Soms een tweet en wat andere speldeprikken

CDA’ers Kathleen Ferrier en Ad Koppejan staan symbool voor het verzet tegen de PVV.

Maar politieke schade berokkenen aan de partij van Wilders is ze nog niet gelukt.

Het was niet alleen maar gezellig, op het jaarlijkse kerstdiner van de CDA-fractie. Fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma had voor de gelegenheid, dinsdagavond een week geleden, een filmpje gemaakt. Fractiegenoten Kathleen Ferrier en Ad Koppejan werden geportretteerd als stelletje. Het begeleidende muziekje: ‘Samen zijn, is samen lachen, samen huilen’, van Willeke Alberti.

Het leidde bij een enkeling in de fractie tot heftige emoties. Waarom moesten die twee nu weer zo hard worden aangepakt? Anderen vonden het reuze meevallen: elk Kamerlid werd door de fractievoorzitter even voor gek gezet, daar moet je niet te zwaar aan tillen.

Maar rond Ferrier en Koppejan ligt álles gevoelig. Beiden lopen sinds de vorming van het kabinet-Rutte over een smal pad. Zoals een betrokkene zegt: „De eigen fractie ziet ze als potentiële verraders, de buitenwereld als potentiële lafaards.”

Voordat het CDA een alliantie met de anti-islamitische PVV aanging om te kunnen regeren, hadden maar weinigen van Ferrier en Koppejan gehoord. Maar hun verzet tegen de samenwerking met de PVV maakte ze tot bekende Nederlanders. Zeker doordat ze uiteindelijk toch akkoord gingen met de coalitie die ze niet wilden – én in de fractie van het CDA bleven. Anders dan bijvoorbeeld die andere gewetensbezwaarde, Ab Klink. Dat maakt ze tot mogelijke tijdbommen voor dit kabinet, nauw gadegeslagen door partijgenoten, politieke tegenstanders en journalisten. Hoe gaan de twee Kamerleden met deze positie om?

Zelf had Ad Koppejan in maart nog weinig goeds te melden. Op zijn weblog keek hij terug op de eerste vijf maanden van de gedoogconstructie met de PVV. „Met de belofte om rekening te houden met die ‘32 procent’ is voor de buitenwacht niets herkenbaars gedaan. Wilders en de verwerpelijke ideeën van zijn PVV zijn door hun rol als gedoogpartner van dit kabinet steeds salonfähiger geworden. De PVV groeit en het CDA krimpt.”

De ‘32 procent’ van Koppejan zijn de leden van het CDA die vorig jaar tijdens een historisch partijcongres tevergeefs tegen samenwerking met de PVV stemden. Hijzelf en Kathleen Ferrier hoorden ook bij die 32 procent, als enigen van hun fractie. De twee beloofden toen voor de belangen van de ongelukkige CDA-leden op te komen. Zonder resultaat, zo bleek Koppejan in maart zelf te vinden.

Maar zijn onvrede werd in de loop van dit jaar minder uitgesproken. Na één jaar regeren schrijft hij een open brief aan „zo’n 1.340 personen die mij een jaar geleden een bemoedigende mail hebben gestuurd”. Hij wil, schrijft Koppejan, verantwoording afleggen. „De samenwerking met de PVV valt mij niet mee.” Maar ook: „Een kabinetscrisis en vervroegde verkiezingen zijn dan zeker niet in het belang van het land en niet in het belang van het CDA.” En het opkomen voor de 32 procent? „De hele fractie ziet dat, gelukkig, als verantwoordelijkheid.”

De bron van dit voortschrijdend inzicht is voor de buitenstaander moeilijk te zien. De peilingen zijn voor het CDA nog steeds zeer slecht en voor de PVV zeer goed. Het kabinetsbeleid – met bijvoorbeeld strenge maatregelen tegen asiel en immigratie en de verregaande bezuinigingen op passend onderwijs – is niet anders dan in het voorjaar.

Twee keer sprak het CDA-congres zich al uit tegen het kabinetsbeleid. Het congres wilde de 300 miljoen bezuinigingen op het passend onderwijs vertragen. En een regeling voor minderjarige asielzoekers die op hun achttiende Nederland uit moeten. In geen van beide gevallen deed de CDA-fractie iets met die uitspraken. Ook Ferrier en Koppejan niet. Ferrier weigerde in het parlement zelfs in te gaan op de eigen congresuitspraak over passend onderwijs. Dat was een dieptepunt, zeggen CDA’ers die tegen de deelname van hun partij aan het kabinet zijn.

Maar Koppejan ziet dat anders: „Mijn ervaring is dat ik met het voeren van de discussie binnen de fractie, door een goede samenwerking met collega’s, de meeste invloed kan uitoefenen op de besluitvorming en daarmee ook het meest effectief stem geef aan al diegenen die net als ik grote moeite houden met de huidige gedoogsteunconstructie met de PVV.”

Met andere woorden: het mag onzichtbaar zijn, maar achter de schermen beïnvloedt Koppejan de besluitvorming op een manier die tegemoet komt aan de anti-PVV-sentimenten in zijn partij.

Maar klopt dat wel? De openlijke weerstand die Koppejan en Ferrier laten zien bleef het afgelopen jaar grotendeels beperkt tot hier en daar een tweet en weblog of interview. Die veroorzaakten wel beroering, maar veranderden weinig aan de werkelijkheid. Alleen in de zaak rond de uitzetting van de achttienjarige Angolees Mauro Manuel wisten de ‘dissidenten’ de eigen coalitie zichtbaar bij te sturen.

Over hoe groot de invloed van de twee intern is, zijn de meningen verdeeld. Veel mensen in en om de fractie benadrukken dat ze er weinig tot niets van merken. Ze zeggen dat Ferrier en Koppejan niet meer dan andere CDA-Kamerleden bezwaar maken tegen elementen uit het regeerakkoord die hun niet welgevallig zijn. „Er gaat elke week wel iemand uit zijn dak, echt niet alleen die twee”, aldus een betrokkene.

Medestanders binnen de fractie zijn milder: van de aanwezigheid van de twee ‘dissidenten’ gaat soms een „preventieve werking” uit. Maar de verhoudingen met het fractiebestuur zijn slecht.

Het fractiebestuur moet zorgen voor eenheid en rust in de coalitie. Maar binnen de fractie van 21 staat een achttal Kamerleden in meer of mindere mate sympathiek tegenover de wijze waarop Koppejan en Ferrier het regeringsbeleid beoordelen.

De kritiek die Koppejan en Ferrier binnen de beslotenheid van de CDA-fractie soms leveren, leidt regelmatig tot ergernis bij fractiegenoten. Rond de uitzetting van Mauro kregen zij intern het verwijt dat ze slechts op eigen imagowinst uit waren. Ook wordt hun verweten dat ze zich als geweten van de fractie opstellen, waarmee ze suggereren dat andere CDA-Kamerleden hun geweten niet sterk genoeg laten meespreken.

En er is achterdocht: men vermoedt dat de twee in regelmatig contact zijn met CDA’ers die de totstandkoming van deze coalitie hebben proberen tegen te houden. Ab Klink, Ernst Hirsch Ballin en Ruud Lubbers. Een CDA’er: „Ze staan aan de rand van de fractie, zijn nog net geen outcast.”

En Geert Wilders?

Toen het kabinet begon, beloofde Koppejan dat Wilders nog wel van hem ging horen. Maar politieke schade berokkenen aan de PVV is hem noch Ferrier tot nu toe gelukt. Voorlopig is het vooral het eigen CDA dat in verlegenheid wordt gebracht door de tweets en andere speldeprikken die Ad Koppejan en Kathleen Ferrier uitdelen.