andere beschavingen kenden soortgelijke mythen. Zo steelt, in de Griekse mythologie, Prometheus, tegen de wil van Zeus, het vuur uit de hemel en begaat hij daarmee een culturele revolutie: het vuur is immers voorwaarde voor de ontwikkeling van een menselijke beschaving. Ook Prometheus wordt gestraft, maar vuur is niet langer het monopolie van de oppergod. Ook Babylonische mythen kennen zulke figuren die het statische doorbreken.

Maar omdat het monotheïstische Israël deel uitmaakt van de culturele erfenis van het Westen, zijn de stappen die in zijn mythologie in de richting van modernisatie genomen worden, het belangrijkste voor ons. Een van die stappen was Jakobs besluit zich tegen een God te verzetten die hem onredelijk leek.

Het is verleidelijk om hieraan lessen te ontlenen die geldig zijn voor de verdere geschiedenis van de mensheid. De ware wetenschapsman of -vrouw geeft niet toe aan die verleiding. Maria Kardaun doet dit dan ook niet. Pas op de laatste bladzij van haar boek zegt zij: „Het is aan ons om te gaan met de erfenis van Jakob, die met God vocht.” De columnist kan vrijelijk speculeren over de betekenis van die erfenis voor de toekomst der mensheid.

Als Adam al in het Paradijs Gods gebod veronachtzaamde, is dan niet de hele geschiedenis der mensheid de geschiedenis van een opstand tegen God geweest – of tegen degenen die God op aarde zeiden te vertegenwoordigen, zoals de vorsten die ‘bij de gratie Gods’ regeerden, en later alle overheden die zich over de mensen stelden? Zijn Reformatie, Renaissance, Verlichting en de democratie niet alle stappen op weg naar de emancipatie, de bevrijding van de mens?

Zo ja, waar eindigt dit proces – dat duizenden jaren heeft geduurd, met eeuwen van stagnatie ertussenin – dan? Zijn er niet tijdsgewrichten waarin de mens moe wordt van dat gevecht voor steeds meer vrijheid, waarin hij daarentegen behoefte krijgt aan de ‘sterke man’, die voor hem de problemen die de democratie niet lijkt te kunnen oplossen, belooft aan te pakken? Ook die ‘sterke mannen’, die soms als goden vereerd worden – Stalin, Hitler, Mao – falen op den duur, maar dat betekent niet dat het gevecht met de engel daarmee voorgoed beslist is ten voordele van de rebel.