Eindelijk akkoord kabinet Bosnië

Bijna vijftien maanden na de verkiezingen krijgt Bosnië een regering. De Kroatische, Servische en moslimpartijen hebben gisteren een akkoord bereikt over de vorming van een nationale regering, met een Kroatische politicus als premier.

Na de verkiezingen van oktober 2010 is maandenlang geruzied over de vraag hoe de ministersposten verdeeld moesten worden over de drie etnische groepen. Die situatie werd onhoudbaar. Er was geen officiële begroting, alle staatsuitgaven werden gedaan op provisorische basis. Bovendien liep Bosniës aanvraag van het kandidaat-lidmaatschap van de Europese Unie vertraging op. Door de slepende crisis daalde ook de kredietwaardigheid van Bosnië.

De impasse kwam voort uit de veranderende opstelling van politieke partijen. Veel Bosnische Kroaten en Serviërs stemden ook vorig jaar op partijen van hun eigen etniciteit. Maar veel moslims kozen voor de Sociaal-Democratische Partij, die multi-etnisch wil zijn en ook steun genoot onder Bosnische Kroaten. De etnische zetelverdeling werd toen een bijzonder gecompliceerde puzzel.

Sinds het vredesakkoord dat een einde maakte aan de oorlog van 1992-1995, wordt de macht grotendeels verdeeld door de nationalistische partijen. De zes partijen die een nieuwe regering gaan vormen, hebben gisteren afgesproken dat de bestaande etnische verdeling van ministersposten intact blijft: vier voor moslims, drie door Serven en drie voor Kroaten. De namen van de nieuwe bewindslieden zullen op korte termijn bekend worden gemaakt.

Het hoofd van de EU-delegatie in Bosnië, Peter Sorensen, noemde het compromis gisteren bemoedigend, ook al omdat een principe-akkoord is bereikt over twee belangrijke wetten waar Brussel op aandringt: over de etnische samenstelling van Bosnie en over de verdeling van het staatsgeld over de twee autonome gebieden waaruit Bosnië bestaat: de Federatie van Bosnië en Herzegovina, en de Servische Republiek. (AP, AFP)