Telefoonetiquette

Romantisch diner voor twee. Eindelijk. Weken hard gewerkt, naar de Kerst toe. En toen was het zover. We sleepten ons naar het vliegveld, namen de bootbus en vleiden ons dankbaar neer in een restaurant in Venetië. Rust. „Doet u ons maar een spritz, meneer.” En net als we de glazen willen klinken, rinkelt haar telefoon. Een collega, met nog wat vragen. Na het voorgerecht, getril in m’n broekzak. De krant vraagt of ik nog even een stukje voor Oudjaar kan tikken. Twee uur gevlogen, maar de telefoon houdt ons thuis.

Soms haalt de tijd een communicatiemiddel in. Verstuur jij nog weleens een fax? Antwoord gerust per telegram! De telefoon gaat ook die kant op. Tenminste, de klassieke variant. Een paar decennia geleden was een telefoongesprek het alternatief voor een brief sturen of iemand daadwerkelijk opzoeken. Logisch dat je dan even een belletje pleegde, met het risico dat je iemands concentratie, romantisch samenzijn of fenomenale maaltijd bruut onderbrak. Dat was toen algemeen geaccepteerd, simpelweg omdat er niets beter was. Maar tegenwoordig hebben we talloze communicatiemiddelen – een whatsappje, mail of good old sms –- waarbij de ontvanger zelf de regie mag houden.

Daarom is de gedachte dat je op elk moment van de dag kan bepalen dat iemand nú tijd voor je moet hebben achterhaald. We delen tegenwoordig zelf onze tijd in, en daar past een opdringerig apparaat als de telefoon niet bij.

En dat is voor sommige figuren niet zo prettig, de types die nooit vragen: „Komt het uit?”. Want als jij iets bij iemand gedaan wilt krijgen, is de telefoon het juiste wapen. De ontvanger voelt zich overvallen en zegt telefonisch minder snel ‘nee’. Bij een e-mail is er bedenktijd, maar als je de ademhaling van de ander aan de lijn hoort, is er DRUK. Daarom zijn de telemarketeer, de opdringerige vriend en je workaholic manager zo dol op dat ouderwetse apparaat.

Als je geluk hebt, weet je nog „Mag ik je zo even terugbellen?” uit te brengen. En juist dan neem je als ontvanger de regie weer over. Zoals het hoort in dit communicatietijdperk. Daarom een voorstel voor een nieuwe telefoonetiquette. Als jij iets van iemand anders wilt, stuur je een berichtje met daarin je verzoek en de vraag om een telefonische afspraak. Desnoods zet je erin dat die persoon je elk moment kan terugbellen; jij wilt immers iets van hém, dus een inbreuk op je schema is geoorloofd. En oh ja, geen antwoord is ook een antwoord.

Na het tweede telefoontje zetten m’n vriendin en ik onze telefoons uit. De hele trip lagen ze stil, met zwarte schermen, in het appartement. En nu, weer thuis, eigenlijk nog steeds. Pas als die nieuwe etiquette aanslaat, mag m’n telefoon weer wat vaker aan.

Ernst-Jan Pfauth

    • Ernst-Jan Pfauth