2011, het jaar van de tirades tegen sociale media

Mark Zuckerberg, oprichter van Facebook, werd eind vorig jaar uitverkozen tot Time’s Persoon van het Jaar. De maand daarop investeerden Goldman Sachs en Digital Sky Technologies 500 miljoen dollar in de site. “Een nieuwe internetbubbel”, schamperde Newsweek. Maar niets is minder waar: u bent namelijk het kapitaal.

Het verval van de Publieke Man. Foto AP

Mark Zuckerberg, oprichter van Facebook, werd eind vorig jaar uitverkozen tot Time’s Persoon van het Jaar. De maand daarop investeerden Goldman Sachs en Digital Sky Technologies 500 miljoen dollar in de site. “Een nieuwe internetbubbel”, schamperde Newsweek. Maar niets is minder waar: u bent namelijk het kapitaal.

Zelfs Arjen van Veelen, classicus, liefhebber van Bach en opinieredacteur van nrc.next, kon niet ontkomen aan de vermarkting van het individu. In plaats van dapper weerstand te bieden aan deze commercie, klikt hij tegenwoordig op alles wat los en vast zit. Liken, heet dat in Facebook-jargon.

Ja, ook de advertenties op zijn profielpagina. “Eerbiedig gehoorzaamde ik elke gebiedende wijs”, schreef hij gisteren in zijn krant. “Ik las ‘speel!’ - en ik speelde. ‘Proef!’ - en ik proefde. ‘Test!’ - en ik testte.” Van Veelen merkte dat Facebook, nu de site zijn voorkeuren leert kennen, steeds gewiekster wordt met het aanbieden van advertenties.

Wonderwel krijgt hij daar niet de rillingen van, maar steekt hij er de loftrompet over. “Dit systeem is van een mathematische schoonheid. De nieuwe precisiereclame kent jouw hunkeringen beter dan jijzelf.” Echt iets voor Michel de Montaigne, besluit Van Veelen. De zestiende eeuwse filosoof riep ‘het kennen van jezelf’ uit tot hoogste ideaal.

Facebook-profiel: boodschappenkar en reclamezuil ineen

Doorgewinterde internetters hebben een blinde vlek ontwikkeld voor advertenties. Zij kijken niet eens meer naar de rechterbovenkant van de Facebook-pagina waar Van Veelen klik-klik-klik doet. Daar komt verandering in. Vanaf volgend jaar komen de gepersonaliseerde advertenties ook tussen de status updates van gebruikers te staan. Volgens Techcrunch.com is dat “de heilige graal” voor adverteerders. Menselijke communicatie is op die manier nauwelijks meer van bedrijfsboodschappen te onderscheiden. Een wezenlijke transitie, merkt The Belfast Telegraph op: Facebook-leden worden adverteerders. Als levende reclamezuilen dwalen ze rond in hun virtuele vriendenkring.

Van Veelen mag zijn ziel dan aan de duivel verkocht hebben, gelukkig staan daar vele alarmerende Facebook-kritieken tegenover. Die van Sherry Turkle bijvoorbeeld. “We geven vorm aan onze gebouwen”, zo citeerde ze Winston Churchill. “Daarna zullen zij ons vormen.” Hetzelfde geldt voor internet, betoogt de technieksociologe in haar boek Alone Together (Basic Books, januari 2011). De techniek zal bepalen hoe wij ons gaan gedragen. Ze meent dat sociale media als Facebook en Twitter de menselijke communicatie in de weg staan. En daarmee ons emotioneel bewustzijn afzwakken.

Aanslag op empathisch vermogen. Vrees ook de opinie-inflatie

Digitale communicatie schept nauwelijks directe verplichtingen. Je gemoedstoestand kun je veinzen en op andermans gevoelens hoef je niet aan te slaan. Dat comfort heeft een keerzijde, ontdekte Turkle. In haar praktijk ontmoette ze doodnormale tieners die geen telefoontje durven te plegen, bang om teveel van zichzelf te onthullen. Onderzoeken tonen volgens haar aan dat de jongste generatie veel minder empathisch is dan haar voorgangers. Simpelweg omdat intimiteit vermeden kan worden en relaties via internet of met apparaten minder verplichtend zijn. “We verwachten meer van technologie en minder van elkaar”, stelt de wetenschapper. Het wordt volgens haar tijd voor de vraag of ‘we echt zo willen zijn’.

Gezever van een socioloog, zal de kapitalist zeggen. Toch maakt ook Stephen Randall, adjunct-hoofdredacteur van de Playboy, zich zorgen. Sociale media dwingen ons een mening over alles en iedereen te geven, klaagde hij op 16 januari in de Los Angeles Times. Hij verlangt terug naar de tijd van Walter Cronkite, de televisiepersoonlijkheid die veel praatte maar zich zelden uitsprak. Totdat de Vietnam-oorlog hem in 1972 werkelijk zorgen begon te baren. Volgens Randall veranderde Cronkites mening toen de loop van de geschiedenis. Zijn opinie deed ertoe omdat hij niet continu leegliep als een hedendaagse Twitteraar. Randall vindt het jammer dat het er niet meer om gaat of onze mening doordacht of origineel is. Het non-stop commentaar van Twitteraars, Facebookers en blog-reageerders leidt volgens hem tot opinie-inflatie.

Authenticiteit verdwijnt. Vagevuur voor het veinzen

Op 24 januari trok paus Benedictus XVI van leer tegen sociale media. ‘De authenticiteit van het leven in het digitale tijdperk’, luidde de gewichtige titel van zijn toespraak. Wie altijd online beschikbaar is, heeft volgens hem minder tijd voor zijn naasten in het echte leven. Wie zijn vriendenkring virtualiseert, depersonaliseert zichzelf.

De paus spoorde gebruikers aan om zich af te vragen wie hun buurman is in ‘deze nieuwe wereld’. Online moeten we van hem de verleiding weerstaan een kunstmatig profiel van onszelf aan te maken. Het is zaak authentiek te zijn, aldus de paus, die sprak in het kader van de 45ste Wereldcommunicatiedag. De waarschuwing van de paus deed denken aan de kerstrede van koningin Beatrix in 2009. “Tegenwoordig zijn zelfs buren soms vreemden”, zei de vorst. “Je spreekt elkaar zonder gesprek, je kijkt naar elkaar zonder de ander te zien. Mensen communiceren via snelle korte boodschapjes. Onze samenleving wordt steeds individualistischer.”

Mobiel gebruik van sociale media tast klassieke etiquette aan

Het tragische is dat Facebookers en Twitteraars ook het echte leven onaangenamer maken. Via hun mobiel zijn ze namelijk altijd online, met hun hoofd in de virtuele wolken. “De apparaten veranderen onze gewoonten en etiquette”, ontdekte Ofcom. Op 4 augustus publiceerde de Britse telecomwaakhond een schokkend onderzoek. Zodra volwassenen een smartphone hebben, lezen ze 9 procent minder boeken, brengen ze 4 procent minder tijd door met vrienden en zakt hun sportinspanning met eveneens 4 procent.

Qua etiquette gaat het helemaal mis. 51 procent van de volwassenen gebruikt de mobiel in gezelschap van anderen, 23 procent zelfs tijdens een gezamenlijk diner. 18 procent kan de mobiel niet met rust laten op plekken waar het ding uit moet. Turkle schoot dus raak met haar Churchill-quote: sociale media veranderen ons gedrag, degraderen ons tot emotioneel wrak.

Eerst gaat de publieke zaak eraan, daarna de private persoon

De meest ontluisterende kritiek kwam op 21 oktober uit de pen van filosoof Hans Schnitzler. Wie zich continu blootgeeft op Facebook en Twitter doet de scheiding tussen privaat en publiek volgens hem geweld aan. Mensen hebben privacy nodig, moeten zich kunnen terugtrekken, zonder de verplichting te voelen te twitteren wat ze aan het doen zijn.

Daar hebben de sociale-media-verslaafden niet alleen zichzelf mee, benadrukt Schnitzler op socialevraagstukken.nl. Het schaadt ook de gemeenschap. De gemeenschap wordt ontwricht als een korpschef haar ongenoegen uit over de PVV. De gemeenschap panikeert als een puber op Twitter in gewelddadige termen relt tegen zijn school. De gemeenschap raakt het vertrouwen in de politiek kwijt als een congreslid per ongeluk een onderbroekfoto naar tienduizenden ‘followers’ stuurt.

Dit zijn niet alleen drie tragische verhalen van individuen, maar ook drie situaties waarin de risico’s van een geprivatiseerd marktplein opdoemen. We hadden het allemaal kunnen zien aankomen als we Richard Sennett serieus hadden genomen. In 1974 schreef deze socioloog The Fall of Public Man. Hij klaagde over mensen die hun persoonlijke wensen projecteren op de gemeenschap, terwijl een beschaving juist sentimenten moet ontzenuwen door algemene afspraken.

De res publica, publieke zaak, bestaat volgens Sennett uit een verbond tussen mensen die geen familie of vrienden zijn. “Het is het verbond van de menigte, van het volk, van beleid.” De wetenschapper voorzag dat techniek dit verbond zal aantasten. “Elektronische communicatie is één van de instrumenten waarmee het idee van een publiek leven wordt vernietigd.” En dat heeft volgens hem ook consequenties voor de privépersoon. “Ik vraag me af of dit ons niet primitiever maakt dan de meest eenvoudige jagers en verzamelaars.”

Mocht de mentale toestand van de mens tot dat niveau kelderen, dan vergemakkelijkt Facebook inderdaad Montaignes studie naar de zielenroerselen. Arjen van Veelen klikt zichzelf momenteel de grot in, wij zullen hem snel volgen.

    • Steven de Jong