Waarnemers zien niet alles in Syrië

Arabische waarnemers moeten erop toezien dat het Syrische regime het geweld tegen oppositiebetogers staakt. Maar hoeveel krijgen ze te zien?

Het vredesplan van de Arabische Liga leek gisteren een eerste succes op te leveren. Toen trok het Syrische regime, voorafgaand aan de komst van een groep Arabische waarnemers, tanks terug die de opstandige stad Homs dagenlang onder vuur hadden genomen. Het hoofd van de waarnemersmissie, de Soedanese generaal Mohammed Ahmed Mustafa al-Dabi, noemde de situatie in Homs vandaag „tot dusverre geruststellend”. Tegen persbureau Reuters zei hij dat het er rustig was, „er waren geen botsingen”.

Maar op videofilmpjes was te zien dat tijdens het bezoek van de waarnemers militairen schoten op tienduizenden betogers die vergeefs probeerden het centrum te bereiken om de waarnemers te ontmoeten. Volgens het Syrische Observatorium voor Mensenrechten, dat het aantal doden onder protesterende burgers probeert bij te houden, vielen daarbij zes doden. Dat laatste is niet onafhankelijk bevestigd. Volgens de Verenigde Naties zijn meer dan 5.000 mensen bij overheidsgeweld gedood sinds de opstand half maart begon.

Het is voor de maximaal 150 tot 200 waarnemers die naar Syrië komen bijna ondoenlijk om te controleren of het regime zijn troepen en zware wapens uit de steden terugtrekt en alle geweld staakt, de eerste bepaling van het Arabische vredesplan. Afgezien van Damascus en Aleppo, de grootste en rijkste steden van het land, zijn overal af en aan protesten tegen het bewind van president Assad aan de gang.

Generaal Dabi kondigde vanochtend aan dat vandaag al andere waarnemers – een groep van twintig blijft in Homs – naar Deraa gaan in het zuiden, Idlib in het westen, Hama in het noorden en de steden rond Damascus. De autoriteiten hebben verzekerd dat de waarnemers kunnen gaan en staan waar ze willen. Maar analisten en oppositieactivisten zijn zeer sceptisch of zulke kleine groepjes waarnemers kunnen constateren wat er werkelijk aan de hand is en stopzetting van het geweld kunnen afdwingen.

Algemeen is de verwachting dat het regime door massademonstraties wordt weggevaagd als het leger zich werkelijk zou terugtrekken in de kazernes. Het vertrek van tanks uit Homs wordt daarom niet gezien als een succes voor het vredesplan maar als een tactische manoeuvre van het regime. Sommige tanks zouden ook in de 800.000 inwoners tellende stad zijn verborgen, gereed om waar nodig weer te worden ingezet.

Het bewind van president Assad heeft waarschijnlijk alleen met het vredesplan ingestemd om weer even lucht te krijgen te midden van alle groeiende internationale druk. De Syrische economie heeft zwaar te lijden onder Amerikaanse, Europese en Arabische sancties, onder andere tegen de olie-industrie. De werkloosheid groeit sterk. Er wordt wel gespeculeerd dat uiteindelijk een economische instorting het regime zal beroven van zijn resterende steun onder religieuze minderheden en de rijkere middenklasse, en zijn val zal teweegbrengen.

De Syrische oppositie heeft de Arabische Liga opgeroepen het Syrische dossier aan de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties over te dragen. Maar Russisch verzet tegen elke strafmaatregel door de Veiligheidsraad, laat staan een vorm van gewapende interventie zoals eerder dit jaar in Libië, blokkeert die weg vooralsnog.

    • Carolien Roelants