Altijd maar die rommelmarkt

A model presents a creation by French designer Pierre Cardin during the Fall/Winter 2009 ready-to-wear collection show in Beijing on April 10, 2009. TOPSHOTS AFP PHOTO/Peter PARKS AFP

Heb-ik-dit-al-niet-heel-vaak-eerder-gezien? Mode kent nogal wat van zulke momenten. De kleding van Prada die nu in de winkels hangt refereert met rechtvallende grafisch belijnde jurken aan de jaren zestig. Komende zomer ademt Prada de geest van de jaren vijftig met strakke kokerrokjes en prints van Amerikaanse vinstaartauto’s.

Wat Gucci op dit moment verkoopt is geïnspireerd op de seventies en komende zomer hangt Gucci de rekken vol met de rechtvallende flapperdress-jurken met art-decomotieven uit de jaren twintig. Hermès plunderde de jaren tachtig met wollen dekenjassen.

We zwelgen in retro. Deze collectieve aversie tegen vernieuwing – dat is de keerzijde – maakt de mode inwisselbaar met die van dertig jaar geleden. De elegante Armani-kostuums waarin acteur Richard Gere in American gigolo (1980) vrouwen inpalmde, verschillen niet van Armani-pakken uit 1990 of 2010. De populaire stiletto’s van Christian Louboutin uit 1991 zijn inwisselbaar met die uit 2003 en zijn ontwerpen voor komende zomer. Chanel blijft Chanel, met steeds weer ontwerpen gebaseerd op klassiekers zoals de doorgestikte tas uit 1955.

Halverwege de jaren zestig zorgde de mode voor het laatst voor opschudding. Het was de tijd van de minirok van André Courrèges en de gestroomlijnde space-age van Pierre Cardin. De Amerikaanse modejournaliste Eugenia Sheppard sprak altijd over de tijd Before Courrèges (BC) en After Courrèges (AC). BC werd de mode gedicteerd door gevestigde couturiers als Balenciaga, Dior en Chanel en het AC-tijdperk bracht nieuwkomers voort als Yves Saint Laurent, die inspiratie putten uit de popcultuur.

Begin jaren zeventig maakte nostalgie naar de jaren twintig en dertig een einde aan dat feest van originaliteit. Het Londense Biba bouwde met bloemetjesjurken een imperium op waar hippies en na hen vele anderen voor bezweken. Deze retromanie is nooit meer verdwenen en wordt voortdurend gevoed door toonaangevende ontwerpers. Niet alleen Prada, Gucci, Dries van Noten en Marc Jacobs, maar ook H&M, haalt inspiratie van de rommelmarkt.

De rol van dat gesnuffel tussen oude kleren wordt mooi in beeld gebracht in een recente documentaire over Paul Smith. Je ziet de ‘ontwerper’ de Londense Portobello Market afschuimen, en je hoort hem zonder blozen erkennen dat hij al jaren zo werkt. Klagend dat de markt al maar duurder wordt rekent hij een kanariegeel sixties smokingjasje af. Weer een stukje verleden dat de plaats zal innemen van wat een origineel kledingstuk had kunnen worden.

Ondertussen hebben alle generaties sinds de jaren tachtig nooit een grondig vernieuwende mode meegemaakt. Ze hebben in ieder geval niet de kans gehad daarin te lopen, zonder zich als hun oudere zussen of moeders te verkleden. Ze beseffen niet eens wat ze missen.

Wat dat betreft is het zo gek nog niet dat twee Nederlandse musea volgend jaar retro gaan. Het Utrechtse Centraal Museum blikt vanaf maart terug op punk, het Haags Gemeentemuseum doet in het najaar de mode van de jaren vijftig. Kan iedereen zien waar Prada zijn ‘nieuwe’ mode gevonden heeft.