'Pijn of verdriet voel je bij de meeste cabaretiers niet'

Theatermaker Laura van Dolron is met haar eerste oudejaarsconference niet echt op zoek naar de lach. „Stichtelijk, daar hou ik van; mijn voorstellingen zijn ook vaak een veredelde preek.”

Freek. Youp. En Laura. Laura? Ja, theatermaker Laura van Dolron pakt de oudejaarsconference aan. Dit jaar nog bescheiden, met tien voorstellingen in kleine zalen in Amsterdam en Den Haag. Maar volgend jaar houdt zij de beroemde conference van Wim Kan uit 1976 – haar geboortejaar – tegen het licht van nu. Van Dolron: „Een oudejaarsconference moet actueel zijn, maar wat is actueel? Hoeveel is daarvan 36 jaar later nog relevant? Zoals het in het toneel gebruikelijk is om oude stukken te toetsen aan het nu, zo wil ik dat eens met een klassieke cabarettekst doen.”

En waarom ook niet? In haar nonchalante podiumpresentatie – ze staat als zichzelf op toneel en kletst wat voor zich uit – scheert Van Dolron altijd al dicht langs het cabareteske. Ze is grappig – zelfspot, meestal, en laat de lach royaal toe in haar shows. Plus: in haar losjes filosoferende voorstellingen tast ze ook altijd voorzichtig de tijdgeest af. Maar echt concreet, als bij de klassieke oudejaarsconference, wordt dat niet.

Van Dolron: „Het wordt geen terugblikken op het jaar via de krantenkoppen; geen crisis, geen Piet Hein Donner. Bij mij gaat het meer over maatschappelijke tendensen; over wat mij en mijn leeftijdsgenoten nu bezighoudt. Dat zet ik af tegen werk van Jean-Paul Sartre, Henry David Thoreau en Lars von Trier. Het is actualiteit op een ander niveau. De waan van de dag, dat is wat van de oudejaarsconference wordt verwacht. Maar wat ligt er onder die waan? In mijn conference wil ik de tijd duiden.”

Met haar oudejaarsconference schaart Van Dolron zich in een lange, typisch Nederlandse traditie. „De Italianen hebben opera, de Spanjaarden stierengevechten en de Nederlanders hun oudejaarsconferences”, schrijft Peter Voskuil in zijn boek De koning is dood, leve de koning! De cabaretier als dominee, de conference een zedenpreek: eens per jaar laten Nederlanders zich massaal vrijwillig de les lezen, zolang die verpakt wordt in een lach. Een jaarlijkse traditie sinds 1954, toen nog op de radio, en daarna sinds 1969 ten minste om de paar jaar op tv. Sinds het verscheiden van Wim Kan, de godfather van de conference, wisselen Freek de Jonge, Seth Gaaikema, Youp van ’t Hek en Lebbis en Jansen elkaar zo’n beetje jaarlijks af, recentelijk aangevuld door Jan Jaap van der Wal en Guido Weijers.

Voor dit artikel zijn De Jonge, Van ’t Hek, Gaaikema en Van der Wal gevraagd om de jeune premier van adviezen te voorzien, maar zij gaven geen gehoor of hadden geen tijd. Daarom mag Van Dolron vrijuit spuien over haar voorgangers. Want op de klassieke oudejaarsconference heeft zij wel iets aan te merken. Zoals: „Ik vind actualiteit achterhaald. Als iets actueel is, betekent het dat het morgen is overgewaaid.”

Cabaret is niet haar favoriete kunstuiting, geeft ze toe. „Ik vind het vaak te gejaagd, te rationeel, en te geforceerd-boos: doen alsof je woedend bent en intussen genieten van de lach.” Er is te weinig zelfreflectie, vindt ze, te weinig zelfspot – gek genoeg – ook. Van Dolron: „Je voelt bij cabaretiers geen verdriet, geen pijn. Ze laten geen kwetsbaarheid zien, boren meestal geen diepere laag aan. Terwijl ik juist daarnaar zoek.”

Haar grote voorbeeld is de Amerikaanse, jonggestorven komiek Bill Hicks. „Bij de meeste cabaretiers heb je het gevoel dat ze eerst grappen maken, en daar dan nog even snel een wereldbeeld bij verzinnen. Terwijl het andersom moet zijn: je hebt iets te vertellen, en van daaruit volgen de grappen.”

Hoewel ze niet echt van zijn speelstijl houdt („te nadrukkelijk”) heeft Van Dolron wel bewondering voor Freek de Jonge, wiens oudejaarsconferences ze vroeger thuis op tv zag. „Hij beweegt zich op de grens tussen cabaretier en dominee. Stichtelijk, daar hou ik van; mijn voorstellingen zijn vaak ook een veredelde preek. Goed van Freek de Jonge vind ik ook dat hij een duidelijke maatschappijvisie heeft, en die consequent uitdraagt. Niet alleen in het theater, maar ook als opiniemaker.”

Ze is door collega’s wel eens met hem vergeleken. „Omdat mensen bij mij vaak denken: nu ga je ironiseren, nu komt de grap, maar dan ben ik gewoon serieus. Freek heeft dat ook.” De Jonge heeft ooit een voorstelling van haar gezien, en gaf haar destijds wel – ongevraagd – advies. „Hij zei: aan de inhoud ligt het niet. Dat vond ik grappig; ik wist niet dat er iets mis was. Ik moest nadrukkelijker spelen, vond hij, de grap explicieter maken. Ach, dat is een kwestie van smaak. Ik put me niet uit om een lach te scoren, dat is waar; de lach is heerlijk, maar het hoeft niet. Grappen maken is niet mijn métier. In die zin heb ik het misschien makkelijker dan een cabaretier. Ik zeg wat ik wil zeggen, en als er dan gelachen wordt, is dat mooi meegenomen.”

Maar als hij ongevraagd advies mocht geven, dan zij ook. Daarom: vier oudejaarsconferencetips. Van Laura. Voor Freek (en Youp).

1. „Deel je twijfels en je zoektocht met je publiek. Wees eerlijk, spot met jezelf. Dat doen jullie te weinig!”

2. „Als je iets afbreekt, verdedig dan iets anders. Wat dan wel? Er moet iets tegenover je cynisme staan.”

3. „Ontspan en haal af en toe adem.”

En tot slot: 4. „Wees lief voor jezelf, en daardoor ook voor je publiek.”

Oudejaarsconference The Best of Laura. In Frascati Amsterdam en bij het Nationale Toneel in Den Haag. Inl. nationaletoneel.nl

    • Herien Wensink