Een dispuut enkel voor het eten

Corpsballen en eten associeer ik in eerste instantie met pizza met artisjokkenhartjes, maar dan zonder die artisjokkenhartjes. Studentenverenigingen in het algemeen met frikadellen en patat. Daar beledig ik ongetwijfeld genoeg dispuutsleden mee die een uitstekende gastronomische opvoeding hebben genoten, twee keer per jaar op vakantie naar Frankrijk – en vast nog steeds op regelmatige basis

Corpsballen en eten associeer ik in eerste instantie met pizza met artisjokkenhartjes, maar dan zonder die artisjokkenhartjes. Studentenverenigingen in het algemeen met frikadellen en patat. Daar beledig ik ongetwijfeld genoeg dispuutsleden mee die een uitstekende gastronomische opvoeding hebben genoten, twee keer per jaar op vakantie naar Frankrijk – en vast nog steeds op regelmatige basis met de hele jaarclub véúrtreffelijk dineren. Maar toch, de ballen die ik vroeger buiten de universiteitsbibliotheek tegenkwam, hadden meestal een kaassoufflé in hun hand.

Het zegt waarschijnlijk meer over mijzelf. Ik heb nooit de behoefte gehad om mij aan te sluiten bij wat voor vereniging dan ook. En als een collega-student in kennelijke toestand aan mijn revers gaat hangen, vind ik dat boven alles zonde van mijn colbertje.

Toch moet ik toegeven dat ik mij sedert enkele jaren af en toe schuldig maak aan enig corporaal gedrag. Dat doen wij – ik en vijftien vrienden – één keer per jaar in besloten kring. Ieder jaar tegen Kerst vormen wij dispuut Obesitas en nuttigen wij een copieus maal in zes gangen, met bijpassende wijnen. Iedereen móét in pak, en vrouwen zijn die avond niet welkom. Sinds dit jaar hebben wij zelfs een eigen zegel.

Kerstdiner 2011 was het tweede lustrum van Obesitas, dus kookte erelid Frederik van Brussel verschillende gangen uit de menu’s die de afgelopen tien jaar de revue passeerden. Mijn favoriet zat ertussen: gevulde kwartels met pancetta en dadels en een wittedruivenjus.

Kook de kalfsfond en port samen in tot vlak voor het stroperig wordt. Haal het gekruide gehakt uit de worst. Hak de levers en de dadels fijn en meng die door het gehakt en een beetje peper. Vorm er vier ballen van. Pak de ballen in met twee plakken pancetta. Vouw de ontbeende kwartels om de ballen. Kruis het rechterpootje en de linkervleugel en zet vast met een cocktailprikker, en doe dat ook met het andere pootje.

Bak de kwartels goudbruin in het ganzenvet. Zet ze vervolgens in een voorverwarmde oven op 180 graden Celsius. De vulling wordt gaar in 15 tot 20 minuten, afhankelijk van de grootte van de kwartel en de vulling.

Bak ondertussen in het ganzenvet de gehalveerde druiven. Doe de ingekookte fond erbij en zet de staafmixer erin. Serveer de kwartels met de saus en eventueel wat witte druiven of gebakken spinazie.

En omdat ik denk dat echte ballen het ook zouden doen: Boink, lul! Borkert, lul! De Bruijne, lul! Van Brussel, lul! Descates, lul! Van Gelder, lul! Groen, lul! Van Hattem, lul! Heijmans, lul! Van den Hombergh, lul! Linzel, lul! Van der Pas, lul! Priem, lul! Rey, lul! Waldhober, lul!

Obesitas hoog!

Gevulde kwartel

Tussengerecht voor vier personen:

4 kwartels, ontbeend

1 Italiaanse salsiccia van ca. 220 g

6 à 8 dadels

4 kippenlevers

8 dunne plakken pancetta

handje witte druiven, zonder pitten

200 ml kalfsfond

50 ml rode port

ganzenvet