Heet de dentist vaker Dennis?

Het tijdschrift Onze Taal schrijft over aptoniemen, ook wel nomen est omen: namen die aansluiten bij de beroepen van de dragers. Helaas, tandartsen in de VS heten niet vaker Dennis, naar dentist.

In Het Parool stond een jaar of tien geleden de geweldige serie Nomen est omen. Een onuitputtelijke opsomming van opmerkelijke achternamen bij bepaalde beroepen. De heer B. Tap van Horeca Nederland. Rondvaartbedrijf T. Vaartjes. Fietsenmaker Van der Wiel. Cor Smalbil, ‘voor al uw damesmode’. Mevrouw Haring, die bij een vishandel werkt. De heer Krul, handelsreiziger in kappersartikelen. Mevrouw Plons, die exposeert in een zwembad. Poelier Cor Kip. Ik kan zo nog uren doorgaan. Dominee Bisschop. De heer Zitvast, die veertig jaar bij de bank werkzaam is. En tot slot nog even de tandartsen: Snoep (Heiloo), Kroon (Berkel-Enschot), Vullinghs (Maarheeze), Kiezekutter (uit de Duitse legerplaats Budel) en Ramp (Kootwijkerbroek).

Aan die serie moest ik denken toen ik de omslag van het januarinummer van Onze Taal zag: ‘Wat zegt een naam?’. Op de cover staat een tekening van uithangborden in een winkelstraat: Hamers IJzerwaren, Slijterij Kurksma, Van Meel – Brood & Banket. Met name door die tekening verheugde ik me op een melige opsomming van curieuze combinaties van naam en beroep.

Helaas. De enige Nomen est omen-achtige voorbeelden in dit stuk zijn William Wordsworth, dichter, en Peter van der Vorst, royaltyreporter.

Anders dan de tekening suggereert, gaat het stuk over ‘het verband tussen naam en levensloop’. Het begint weliswaar met de aptoniem: een naam die aansluit bij het beroep van de drager van de naam. Maar het gaat verder.

„Een beroemd statistisch gegeven is bijvoorbeeld dat er in Amerika opvallend veel tandartsen de naam Dennis hebben, wat lijkt op het Engelse woord voor die baan: dentist.” In 2002 is geturfd in de VS: 482 tandartsen met de naam Dennis, 257 met de naam Walter.

En wat ook „verrassend vaak” voorkomt: mensen die bij bedrijven werken waarvan de naam dezelfde beginletter heeft als de eigen naam, een ontdekking van psychologen van de Universiteit Gent, in 2008.

Economen van de Universiteit van Shippensburg, Pennsylvania, zagen weer wat anders: mensen met een populaire naam komen vaker in de hoogste salarisschalen terecht, mensen met een impopulaire naam in de gevangenis.

Dat zal vast, maar Onze Taal geeft bij dit alles geen concrete voorbeelden, de theoretische materie komt dus niet echt tot leven. Wel wordt een deel van de beweringen halverwege het artikel weerlegd. Een psycholoog uit Pennsylvania stelt: ja, er zijn meer tandartsen die Dennis heten dan tandartsen die Walter heten. Maar er zijn ook meer advocaten die Dennis heten dan Walter. Dennis is gewoon een veel populairdere naam.

Onze Taal is het maandblad van het gelijknamige genootschap. De club benoemde onlangs ‘weigerambtenaar’ tot woord van het jaar. Het blad kwam vorige maand nog met het alarmerende bericht dat het lidwoord het dreigt te verdwijnen. Het genootschap is de hoeder van het Witte Boekje (de concurrent van het Groene Boekje, de officiële spellingslijst) en het heeft een Taaladviesdienst, die antwoord geeft op alledaagse taalvragen. Zeg je bijvoorbeeld: we hebben ‘notie’ of ‘notitie’ genomen van de beleidsvoorstellen?. Onze Taal is niet in de winkel te koop, je moet lid worden van het genootschap (32.000 leden).

Het blad schrijft vaak over etymologie, over dialecten, veranderend taalgebruik op straat, op tv, in kranten. In dit nummer bijvoorbeeld een artikel over mensen (Lange Frans, Nico Dijkshoorn, Robert ten Brink) die lopon zeggen en niet lopen, of praton en niet praten, duizonden en niet duizenden. In deze gevallen wordt de sjwa, zoals de stomme e heet, verdrongon door de o. Maar alleen als de e gevolgd wordt door een n. Dus bezem zal niet snel als bezom uitgesproken worden, stelt het blad ons gerust.

Onze Taal is natuurlijk een blad voor taalfreaks. Daarom ook de rubriek Taalergernissen. „Ik heb een beetje moeite met de tekst: ‘Zo proeft 100% pure kruidenthee’”, op een reclamebord. Waarna de lezer los kan gaan over de woorden proeven en smaken.

En gelukkig zit er in dit nummer toch nog een fijne, bijna melige, opsomming – niet van achternamen, wel van gemeenteslogans. Onze Taal dook in de citymarketing. Het aanprijzen van een stad behelst meer dan een pakkende slogan, aldus het blad, maar zo’n slogan is „een niet te onderschatten instrument”. Ik zeg: laat de theorie maar zitten en kom maar door met de slogans. Méér dan mooi (Goedereede). Zoeterwoude: Weids, Groen, Ondernemend en Sociaal. Oosterhout, familiestad. Venray, focus op mensen. Soest zoekt durf en drive. Nijefurd kijkt vooruit! Marktplaats.nl, groot geworden in Emmeloord – wie volgt? eMMen Maakt Meer Mogelijk. Drachten wil je meemaken. Hoorn moet je voelen. Brielle leeft.

En oh ja, juist is: we hebben notitie genomen van de beleidsvoorstellen, antwoordt de Taaladviesdienst. „Het woord notie betekent ‘begrip, besef, idee’: notie hebben (van iets).”