Van Van der Grift tot Kramer

In de afgelopen vijftig jaar groeide Nederland uit tot het sterkste schaatsland ter wereld. Dankzij kunstijs.

Ard Schenk geeft de credits voor het Nederlandse schaatssucces van de laatste halve eeuw aan Henk van der Grift, in zijn voorwoord van het onlangs verschenen boek Vijftig jaar kunstijs. Met zijn wereldtitel op het kunstijs van het Zweedse Gotenburg in 1961 versnelde Van der Grift de aanleg van de eerste kunstijsbaan in Nederland, de Amsterdamse Jaap Edenbaan, later dat jaar.

Voor de meeste schaatsvolgers geldt Schenk – met zijn onafscheidelijke generatiegenoot Kees Verkerk – als wegbereider. Dankzij hun successen bereikte het schaatsen in de jaren zestig een miljoenenpubliek. De ‘geboorte’ van het legendarische duo vond volgens schaatshistorici plaats op de kunstijsbaan van Deventer, tijdens het EK van 1966. Het eerste grote toernooi sinds 61 jaar eerder Coen de Koning wereldkampioen werd op het natuurijs in Groningen.

Van der Grift of Ard & Keessie als vader van het succes? In elk geval heeft de aanleg van kunstijsbanen het Nederlandse schaatsen een enorme impuls bezorgd. Vóór 1961 reden Jaap Eden, Kees Broekman en Van der Grift vijf internationale titels bij elkaar. Daarna waren 35 Nederlandse schaatsers goed voor 148 eerste plaatsen bij Olympische Spelen (27), EK (33) en WK allround (37), WK afstanden (47) en WK sprint (4).

Auteur Huub Snoep beschrijft een halve eeuw schaatssucces, van een drielandenwedstrijd in 1962 tot het recente fenomeen zomerijs. Hij voegt er portretten van de 35 kampioenen aan toe. (MS)

Huub Snoep: Vijftig jaar kunstijs. ISBN: 978-90-8683-038-1. Uitgeverij Spaar en Hout. Prijs: € 28,20.