Werkgevers gaan cao-gesprekken hard in

De hoogte van de inflatie moet niet langer leidend zijn voor de loonontwikkeling van 2012. Wel de algemene economische ontwikkeling en de specifieke omstandigheden in een bedrijfstak. Ook moeten de kosten van pensioenen verder in de hand worden gehouden.

Dit uitgangspunt voor de onderhandelingen in 2012 is vanochtend door de werkgeversorganisaties VNO-NCW, AWVN en MKB-Nederland gepubliceerd. In het verleden was inflatie vaak uitgangspunt bij de cao-onderhandelingen. In 2012 wordt over 650 cao’s onderhandeld, van 3,5 miljoen werknemers. Dat is ruim de helft van de werknemers die onder een cao vallen.

Het pensioen zal een van de belangrijke punten in die onderhandelingen worden. Werkgevers zoeken naar manieren om de kosten van de pensioenen in de hand te houden. Een manier is om een loonsverhoging niet automatisch meer mee te tellen bij de de opbouw van het pensioen van werknemers.

De vakbonden zijn afwijzend. Jaap Jongejan, voorzitter van CNV Vakmensen: „Het pensioen is onderdeel van onze loonvraag. Als werknemers minder pensioen opbouwen, stijgt onze loonvraag. Zo simpel is het.” Jaap Smit, voorzitter van vakcentrale CNV, zegt dat dit soort keiharde voorstellen leidt tot „irritatie” en „verharding van de standpunten.” Smit: „Laten we elkaar niet vanuit de loopgraven beschieten maar met elkaar om tafel gaan zitten om te kijken hoe we met deze crisis kunnen omgaan.”

Werkgevers zouden graag een nationaal loonakkoord sluiten met kabinet en vakbonden, maar stellen in de vanochtend gepubliceerde nota, voor hun leden, dat dit „gelet op de verhoudingen binnen de FNV ondenkbaar is”. Binnen de vakcentrale FNV is ruzie tussen het bestuur en de twee grootste bonden, FNV Bondgenoten en Abvakabo FNV.

CNV eist voor 2012 dat lonen ten minste evenveel stijgen als de inflatie. Vakcentrale FNV adviseert de aangesloten bonden maximaal 2,5 procent extra loon te eisen. De FNV wil tevens een koopkrachttoeslag van 300 euro per jaar. Die moet het effect van bezuinigingen compenseren. Werkgevers noemen „het repareren van het kabinetsbeleid aan de cao-tafel uit den boze”.