Getuigenispolitiek van Rutte

Een tegenvaller voor Roemenië en Bulgarije. De grenscontroles tussen deze twee landen en een groot deel van de rest van de Europese Unie, de zogeheten Schengenlanden, zullen met ingang van het nieuwe jaar niet worden opgeheven. Dit als gevolg van een veto van Nederland dat als enige EU-lidstaat Roemenië en Bulgarije nog niet rijp acht voor toetreding tot het Schengengebied.

Het kabinet houdt vast aan het regeer -en gedoogakkoord van VVD en CDA en PVV. Daar staat dat Roemenië en Bulgarije niet zullen worden toegelaten als uit rapportages van de Europese Commissie zou blijken dat onvoldoende vooruitgang is geboekt met de corruptiebestrijding en juridische hervormingen. De Commissie concludeerde deze zomer dat er vorderingen zijn, maar dat er ook nog sprake is van tekortkomingen.

Voor Nederland is dit reden Roemenië en Bulgarije niet te belonen met het ‘kroonjuweel’ dat Schengen heet. De geëiste hervormingen moeten eerst „onomkeerbaar” zijn.

Dat lijkt flink. Maar de rest van de EU hoeft zich niet te laten leiden door de afspraken die drie Nederlandse partijen in de zomer van 2010 in een Haagse achterkamer maakten. Die EU-landen hebben de afgelopen tijd allemaal een andere afweging gemaakt en zijn voor het openstellen van de grenzen. Zelfs Finland, dat lang gezamenlijk met Nederland optrok, heeft het verzet tegen Roemenië en Bulgarije gestaakt.

Het is ongetwijfeld zo dat een aantal andere EU-landen niet rouwig is om de tegenstem van Nederland. Binnen de Unie bestaat ongemak over de justitiële hervormingen in de twee laatst toegetreden landen. Maar ook hier geldt dat er verschil is tussen gelijk hebben en gelijk krijgen.

Op dat laatste is de opstelling van landen als Frankrijk en Duitsland gericht. Deze stelden eerder voor Roemenië en Bulgarije gedeeltelijk tot Schengen toe te laten door te beginnen met het opheffen van de grenscontroles bij de lucht- en zeehavens. Daar hadden de twee landen inmiddels met behulp van geavanceerde apparatuur (waaronder Nederlandse) effectieve controleposten voor de buitengrenzen ingericht. De resterende grenzen zouden dan in een later stadium aan de orde komen.

Nederland speelt daarentegen alles of niets. Goed voor het thuisfront wellicht, maar niet zonder risico. De reputatieschade van Nederland, de grootste buitenlandse investeerder in Roemenië, is nu al groot. Daar komt nog bij dat Nederland andere EU-lidstaten straks hard nodig zal hebben in de strijd om een lagere bijdrage aan de Europese begroting, een andere afspraak uit het regeerakkoord.

Het gidsland is weer terug. Maar als niemand luistert, leidt dat al snel tot getuigen. Een weinig effectief middel in de internationale politiek.